SAMENVATTING OWE 9 EN 10
Samenwerken in Vakmanschap
Milou Reijs
,Inhoud
Verpleegtechnische handelingen:..........................................................................................................2
Verpleegkundig leiderschap...................................................................................................................5
De complexiteit van de zorgvrager.........................................................................................................7
De complexiteit van de zorgsituatie...............................................................................................9
De context van de patient............................................................................................................10
Zelfmanagementondersteuning...........................................................................................................10
Zorgplan opstellen................................................................................................................................14
Interprofessioneel praktijk leren..........................................................................................................16
Anatomie en fysiologie.........................................................................................................................18
Ileus en peritonitis............................................................................................................................18
1
, Verpleegtechnische handelingen:
Bloedtransfusie via venapunctie.
De oppervlakte aders van de elleboog, onderarm, rug van de hand en bij de enkels zijn geschikte
plaatsen voor bloedafname.
Ongeschikt:
- Plaatsen die door vocht gezwollen zijn
- Trombosegebied
- Verlamde ledematen
- Plaatsen die hard aanvoelen
- Plaatsen die er rood of blauw uitzien
- Te opereren gebied of geopereerd gebied
- Ontstoken gebied
- Gebied met wondjes of eczeem
- De buurt van grote bloedvaten
- Bestraald gebied
- Ledematen met dystrofie
Bij voorkeur wordt bij een venapunctie bloed afgenomen via een gesloten vacuümsysteem en een
bloedbuis. De werking van het systeem berust op aanwezigheid van onderdruk in de bloedbuis.
Wanneer de naald in de ader is gebracht, schuift het ventiel pas op wanneer de buis wordt
aangebracht. Hiermee ontstaat een verbinding en kan het bloed in de buis stromen.
De meest voorkomende bloedtesten zijn:
- BSE of bezinking, voor ontstekingen.
- CRP, of er een ontsteking is en hoe erg.
- Hb, bloedarme en algemene gezondheidsindruk
- Glucose bloedtest, hoe hoog is de bloedsuiker
- T4, werking schildklier
- PSA, afwijkingen prostaat
Het vacuümsysteem voor het rechtstreeks afnemen van bloed uit de ader bestaat uit:
- Een holle naaldhouder waar een bloedbuis in past
- Een dubbelzijdige naald met een schroefdraad in het midden
De meeste bloedbuizen bevatten een stof waarmee het bloedmonster wordt geprepareerd voor het
onderzoek. Als het aantal cellen in het bloed geteld moet worden is hiervoor een andere
stollingsremmer nodig dan wanneer een andere chemische bepaling moet worden gedaan.
De dopkleuren kunnen per producent van de buisjes verschillen.
- Lichtblauwe dop: deze buis wordt gebruikt voor onderzoek naar de bloedstolling. Citraat
wordt toegevoegd. Een buis voor stolling mag je nooit als eerste afnemen.
- Orangje/gele dop: bevat serum en gel. Deze buis wordt onder andere gebruikt voor
bloedonderzoek naar antistoffen en andere eiwitten, vaak in relatie tot de aanwezigheid van
virussen en bacteriën.
2
Samenwerken in Vakmanschap
Milou Reijs
,Inhoud
Verpleegtechnische handelingen:..........................................................................................................2
Verpleegkundig leiderschap...................................................................................................................5
De complexiteit van de zorgvrager.........................................................................................................7
De complexiteit van de zorgsituatie...............................................................................................9
De context van de patient............................................................................................................10
Zelfmanagementondersteuning...........................................................................................................10
Zorgplan opstellen................................................................................................................................14
Interprofessioneel praktijk leren..........................................................................................................16
Anatomie en fysiologie.........................................................................................................................18
Ileus en peritonitis............................................................................................................................18
1
, Verpleegtechnische handelingen:
Bloedtransfusie via venapunctie.
De oppervlakte aders van de elleboog, onderarm, rug van de hand en bij de enkels zijn geschikte
plaatsen voor bloedafname.
Ongeschikt:
- Plaatsen die door vocht gezwollen zijn
- Trombosegebied
- Verlamde ledematen
- Plaatsen die hard aanvoelen
- Plaatsen die er rood of blauw uitzien
- Te opereren gebied of geopereerd gebied
- Ontstoken gebied
- Gebied met wondjes of eczeem
- De buurt van grote bloedvaten
- Bestraald gebied
- Ledematen met dystrofie
Bij voorkeur wordt bij een venapunctie bloed afgenomen via een gesloten vacuümsysteem en een
bloedbuis. De werking van het systeem berust op aanwezigheid van onderdruk in de bloedbuis.
Wanneer de naald in de ader is gebracht, schuift het ventiel pas op wanneer de buis wordt
aangebracht. Hiermee ontstaat een verbinding en kan het bloed in de buis stromen.
De meest voorkomende bloedtesten zijn:
- BSE of bezinking, voor ontstekingen.
- CRP, of er een ontsteking is en hoe erg.
- Hb, bloedarme en algemene gezondheidsindruk
- Glucose bloedtest, hoe hoog is de bloedsuiker
- T4, werking schildklier
- PSA, afwijkingen prostaat
Het vacuümsysteem voor het rechtstreeks afnemen van bloed uit de ader bestaat uit:
- Een holle naaldhouder waar een bloedbuis in past
- Een dubbelzijdige naald met een schroefdraad in het midden
De meeste bloedbuizen bevatten een stof waarmee het bloedmonster wordt geprepareerd voor het
onderzoek. Als het aantal cellen in het bloed geteld moet worden is hiervoor een andere
stollingsremmer nodig dan wanneer een andere chemische bepaling moet worden gedaan.
De dopkleuren kunnen per producent van de buisjes verschillen.
- Lichtblauwe dop: deze buis wordt gebruikt voor onderzoek naar de bloedstolling. Citraat
wordt toegevoegd. Een buis voor stolling mag je nooit als eerste afnemen.
- Orangje/gele dop: bevat serum en gel. Deze buis wordt onder andere gebruikt voor
bloedonderzoek naar antistoffen en andere eiwitten, vaak in relatie tot de aanwezigheid van
virussen en bacteriën.
2