100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Biologie samenvatting HAVO examen geheel

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
28
Geüpload op
15-03-2022
Geschreven in
2021/2022

Een zeer uitgebreide en goed te begrijpen samenvatting voor het HAVO examen Biologie.











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
School jaar
5

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
15 maart 2022
Aantal pagina's
28
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Biologie examen
Organisatieniveaus:

Molecuul: verbinding tussen 2 of meer atomen, kleinste scheikundige bouwstoffen.
Organel: onderdeel van een cel met een bepaalde functie.
Cel: functionele bouwsteen van alle organismen.
Weefsel: groep cellen met eenzelfde bouw en functie.
Orgaan: bestaat uit verschillende weefsels die samenwerken aan 1 taak.
Orgaanstelsel: bestaat uit alle organen die aan dezelfde taak werken.
Organisme: levend wezen.
Populatie: groep soortgenoten in een bepaald gebied.
Ecosysteem: begrensd gebied met organismen die relaties hebben met elkaar en de levenloze
natuur.
Systeem aarde: omvat alle ecosystemen van de planeet.
Levenskenmerken

- Ademhalen
- Voeden
- Uitscheiden
- Waarnemen
- Voortplanten
- Groeien
- Bewegen

Buitenkant cellen

Net als andere cellen hebben witte bloedcellen aan de buitenkant van een cel een celmembraan, dat
bestaat uit fosfolipiden en eiwitten. Fosfolipiden zijn vetachtige stoffen met een fosfaatgroep.
Cholesterol remt de beweeglijkheid van een celmembraan af. Alleen CO2, O2 en vetachtige stoffen
(bv. hormonen) passeren makkelijk door een celmembraan. Andere stoffen doen dit via
transporteiwitten. Naast deze transporteiwitten bevat een celmembraan ook receptoreiwitten, deze
kunnen aan de buitenkant van de cel contact maken met stoffen. Zo start een proces in de cel zonder
dat de stof binnenkomt.

Inhoud dierlijke cel

Het celmembraan omringt het cytoplasma (vloeibaar grondplasma). Hierin vinden veel chemische
reacties plaats. Organellen in dit grondplasma:

Celkern: bevat DNA, met bouwinstructies voor het maken van eiwitten.
Ribosomen: vormen eiwitten. (liggen op het ruw ER).
Endoplasmatisch reticulum (ER): transportstelsel van eiwitten.
Golgisysteem: transportsysteem, bewerkt eiwitten en snoert blaasjes af.
Transportblaasjes: transport van eiwitten.
Lysosomen: blaasjes met enzymen, breken versleten organellen af.
Mitochondriën: energiecentrale van de cel.
Celskelet: netwerk van eiwitdraden, geeft stevigheid en vorm.

,Bouw en functie van eiwitten en DNA

Je cellen gebruiken eiwitten als bouwstof, afweerstof, enzym, transportmiddel of hormoon. Eiwitten
beïnvloeden ook je eigenschappen. Het zijn grote moleculen, gebouwd als een soort kralenketting
van aminozuurmoleculen. Er zijn 20 verschillende aminozuren. Cellen maken hier eiwitten van.

Om een eiwit te kunnen maken gebruiken cellen info uit DNA-moleculen, deze bestaan uit:
fosfaatgroepen, deoxyribose (suikergroepen) en stikstofbasen (A, C, G, T).

3 verschillen eigenschappen DNA & RNA:

- RNA-moleculen bestaan uit 1 streng, DNA uit 2.
- RNA bevat stikstofbase U i.p.v. T.
- RNA bevat de suiker ribose en DNA deoxyribose.

Eiwitsynthese

DNA-code vertaalt naar m-RNA  m-RNA gaat de celkern uit door de kernporiën en wordt naar het
cytoplasma vervoerd. Hier vind translatie plaats. Op het ruw ER liggen ribosomen, als er een m-RNA
streng door zon ribosoom gaat komt er een eiwitstreng uit.  eiwitketen wordt naar het
golgisysteem vervoerd in een transportblaasje om hier gevouwen en geactiveerd te worden.

Startcodon: AUG (codeert voor methionine, MET).

Stopcodons: (UAA, UAG, UGA (coderen niet voor aminozuren, niet meetellen)

Mutatie = Verandering in DNA-molecuul.

Puntmutatie: (kleine verandering, herstellen de cellen vaak vanzelf). Vaak verandering van
basenpaar. Bv. A-T verandert in C-G.

Genoommutatie: het aantal DNA-moleculen per cel is gewijzigd.

Celcyclus 4 fasen:

1. G1-fase: cel groeit en maakt eiwitten ter voorbereiding van volgende fase.
2. S-fase: DNA-replicatie, zo kunnen beide dochtercellen de complete erfelijke info krijgen.
3. G2-fase: stofwisseling en celgroei, synthese van organellen om mitose goed te laten
verlopen.
4. M-fase (mitose): cel verdeelt het DNA in twee identieke cellen.

G1 + S + G2 = interfase

Door specialisatie maakt elk type cel eigen eiwitten.

Celdeling en kanker

Celdeling is nodig voor herstel.

46 zichtbare chromosomen. Elk chromosoom bestaat uit 2 identieke DNA-moleculen. Die 2 helften
zijn chromatiden.

Mitose

1. S-fase: DNA-moleculen in de kern verdubbelen.
2. Profase: chromosomen spiraliseren. (en vorming van trekdraden).
3. Profase: kernmembraan verdwijnt.

, 4. Metafase: gespiraliseerde chromosomen liggen in midden van de cel.
5. Anafase: trekdraden trekken de chromatiden uit elkaar.
6. Telofase: vorming nieuwe kernen en celdeling.

Ongecontroleerde celdeling

Tumor: gezwel van cellen.

Goedaardig: langzaam groeiend gezwel, ingesloten door bindweefsel.

Kwaadaardig (kanker): woekerende cellen dingen weefsel binnen, beschadigen organen (via bloed)
 dan ontstaat nieuwe tumor (uitzaaiing).

Oorzaak kanker moeilijk te achterhalen. Kan komen door straling, maar ook stoffen uit voedsel, roken
en alcoholgebruik.

Kweken van cellen en organen

Bij een transplantatie gebruiken artsen donororganen of -weefsels om een slecht werkend orgaan of
weefsel te vervangen. Gevaar op afstoting is groot. Afstoting is wanneer witte bloedcellen sterk
reageren op vreemde lichaamscellen en het donororgaan afbreken.

Hoe kan je dit voorkomen?:

- Medicijnen.
- Eigen lichaamscellen gebruiken.
- Kunstmatig maken.

Lange wachtrijen zijn ook een groot probleem.

Stamcellen: niet gespecialiseerde cellen met het vermogen te blijven delen, bevinden zich op
plekken waar weefsel snel slijt (huid/darmen). Vormen 1 type cel.

Cellen van bacteriën, schimmels en planten

Eukaryoten: in de celkern, in de mitochondriën. (schimmels)

Prokaryoten: los in de cel. (bacteriën)

Kenmerken bacteriecellen:

- Heel klein
- Sterke bacteriecelwand (uit suiker en aminozuren)
- Celcyclus verloopt snel (onder gunstige omstandigheden)
- Prokaryoten, eencellig zonder celkern
- Cirkelvormig DNA los in grondplasma
- Flagellen om voort te bewegen
- Meeste zijn heterotroof

Kenmerken schimmelcellen:

- Heterotroof
- Bij afbraak van organische stoffen produceren gisten (eencellig) CO2 en alcohol
- Eencellige en meercellige soorten
- Scheiding tussen cellen is vaak niet volledig
- 10-100 maal groter dan bacteriecellen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
kjanse1 Avans Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
19
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
18
Documenten
6
Laatst verkocht
11 maanden geleden

3,3

3 beoordelingen

5
1
4
0
3
1
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen