Leerjaar 1, blok D (2020/2021)
HC8 Medisch Hormonen
Tentamenvragen:
1. Je ziet hier een aantal verschillende bloedvaten. Bij welke past het beste de volgende
test? ‘’Regulatie bloeddruk en stroomsnelheid van het bloed in het weefsel.’’
a. Elastische arteriën
b. Gespierde arteriën
c. Arteriolen
d. Capillairen
2. De lymfe in de lymfevaten
a. Wordt rondgepompt
b. Stroomt alleen van periferie naar centraal
c. Stroomt alleen van centraal naar periferie
3. Je ziet hier een afbeelding van een capillair. Wat stroomt er vrij door de spleten
tussen de endotheelcellen?
a. Water en ionen
b. Water en ionen en eiwitten
c. Water en ionen en eiwitten en rode bloedcellen
d. Water en ionen en eiwitten en rode bloedcellen en trombocyten
4. Iemand is met volleybal door zijn enkel gegaan. Hierdoor ontstond oedeem in de
voet. Dit oedeem is ontstaan doordat de
a. Uitstroom bij 1 is toegenomen door beschadigd weefsel
b. Uitstroom bij 1 is toegenomen door beschadigde capillairen
c. Instroom bij 2 is afgenomen door aanwezigheid van eiwitten in interstitium
d. Instroom bij 2 is afgenomen door verstopte capillairen door bloedstolling
, 5. Je ziet hier een toename in de arteriële bloeddruk bij iemand waarbij het hart minuut
volume niet verhoogd is. Welke van de onderstaande omstandigheden past het best
bij deze tekening?
a. Verhoogde hartfrequentie
b. Verhoogd slagvolume
c. Arteriosclerose
6. Je ziet hier een schema van de zogenaamde windketelfunctie van de aorta. Waar
past dit het beste bij?
a. Systole van het hart
b. Diastole van het hart
7. Je ziet hier een schema waarbij de baroreceptoren een verstoring van de bloeddruk
tegengaan. Wat is de verstoring waarop hier wordt gereageerd?
a. Verhoogde bloeddruk
b. Verlaagde bloeddruk
Antwoorden tentamenvragen:
1. C
2. B
3. A
4. C
5. C
6. B
7. A
HC8 Medisch Hormonen
Tentamenvragen:
1. Je ziet hier een aantal verschillende bloedvaten. Bij welke past het beste de volgende
test? ‘’Regulatie bloeddruk en stroomsnelheid van het bloed in het weefsel.’’
a. Elastische arteriën
b. Gespierde arteriën
c. Arteriolen
d. Capillairen
2. De lymfe in de lymfevaten
a. Wordt rondgepompt
b. Stroomt alleen van periferie naar centraal
c. Stroomt alleen van centraal naar periferie
3. Je ziet hier een afbeelding van een capillair. Wat stroomt er vrij door de spleten
tussen de endotheelcellen?
a. Water en ionen
b. Water en ionen en eiwitten
c. Water en ionen en eiwitten en rode bloedcellen
d. Water en ionen en eiwitten en rode bloedcellen en trombocyten
4. Iemand is met volleybal door zijn enkel gegaan. Hierdoor ontstond oedeem in de
voet. Dit oedeem is ontstaan doordat de
a. Uitstroom bij 1 is toegenomen door beschadigd weefsel
b. Uitstroom bij 1 is toegenomen door beschadigde capillairen
c. Instroom bij 2 is afgenomen door aanwezigheid van eiwitten in interstitium
d. Instroom bij 2 is afgenomen door verstopte capillairen door bloedstolling
, 5. Je ziet hier een toename in de arteriële bloeddruk bij iemand waarbij het hart minuut
volume niet verhoogd is. Welke van de onderstaande omstandigheden past het best
bij deze tekening?
a. Verhoogde hartfrequentie
b. Verhoogd slagvolume
c. Arteriosclerose
6. Je ziet hier een schema van de zogenaamde windketelfunctie van de aorta. Waar
past dit het beste bij?
a. Systole van het hart
b. Diastole van het hart
7. Je ziet hier een schema waarbij de baroreceptoren een verstoring van de bloeddruk
tegengaan. Wat is de verstoring waarop hier wordt gereageerd?
a. Verhoogde bloeddruk
b. Verlaagde bloeddruk
Antwoorden tentamenvragen:
1. C
2. B
3. A
4. C
5. C
6. B
7. A