★ 1) De levenswijze van jagers-verzamelaars
★ 2) het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
★ 3 ) Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
1.1 De agrarische revolutie
Homo habilis eerste mens (2,5 miljoen jaar geleden, Afrika). De moderne mens
homo sapien. (140.000 vC, Afrika).
Jagers en verzamelaars trokken rond (nomaden), hadden weinig sociale verschillen
in groepen van mensen, hadden onderling handel. In het vruchtbare gebied
gingen mensen zich vestigen.
Mogelijke oorzaken Agrarische revolutie:
● Klimaatverandering zorgt voor voedseltekort, dus zelf verbouwen.
● Natuur kan de bevolkingsgroei niet bij benen, dus zelf verbouwen.
Gevolgen agrarische revolutie:
● Snelle bevolkingsgroei
● Ontstaan veeteelt
● Stimulering uitvindingen
Eerst geen vooruitgang; ondervoeding door mislukte oogst, infectieziekten door dicht
op elkaar leven en vee, misvorming rug en ontstaan hiërarchie.
1.2 Het ontstaan van steden
Eerste stad in Mesopotamië, door het overstromen van de Tigris en de Eufraat
moesten boeren hun akkers irrigeren. Ze legden kanalen, reservoirs aan en dijken.
Bevolking groeide en er ontstond een stad. Niet iedereen hoefde landbouw te doen,
dus specialisatie. De stad was veel complexer dan het platteland, er kwam een
hiërarchie en door de groei van de bevolking moesten er stadsbestuurders komen.
In meer vruchtbare gebieden kwamen steden. Het schrift ontstond in Soemerië
doordat bestuurders de belasting en de tempel administratie bijvoorbeeld moesten
bijhouden. Dit deden ze eerst in kleitabletten met beeldschrift en later; klankschrift,
soemerisch schrift en hierogriefen. Feniciërs kwamen met de eerste vorm van het
alfabet.
1.3 Machtige rijken in het midden-oosten
Een staat is een afgebakend gebied met een centraal bestuur, een rechtssysteem en
de overheid heeft een geweldsmonopolie.
Een farao had een enorm ambtenarenapparaat als bestuur. De egyptische
godsdienst was polytheïstisch, ze geloofden in een leven na de dood. Belangrijkste
taak farao was handhaven maät.
Egypte Mesopotamië
● Koningen als god beschouwd. ● Koningen niet als god beschouwd
, ● Goed leven na dood ● Somber leven na dood
● Graftombes ● Tempeltorens
● Veel monumentale gebouwen ● Weinig monumentale gebouwen
(Hard gesteente, sterk centraal bestuur) ( hadden dat niet)
2. De klassieke oudheid
★ 4) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken over burgerschap en politiek
in de Griekse stadstaat.
★ 5) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
★ 6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur
zich in Europa verspreidde.
★ 7) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse
cultuur van Noordwest-Europa.
★ 8) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste
monotheïstische godsdiensten.
2.1 De Griekse democratie
In athene heerst het volk, dmv van volksvergadering. Er was geen parlement, er was
een directe democratie. Het oude griekenland bestond uit poleis. Alleen de
volwassen, vrije mannen, geboren in Athene hadden burgerrecht en mochten
stemmen. De atheners waren bang voor tirannen (alleenheersers). Belangrijkste
beslissingen waren in de volksvergadering, als die daar geen tijd voor hadden ging
het naar de raad van 500 (elke 3 maanden nieuwe 50 raadsleden met elke dag een
andere voorzitter). Het leger had tien generaals, die elk jaar werden gekozen door
de volksvergadering. Ook was er Ostracisme → het wegstemmen van politici dmv
potscherven.
Kritiek op de democratie
Socrates “Ik weet niets, behalve dat ik niets weet.” Mensen weten het niet.
Plato In het bestuur moeten onpartijdige wijze mensen. Burgers laten zich
misleiden en de meerderheid had niet altijd gelijk.
Aristoteles Elke democratie heeft een zwakte, je moet ze combineren.
2.2 Het hellenisme
Alexander de Grote (356-323 v.C.) veroverde een heel groot rijk. Hij was een
doorzetter, speelde goed in op de gewoontes van de veroverde gebieden en
streefde doelbewust naar een gemengde elite. De gebieden namen de Griekse
cultuur over, nu hellenisme genoemd. De Griekse democratie was veranderd in een
oligarchie; de stad bestuurt zichzelf. Griekse bouwkunst en theater drong diep door
in de gebieden. De gebieden werden uiteindelijk veroverd door de Romeinen.
2.3 De Romeinse Republiek