Samenvatting management en organisatie
Probleem 1
Argumenten voor privatisatie/ uitbesteding (Hughes):
- Economisch: uitbesteding creëert concurrentie, dat zorgt voor prijs/ kwaliteit
optimalisatie en minder kruissubsidies (= als het verlies (tekort) van het ene goed
wordt gedekt met de winst (overschot) van het andere goed). Privatiseren wordt
gezien als een manier om diensten op hun waarde in te schatten.
- Management: private organisatie management is efficiënter dan publieke organisatie
management.
o Kritiek: de efficiëntie ligt meer aan andere factoren dan aan het type
organisatie.
- Ideologisch: uitbesteding is altijd goed en logisch. Zo kan de overheid zich richten op
haar kerntaken. De verantwoordelijkheid ligt niet altijd bij de overheid. In sommige
gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij het commerciële bedrijf.
o Uitbesteding is niet altijd de beste optie.
Cross subsidies: The argument is that for some organisations (especially those who combine
the execution of public tasks / collective goods with production of for-profit goods or services) it may
unclear how their activities are financed (e.g., whether budgets that are meant for public tasks are
partly used for the production of market services —> cross subsidisation). This can be seen as
unfair competition (not a level playing field!) by commercial companies that provide similar services
and therefore it is undesirable. It may therefore make sense to privatise the part of the organization
that produces private services, so that it has to account for costs it makes to render specific services.
AN EXAMPLE. In the NL, until 1999, the meteorological agency KNMI used to carry out public
tasks (developing climatological and meteorological knowledge) and provide broadcasters like NOS
and RTL with weather forecasts as a commercial service (so that these broadcasters could include
these forecasts into their news bulletins). These weather forecasts could be produced relatively
cheaply by KNMI because KNMI had to collect and process weather data anyway, and therefore
KNMI could offer weather forecasts cheaper to NOS and RTL than competitors could (—> KNMI’s
weather forecasts benefited from cross-subsidies, e.g. budgets meant for its public tasks were partly
used to produce services in commercial markets, thereby potentially putting competitors at a
disadvantage). This situation was in fact criticised by commercial meteorological enterprise
Meteosat, who stated that they had to purchase weather data to produce their forecasts, and that
there was not a level playing field and in fact unfair competition from KNMI. Dutch government
therefore decided to privatise the KNMI part that was involved in producing weather forecasts (and
established a new entity called Weerbureau HWS, in order to create a level playing field (remember
that the newly established company had to purchase raw data in order to produce forecasts just as
Meteostat did!). So in privatising the production of weather forecasts, there is a level playing field
and cross-subsidisation did not take place any more.
Tegenover outsourcing staat verticale integratie = insourcing.
Het overnemen van bepaalde stappen uit het productieproces van een commercieel bedrijf.
De overheid. Produceert zelf een product of dienst.
Kosten van zelf produceren:
, - Hoge administratiekosten: kosten van coördineren van productie en trainen van
personeel (kosten binnen de organisatie). Deze kosten worden gemaakt door de
hiërarchie binnen de organisatie, monitoren is hierdoor nodig.
- Hoge productiekosten: kosten om een goed of dienst te produceren. Er is geen
productievoordeel vergeleken met uitbesteding.
- Lage transactiekosten: omdat je alleen met jezelf te maken hebt.
Kosten van uitbesteden:
- Lage administratiekosten: als er kosten zijn worden ze verwerkt binnen de
productiekosten en omdat het commerciële bedrijf al zo’n productievoordeel heeft is
een grote efficiëntie gecreëerd.
- Hoge transactiekosten: ontstaan bij uitbesteding en zijn nodig bij het aanpassen van
plannen en monitoring van onderhandelingen/ contracten. Daarnaast moet je een
bedrijf vinden en inschakelen.
o Soorten transactiekosten:
Contractkosten = opzetten van contracten.
Juridische kosten = handhaven en legitimeren van contracten.
Informatiekosten = verzamelen van informatie.
Barganing costs (onderhandelkosten) = kosten van onderhandelen.
- Lage productiekosten: commerciële bedrijven zijn vaak gespecialiseerd en hebben
schaalvoordelen en concurrentie, zij hebben dus productievoordeel.
Als productie- en administratiekosten hoger zijn dan transactiekosten wordt er gekozen voor
uitbesteding.
3 determinanten die hoogte van de kosten bepalen (Williamson):
- Onzekerheid verhoogt transactiekosten: bij onzekerheid kun je niet anticiperen op
toekomstige gebeurtenissen, daarom moet alles binnen een contract worden
vastgelegd wat transactiekosten doet stijgen.
- Frequentie waarmee kosten ontstaat bepaalt hoogte productiekosten: economies of
scale. Hoe meer productie, hoe meer schaalvoordelen, hoe minder productiekosten.
En omgekeerd.
- Specificering van investeringen heeft invloed op schaalvoordelen en dus op
productiekosten. Hoe specifieker de investering, hoe hoger de transactiekosten
o Voorbeeld: door het regionaal geregeld afvalsysteem in Nederland worden
productiekosten verhoogd en daardoor schaalvoordelen verlaagd. Als het
nationaal geregeld zou worden zou dat schaalvoordelen creëren.
Dus als je afvalregeling alleen in Rotterdam doet en dan in Schiedam
een andere afvalregeling zorgt dit voor minder schaalvoordelen.
Ontstaan van transactiekosten:
- Selfinterest = partijen handelen uit eigen belang.
- Onzekerheid over kwaliteit, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van een goed of
dienst.
Om dit te verzekeren zijn er contracten nodig, die brengen transactiekosten met zich mee.
Factoren die invloed hebben op hoogte van transactiekosten:
, - Soort product: hoe eenvoudiger, hoe mindertransactiekosten.
- Transparantie op de markt: hoe meer informatie beschikbaar, hoe minder
transactiekosten.
- Asymmetrische informatie: kennisinwinning zorgt voor hogere transactiekosten.
- Vertrouwen.
- Wetgeving: meer bestaande wetten zorgen voor minder transactiekosten.
Dynamische transactiekosten = kosten van het overtuigen, onderhandelen, coördineren en
onderwijzen van externe leveranciers.
Deze kosten kunnen na verloop van tijd aanzienlijk verminderen en een punt
bereiken waarbij de markt transactie effectiever en goedkoper is dan verticale
integratie.
Transactioncosts economics = de prijs is het belangrijkste binnen de markt. Vraag en aanbod
staan centraal maar mensen zullen opportunistisch handelen. Er wordt gekeken naar hoe
transactiekosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Er wordt uitgegaan van
bounded ratonality, die zorgt ervoor dat er transactiekosten zijn.
Deze benadering erkent de impulsiviteit van mensen, met hierbij de bounded
rationality.
- Gaat ervan uit dat mensen beperkt rationeel zijn (bounded rationality) en dat
mensen opportunistisch zijn.
Neoklassieke benadering = volledige rationaliteit (dus niet opportunisme) zorgt voor minder
transactiekosten.
Tegenovergestelde van transactioncosts economics.
2 contracten kunnen worden opgesteld door middel van bounded rationality:
- Hard contract = alles wordt in detail uitgewerkt.
- Soft contract = er wordt meer gericht op de goede relatie tussen beide partijen. Dit is
een minder streng contract en is ook minder geschikt voor lange termijn.
Spot-market transaction = eenmalige transactie zonder uitgebreide verplichtingen. Er is geen
contract of relatie tussen koper en verkoper nodig.
Probleem 2
Van traditional finance management naar performance management.
Traditional finance management = het budget wordt vastgesteld op basis van input, ook
wordt er vooral gekeken naar de inkomsten en uitgaven van het jaar daarvoor. Deze worden
aangepast op basis van inflatie en vormt de nieuwe begroting.
Deze manier van budget opstellen leidt tot een incrementele verandering/
increase. Het budget vertegenwoordigt een reeks stijgende verhogingen van het
vorige jaar om inflatie bij te houden.
Nadeel:
- Oncontroleerbaar.
- Het budget wordt elk jaar gebaseerd op het voorgaande jaar. Hierdoor is er een druk
om het volledige budget op te maken omdat het anders het jaar erop daalt.
Probleem 1
Argumenten voor privatisatie/ uitbesteding (Hughes):
- Economisch: uitbesteding creëert concurrentie, dat zorgt voor prijs/ kwaliteit
optimalisatie en minder kruissubsidies (= als het verlies (tekort) van het ene goed
wordt gedekt met de winst (overschot) van het andere goed). Privatiseren wordt
gezien als een manier om diensten op hun waarde in te schatten.
- Management: private organisatie management is efficiënter dan publieke organisatie
management.
o Kritiek: de efficiëntie ligt meer aan andere factoren dan aan het type
organisatie.
- Ideologisch: uitbesteding is altijd goed en logisch. Zo kan de overheid zich richten op
haar kerntaken. De verantwoordelijkheid ligt niet altijd bij de overheid. In sommige
gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij het commerciële bedrijf.
o Uitbesteding is niet altijd de beste optie.
Cross subsidies: The argument is that for some organisations (especially those who combine
the execution of public tasks / collective goods with production of for-profit goods or services) it may
unclear how their activities are financed (e.g., whether budgets that are meant for public tasks are
partly used for the production of market services —> cross subsidisation). This can be seen as
unfair competition (not a level playing field!) by commercial companies that provide similar services
and therefore it is undesirable. It may therefore make sense to privatise the part of the organization
that produces private services, so that it has to account for costs it makes to render specific services.
AN EXAMPLE. In the NL, until 1999, the meteorological agency KNMI used to carry out public
tasks (developing climatological and meteorological knowledge) and provide broadcasters like NOS
and RTL with weather forecasts as a commercial service (so that these broadcasters could include
these forecasts into their news bulletins). These weather forecasts could be produced relatively
cheaply by KNMI because KNMI had to collect and process weather data anyway, and therefore
KNMI could offer weather forecasts cheaper to NOS and RTL than competitors could (—> KNMI’s
weather forecasts benefited from cross-subsidies, e.g. budgets meant for its public tasks were partly
used to produce services in commercial markets, thereby potentially putting competitors at a
disadvantage). This situation was in fact criticised by commercial meteorological enterprise
Meteosat, who stated that they had to purchase weather data to produce their forecasts, and that
there was not a level playing field and in fact unfair competition from KNMI. Dutch government
therefore decided to privatise the KNMI part that was involved in producing weather forecasts (and
established a new entity called Weerbureau HWS, in order to create a level playing field (remember
that the newly established company had to purchase raw data in order to produce forecasts just as
Meteostat did!). So in privatising the production of weather forecasts, there is a level playing field
and cross-subsidisation did not take place any more.
Tegenover outsourcing staat verticale integratie = insourcing.
Het overnemen van bepaalde stappen uit het productieproces van een commercieel bedrijf.
De overheid. Produceert zelf een product of dienst.
Kosten van zelf produceren:
, - Hoge administratiekosten: kosten van coördineren van productie en trainen van
personeel (kosten binnen de organisatie). Deze kosten worden gemaakt door de
hiërarchie binnen de organisatie, monitoren is hierdoor nodig.
- Hoge productiekosten: kosten om een goed of dienst te produceren. Er is geen
productievoordeel vergeleken met uitbesteding.
- Lage transactiekosten: omdat je alleen met jezelf te maken hebt.
Kosten van uitbesteden:
- Lage administratiekosten: als er kosten zijn worden ze verwerkt binnen de
productiekosten en omdat het commerciële bedrijf al zo’n productievoordeel heeft is
een grote efficiëntie gecreëerd.
- Hoge transactiekosten: ontstaan bij uitbesteding en zijn nodig bij het aanpassen van
plannen en monitoring van onderhandelingen/ contracten. Daarnaast moet je een
bedrijf vinden en inschakelen.
o Soorten transactiekosten:
Contractkosten = opzetten van contracten.
Juridische kosten = handhaven en legitimeren van contracten.
Informatiekosten = verzamelen van informatie.
Barganing costs (onderhandelkosten) = kosten van onderhandelen.
- Lage productiekosten: commerciële bedrijven zijn vaak gespecialiseerd en hebben
schaalvoordelen en concurrentie, zij hebben dus productievoordeel.
Als productie- en administratiekosten hoger zijn dan transactiekosten wordt er gekozen voor
uitbesteding.
3 determinanten die hoogte van de kosten bepalen (Williamson):
- Onzekerheid verhoogt transactiekosten: bij onzekerheid kun je niet anticiperen op
toekomstige gebeurtenissen, daarom moet alles binnen een contract worden
vastgelegd wat transactiekosten doet stijgen.
- Frequentie waarmee kosten ontstaat bepaalt hoogte productiekosten: economies of
scale. Hoe meer productie, hoe meer schaalvoordelen, hoe minder productiekosten.
En omgekeerd.
- Specificering van investeringen heeft invloed op schaalvoordelen en dus op
productiekosten. Hoe specifieker de investering, hoe hoger de transactiekosten
o Voorbeeld: door het regionaal geregeld afvalsysteem in Nederland worden
productiekosten verhoogd en daardoor schaalvoordelen verlaagd. Als het
nationaal geregeld zou worden zou dat schaalvoordelen creëren.
Dus als je afvalregeling alleen in Rotterdam doet en dan in Schiedam
een andere afvalregeling zorgt dit voor minder schaalvoordelen.
Ontstaan van transactiekosten:
- Selfinterest = partijen handelen uit eigen belang.
- Onzekerheid over kwaliteit, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van een goed of
dienst.
Om dit te verzekeren zijn er contracten nodig, die brengen transactiekosten met zich mee.
Factoren die invloed hebben op hoogte van transactiekosten:
, - Soort product: hoe eenvoudiger, hoe mindertransactiekosten.
- Transparantie op de markt: hoe meer informatie beschikbaar, hoe minder
transactiekosten.
- Asymmetrische informatie: kennisinwinning zorgt voor hogere transactiekosten.
- Vertrouwen.
- Wetgeving: meer bestaande wetten zorgen voor minder transactiekosten.
Dynamische transactiekosten = kosten van het overtuigen, onderhandelen, coördineren en
onderwijzen van externe leveranciers.
Deze kosten kunnen na verloop van tijd aanzienlijk verminderen en een punt
bereiken waarbij de markt transactie effectiever en goedkoper is dan verticale
integratie.
Transactioncosts economics = de prijs is het belangrijkste binnen de markt. Vraag en aanbod
staan centraal maar mensen zullen opportunistisch handelen. Er wordt gekeken naar hoe
transactiekosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Er wordt uitgegaan van
bounded ratonality, die zorgt ervoor dat er transactiekosten zijn.
Deze benadering erkent de impulsiviteit van mensen, met hierbij de bounded
rationality.
- Gaat ervan uit dat mensen beperkt rationeel zijn (bounded rationality) en dat
mensen opportunistisch zijn.
Neoklassieke benadering = volledige rationaliteit (dus niet opportunisme) zorgt voor minder
transactiekosten.
Tegenovergestelde van transactioncosts economics.
2 contracten kunnen worden opgesteld door middel van bounded rationality:
- Hard contract = alles wordt in detail uitgewerkt.
- Soft contract = er wordt meer gericht op de goede relatie tussen beide partijen. Dit is
een minder streng contract en is ook minder geschikt voor lange termijn.
Spot-market transaction = eenmalige transactie zonder uitgebreide verplichtingen. Er is geen
contract of relatie tussen koper en verkoper nodig.
Probleem 2
Van traditional finance management naar performance management.
Traditional finance management = het budget wordt vastgesteld op basis van input, ook
wordt er vooral gekeken naar de inkomsten en uitgaven van het jaar daarvoor. Deze worden
aangepast op basis van inflatie en vormt de nieuwe begroting.
Deze manier van budget opstellen leidt tot een incrementele verandering/
increase. Het budget vertegenwoordigt een reeks stijgende verhogingen van het
vorige jaar om inflatie bij te houden.
Nadeel:
- Oncontroleerbaar.
- Het budget wordt elk jaar gebaseerd op het voorgaande jaar. Hierdoor is er een druk
om het volledige budget op te maken omdat het anders het jaar erop daalt.