Paragraaf 11.1 de bouw van een atoom
Een atoom is opgebouwd uit protonen en neutronen in de kern, waar elektronen
omheen bewegen. Een atoom heeft evenveel elektronen als protonen.
Atoomnummer = protonen (Z)
Massagetal = hoe zwaar een atoom is, protonen + neutronen (A)
Aantal neutronen (N)
A = N + Z (zonder eenheden)
Massagetal
Atoomnummer
Protonen en neutronen noem je ook wel kerndeeltjes, ook wel nucleonen.
Isotopen = zelfde aantal protonen in de kern, maar een verschillend aantal neutronen. Binas 25A
- Kan je ook aangeven als: C-12
Houdt in dat je alleen het massagetal opschrijft
Paragraaf 11.2 kernstraling
Elektromagnetische straling = straling dat uit fotonen bestaat en zich voortplant met de lichtsnelheid:
3,0 x 108 m s-1
- Zichtbaar licht
- Infrarode straling
- Ultraviolette straling
- Gammastraling
- Radiostraling
- Röntgenstraling
De straling van radioactieve stoffen komt uit de kern van atomen en wordt daarom ook wel
kernstraling genoemd. Er zijn 3 soorten kernstraling:
1. Alfa-straling komt een helium kern bij (4-He) positief geladen
2. Bèta-straling komt een elektron bij vrij (0-e) negatief geladen
3. Gamma-straling bestaat uit fotonen met een hoge frequentie, geen lading of massa
Ioniserende straling
- Doordringend vermogen: straling kan in stoffen doordringen, hoever hangt af van het soort
straling, soort stof, soort stof waar de straling doorheen gaat en de energie van een
stralingsdeeltje of een foton.
- Ioniserend vermogen: straling is in staat om een elektron weg te kaatsen bij de atomen van
de stof waar de straling doorheen gaat. Hoe groter het ioniserend vermogen, des te kleiner
het doordringend vermogen.
, Alfa-straling; helium kernen kunnen bij een botsing
met een atoom gemakkelijk een elektron wegkaatsen
of bij een bijna-botsing een elektron meesleuren.
Heeft een groot ioniserend vermogen, en een heel
kleun doordringend vermogen.
Bèta-straling bestaat uit snelle elektronen. Omdat elektronen lichte deeltjes zijn, kunnen ze moeilijk
atomen ioniseren. Heeft een klein ioniserend vermogen, gaat door de huid heen. De dracht is de
maximale afstand die alfa- en bèta straling in een stof afleggen, dit hangt af van de kinetische energie
van de deeltjes.
Gamma-straling bestaat uit fotonen met kleine golflengtes, heeft geen massa dus ook een klein
ioniserend vermogen. Wel een zeer groot doordringend vermogen en kan ver in stoffen doordringen.
Achtergrondstraling is straling die altijd op aarde aanwezig is. Deze kan natuurlijk of kunstmatig zijn.
Straling meten:
- Badge
- GM-teller
Paragraaf 11.3 radioactief verval
Radioactief verval is het proces waarbij een atoomkern vanzelf
verandert in een andere atoomkern. = vervalreactie
Oorspronkelijke kern: moederkern (voor verval)
Wat er overblijft: dochtercel (reactieproducten)
- Het atoomnummer voor de pijl is even groot als de som van de atoomnummers na de pijl.
- Het massagetal voor de pijl is even groot als de som van de massagetallen na de pijl.
Alfa-straling helium deeltje
Bèta-straling een elektron
Een instabiele atoomkern zend heel vaak ook gamma-straling uit. Dit heeft geen invloed op de
vervalreactie, maar moet wel worden genoteerd.
Kinetische energie van het uitgezonden alfa- of bètadeeltje. Deze energie wordt uitgedrukt in
Mev.
Vervalreeks
De activiteit van een radioactieve stof is het aantal atoomkernen dat per seconde vervalt, de
activiteit wordt uitgedrukt in becquerel (Bq).
- A = 20 Bq er vervallen per seconde 20 atoomkernen
Een atoom is opgebouwd uit protonen en neutronen in de kern, waar elektronen
omheen bewegen. Een atoom heeft evenveel elektronen als protonen.
Atoomnummer = protonen (Z)
Massagetal = hoe zwaar een atoom is, protonen + neutronen (A)
Aantal neutronen (N)
A = N + Z (zonder eenheden)
Massagetal
Atoomnummer
Protonen en neutronen noem je ook wel kerndeeltjes, ook wel nucleonen.
Isotopen = zelfde aantal protonen in de kern, maar een verschillend aantal neutronen. Binas 25A
- Kan je ook aangeven als: C-12
Houdt in dat je alleen het massagetal opschrijft
Paragraaf 11.2 kernstraling
Elektromagnetische straling = straling dat uit fotonen bestaat en zich voortplant met de lichtsnelheid:
3,0 x 108 m s-1
- Zichtbaar licht
- Infrarode straling
- Ultraviolette straling
- Gammastraling
- Radiostraling
- Röntgenstraling
De straling van radioactieve stoffen komt uit de kern van atomen en wordt daarom ook wel
kernstraling genoemd. Er zijn 3 soorten kernstraling:
1. Alfa-straling komt een helium kern bij (4-He) positief geladen
2. Bèta-straling komt een elektron bij vrij (0-e) negatief geladen
3. Gamma-straling bestaat uit fotonen met een hoge frequentie, geen lading of massa
Ioniserende straling
- Doordringend vermogen: straling kan in stoffen doordringen, hoever hangt af van het soort
straling, soort stof, soort stof waar de straling doorheen gaat en de energie van een
stralingsdeeltje of een foton.
- Ioniserend vermogen: straling is in staat om een elektron weg te kaatsen bij de atomen van
de stof waar de straling doorheen gaat. Hoe groter het ioniserend vermogen, des te kleiner
het doordringend vermogen.
, Alfa-straling; helium kernen kunnen bij een botsing
met een atoom gemakkelijk een elektron wegkaatsen
of bij een bijna-botsing een elektron meesleuren.
Heeft een groot ioniserend vermogen, en een heel
kleun doordringend vermogen.
Bèta-straling bestaat uit snelle elektronen. Omdat elektronen lichte deeltjes zijn, kunnen ze moeilijk
atomen ioniseren. Heeft een klein ioniserend vermogen, gaat door de huid heen. De dracht is de
maximale afstand die alfa- en bèta straling in een stof afleggen, dit hangt af van de kinetische energie
van de deeltjes.
Gamma-straling bestaat uit fotonen met kleine golflengtes, heeft geen massa dus ook een klein
ioniserend vermogen. Wel een zeer groot doordringend vermogen en kan ver in stoffen doordringen.
Achtergrondstraling is straling die altijd op aarde aanwezig is. Deze kan natuurlijk of kunstmatig zijn.
Straling meten:
- Badge
- GM-teller
Paragraaf 11.3 radioactief verval
Radioactief verval is het proces waarbij een atoomkern vanzelf
verandert in een andere atoomkern. = vervalreactie
Oorspronkelijke kern: moederkern (voor verval)
Wat er overblijft: dochtercel (reactieproducten)
- Het atoomnummer voor de pijl is even groot als de som van de atoomnummers na de pijl.
- Het massagetal voor de pijl is even groot als de som van de massagetallen na de pijl.
Alfa-straling helium deeltje
Bèta-straling een elektron
Een instabiele atoomkern zend heel vaak ook gamma-straling uit. Dit heeft geen invloed op de
vervalreactie, maar moet wel worden genoteerd.
Kinetische energie van het uitgezonden alfa- of bètadeeltje. Deze energie wordt uitgedrukt in
Mev.
Vervalreeks
De activiteit van een radioactieve stof is het aantal atoomkernen dat per seconde vervalt, de
activiteit wordt uitgedrukt in becquerel (Bq).
- A = 20 Bq er vervallen per seconde 20 atoomkernen