Factoren NSL, ligging, lift door stroming,
stuwingsfactoren
Liggingsfactoren
Natuurlijke Statische Ligging
Factoren die de NSL beïnvloeden:
Soortelijke Massa/ soortelijk gewicht
Zwaartekracht
Opwaartse kracht
Soortelijke Massa
Drijven of zinken is afhankelijk van SM
Massa (m) = hoeveelheid stof die lichaam bevat in kg.
Soortelijke massa (sm) = massa : volume (kg/dm3) van een stof
Zoet water 1,00 zout water 1,03 zout water kurk 0,24
Soortelijke gewicht
Verschil sm en m = zwaartekracht van de aarde (g) telt mee
Versnelling is niet overal op aarde hetzelfde (afstand tot middelpunt aarde: berg vs. laagland)
1 liter zoet water weegt 1 kg of 10 newton
Soortelijke massa (sm) ligt bij de mens tussen 0,96 en 1,05 (kg:dm3)
Massa is weinig te beïnvloeden
Volume wel (ademen / arm uit het water / onderzeeërs) -> opwaartste kracht
Bij inademing zal bijna elk mens blijven drijven zonder zwembewegingen te maken
Bij uitademing zal hij naar de bodem zakken
Lichaamsfactoren:
o Geslacht
o Verhouding spier-, vet-, botweefsel
o Ras, negroïde ras heeft hogere sm dan ander rassen
o Leeftijd
o Handicap
Kunstmatige factoren:
Zout water
Kleding
Lucht in darmen
Watertemperatuur
, Zwaartekracht
Grijpt op elk punt van het lichaam aan (deelzwaartepunt)
Massamiddelpunt = MM
Centrale punt = ALZ
Massazwaartepunt = MZ
Anatomische houding
Man: S1
Vrouw: S2
Door verandering in houding veranderd MM
Opwaartse kracht
Volume van massa in water
Wet van Archimedes 200 v. Chr.:
Een voorwerp geheel of gedeeltelijk ondergedompeld, ondervindt een
opwaartse kracht, die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste
vloeistof
Volume is bepalend voor de opwaartse kracht, in H2O hebben wij een
schijnbaar gewichtsverlies afhankelijk van de inhoud
Volume > massa = drijven
Volume < massa = zinken
Volume = massa = zweven
Centrale (aangrijpings)punt heet opdrukkingspunt of
volumemiddelpunt (VM) anatomische houding
Man: L3
Vrouw: L5
- Door verandering in vorm van volume veranderd de plaats van het VM
- VM licht meer aan de buikzijde dan de rugzijde
Belang voor zwemmen:
In / uitademen
Overhaal / contrabeweging
Hoof heffen/ rug boven water
stuwingsfactoren
Liggingsfactoren
Natuurlijke Statische Ligging
Factoren die de NSL beïnvloeden:
Soortelijke Massa/ soortelijk gewicht
Zwaartekracht
Opwaartse kracht
Soortelijke Massa
Drijven of zinken is afhankelijk van SM
Massa (m) = hoeveelheid stof die lichaam bevat in kg.
Soortelijke massa (sm) = massa : volume (kg/dm3) van een stof
Zoet water 1,00 zout water 1,03 zout water kurk 0,24
Soortelijke gewicht
Verschil sm en m = zwaartekracht van de aarde (g) telt mee
Versnelling is niet overal op aarde hetzelfde (afstand tot middelpunt aarde: berg vs. laagland)
1 liter zoet water weegt 1 kg of 10 newton
Soortelijke massa (sm) ligt bij de mens tussen 0,96 en 1,05 (kg:dm3)
Massa is weinig te beïnvloeden
Volume wel (ademen / arm uit het water / onderzeeërs) -> opwaartste kracht
Bij inademing zal bijna elk mens blijven drijven zonder zwembewegingen te maken
Bij uitademing zal hij naar de bodem zakken
Lichaamsfactoren:
o Geslacht
o Verhouding spier-, vet-, botweefsel
o Ras, negroïde ras heeft hogere sm dan ander rassen
o Leeftijd
o Handicap
Kunstmatige factoren:
Zout water
Kleding
Lucht in darmen
Watertemperatuur
, Zwaartekracht
Grijpt op elk punt van het lichaam aan (deelzwaartepunt)
Massamiddelpunt = MM
Centrale punt = ALZ
Massazwaartepunt = MZ
Anatomische houding
Man: S1
Vrouw: S2
Door verandering in houding veranderd MM
Opwaartse kracht
Volume van massa in water
Wet van Archimedes 200 v. Chr.:
Een voorwerp geheel of gedeeltelijk ondergedompeld, ondervindt een
opwaartse kracht, die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste
vloeistof
Volume is bepalend voor de opwaartse kracht, in H2O hebben wij een
schijnbaar gewichtsverlies afhankelijk van de inhoud
Volume > massa = drijven
Volume < massa = zinken
Volume = massa = zweven
Centrale (aangrijpings)punt heet opdrukkingspunt of
volumemiddelpunt (VM) anatomische houding
Man: L3
Vrouw: L5
- Door verandering in vorm van volume veranderd de plaats van het VM
- VM licht meer aan de buikzijde dan de rugzijde
Belang voor zwemmen:
In / uitademen
Overhaal / contrabeweging
Hoof heffen/ rug boven water