Bloed
1 De bloedcellen en organisatie van de hematopoiese
1.1 De bloedcellen
Bloed bestaat uit plasma waarin bloedcellen zitten. Als er geen stollingsfactoren inzitten: serum.
Plasma bevat stollingsfactoren, immunoglobulinen en complement.
EDTA gebruikt als antistollingsmiddel voor bloedcellen te bekijken, natriumcitraat gebruikt voor
stollingsfactoren in plasma te bekijken
Bloedcellen zijn gedifferentieerd.
Rode bloedcellen
Zuurstoftransport en koolstofdioxide transport door hemglobine.
Witt e bloedcellen/leukocyten
1. Fagocyten
Type cel Uitzicht Functie Vorming
Neutrofiele Bacteriën/schimmels Vormen lysosomen.
fagocyteren en doden Primaire granules:
Eerste verdedigingslijn promyelocyt
(myeloperoxidase)
2-5 kernkwabben Secundaire granules:
myelocyt
(collagenase)
Eosinofiel Bestrijding van parasitaire
(oranje korrels) infecties (wormen) en
allergische aandoeningen
Basofiel Vrijzetting histamine: Receptoren voor IgE.
(heel paarse chemotaxisch van Bevatten heparine
korrels) eosinofielen en histamine.
allergische aandoeningen Worden mastcellen
in weefsels
Monocyten Fagocytose van Macrofagen in
pathogenen weefsel.
(bacteriën/schimmels) en Kupffercellen,
van inflammatie micorgliacellen,
geïnduceerd weefseldébris. osteoclasten,
Presenteren Ag en alveolaire
scheiden cytokines af: IL-1 macrofagen
en TNF-α
1
, Dendritische Ag-opname, vertering, Zijn
cellen presentatie aan naïeve T- Langerhanscellen in
cellen. huid.
2. Immunocyten = lymfocyten (voor afweer virussen en protozoa)
Cel Functie Receptoren
T-lymfocyten Cellulaire immuniteit. TCR en IL-1R
T-helper
Cytotoxische T
Regulerende (Treg): onderdrukken
immuunresponsen
B-lymfocyten Humorale immuniteit. Specifieke immunoglobulinen.
Immonglobulinen.
Kunnen omvormen tot plasmacellen
die Ig secreteren.
NK-cellen Lyseren cellen zonder Ag te Killercell activerende receptoren
herkennen en zonder sensibilisatie. die binden op HLA.
Tumorale of viraal-geïnfecteerde KIR (killer cell immunoglobulin Ig-
cellen. like receptor) bindt om klasse I HLA
om eigen cellen te beschermen.
Vermindering van HLA op
doelwitcel: lyse geactiveerd.
Samenwerking tussen cellen. Ook met proteïne systemen: immunoglobulinen (Fc-receptoren om
granulocyten, monocyten en NK-cellen) en complement (C3b receptoren op neutrofielen en
monocyten)
Trombocyten/bloedplaatjes
Rol in hemostase: primaire klonter na vaatwandbeschadiging.
Bloedcellen hebben beperkte levensduur. Met uitzondering van lymfocyten (proliferatie in lymfoïde
organen) alle bloedcellen terminale cellen. Omdat ze niet delen moeten er continu aangemaakt
worden. Gebeurd in beenmerg en wordt hematopoiese of hemopoiese genoemd. RBC zijn 1/3 e van
menselijk lichaam.
1.2 Organisatie van de hematopoiese: hematopoietische stamcellen
en progenitoren
In beenmerg zitten pluripotente hematopoietische stamcellen. Ze zijn weinig talkrijk dus moeten ook
zichzelf onderhouden: zelfhernieuwing. Een deel behoud stamcelkarakter.
Stamcellen geven aanleiding tot
- Lymfoïde multipotente progenitoren
- Multipotente gemengde myeloïde progenitoren: CFU-GEMM (colony-forming unit
granulocyte erythrocyte macrophage megakaryocyte)
2
,Eerste differentiëren tot:
- T-cel progenitoren; rijpen in thymus tot T-lymfocyten
- B-cel progenitoren, rijpen in beenmerg tot B-lymfocyten
- NK-cel progenitoren
CFU-GEMM
BFU-E CFU-GM CFU-Eo CFU-Baso CFU-Meg
Basofile
CFU-E CFU-G CFU-M Eosinofielen Megakaryocyten
granulocyten
Neutrofiele
Erythrocyten Monocyten Bloedplaatjes
granulocyten
Macrofagen
BFU-E: Burst-forming unit erythroid
CFU-GM: Conoly-forming unit granulocyte macrophage
CFU-Eo: Colony-forming unit eosinophil
CFU-Baso: Colony-forming unit basophil
CFU-Meg: Colony-forming unit magakaryocyte
CFU: Colony-forming unit erythroid
CFU-G: Colony-forming unit granulocyte
CFU-M: Colony-forming unit monocyt
Progenitoren geven aanleiding tot precursoren. Deze vormen groot deel herkenbare cellen in
beenmerg.
Myeloide of granulocytaire reeks
Myeloblast -> promyelocyt -> myelocyt -> metamyelocyt -> granulocyt
Primaire korrels in promyelocyt
Secundaire korrels in myelocyt.
Monocytaire reeks
Monoblast -> promoncyt -> monocyt
Rode reeks
3
, Proerytroblast -> basofiele erytroblast -> polychromatofiele erytroblast -> acidofiele erytroblast ->
reticulocyt -> RBC
Bloedplaatjes reeks
Megakaryoblast -> promegakaryocyt ->megakaryocyt
Gekenmerkt door endomitose. Bloedplaatjes ontstaan door afbrokkeling cytoplasma
megakaryocyten.
Myeloid kan 2 betekenissen hebben.
1: brede zin: niet-lymfoid
2: nauwe zin: granulocytair of granulo-monocytair.
1.3 Hematopoietische groeifactoren
Hematopoiese wordt gecontroleerd door interactie stamcellen en progenitoren met glycoproteïnen:
hematopoietische groeifactoren.
Eigenschappen:
1. Werking is hiërarchisch geregeld
2. Sommigen geproduceerd door verschillende celtypen
3. Werken op meer dan 1 celreeks
4. Werken niet alleen op progenitorcompartiment maar ook op rijpe eindcellen
5. Ontstaan van synergetische of additieve interacties met andere groeifactoren
4 hematopoietische groeifactoren:
Factor Werking
G-CSF (granulocyte stimulating factor) Monopotente granulocytaire progenitoren (CFU-G)
naar rijpe granulocyten.
Ook andere plaatsen.
M-CSF (monocyte stimulating factor) Niveau van CFU-M
GM-CSF (granulocyte macrophage…) Vorming granulocyten en monocyten.
Niveau van multipotente en bipotente progenitoren
(CFU-GEMM en CFU-GM)
Interleukine 3 IL-3 Vorming van granulocyten, monocyten, bloedplaatjes,
RBC)
Multipotente progenitor (CFU-GEMM)
Ook andere groeifactoren of cytokines interleukines.
Interleukine Productie door Werking
IL-1 Monocyten/macrofagen Inflammatoire cytokine.
Helpt T-lymfocyten activatie.
Stimuleert endotheliale cellen en
fibroblasten tot G-CSF, M-CSF, GM-
CSF, IL-6
IL-2 Geactiveerde T-lymfocyten Onderhouden proliferatie T-cellen en
NK-cellen
IL-3 Geactiveerde T-lymfocyten CFU-GEMM
IL-5 (B-cel Geactiveerde T-lymfocyten CFU-Eo: bevordert productie
groeifactor II) eosinofielen.
4
1 De bloedcellen en organisatie van de hematopoiese
1.1 De bloedcellen
Bloed bestaat uit plasma waarin bloedcellen zitten. Als er geen stollingsfactoren inzitten: serum.
Plasma bevat stollingsfactoren, immunoglobulinen en complement.
EDTA gebruikt als antistollingsmiddel voor bloedcellen te bekijken, natriumcitraat gebruikt voor
stollingsfactoren in plasma te bekijken
Bloedcellen zijn gedifferentieerd.
Rode bloedcellen
Zuurstoftransport en koolstofdioxide transport door hemglobine.
Witt e bloedcellen/leukocyten
1. Fagocyten
Type cel Uitzicht Functie Vorming
Neutrofiele Bacteriën/schimmels Vormen lysosomen.
fagocyteren en doden Primaire granules:
Eerste verdedigingslijn promyelocyt
(myeloperoxidase)
2-5 kernkwabben Secundaire granules:
myelocyt
(collagenase)
Eosinofiel Bestrijding van parasitaire
(oranje korrels) infecties (wormen) en
allergische aandoeningen
Basofiel Vrijzetting histamine: Receptoren voor IgE.
(heel paarse chemotaxisch van Bevatten heparine
korrels) eosinofielen en histamine.
allergische aandoeningen Worden mastcellen
in weefsels
Monocyten Fagocytose van Macrofagen in
pathogenen weefsel.
(bacteriën/schimmels) en Kupffercellen,
van inflammatie micorgliacellen,
geïnduceerd weefseldébris. osteoclasten,
Presenteren Ag en alveolaire
scheiden cytokines af: IL-1 macrofagen
en TNF-α
1
, Dendritische Ag-opname, vertering, Zijn
cellen presentatie aan naïeve T- Langerhanscellen in
cellen. huid.
2. Immunocyten = lymfocyten (voor afweer virussen en protozoa)
Cel Functie Receptoren
T-lymfocyten Cellulaire immuniteit. TCR en IL-1R
T-helper
Cytotoxische T
Regulerende (Treg): onderdrukken
immuunresponsen
B-lymfocyten Humorale immuniteit. Specifieke immunoglobulinen.
Immonglobulinen.
Kunnen omvormen tot plasmacellen
die Ig secreteren.
NK-cellen Lyseren cellen zonder Ag te Killercell activerende receptoren
herkennen en zonder sensibilisatie. die binden op HLA.
Tumorale of viraal-geïnfecteerde KIR (killer cell immunoglobulin Ig-
cellen. like receptor) bindt om klasse I HLA
om eigen cellen te beschermen.
Vermindering van HLA op
doelwitcel: lyse geactiveerd.
Samenwerking tussen cellen. Ook met proteïne systemen: immunoglobulinen (Fc-receptoren om
granulocyten, monocyten en NK-cellen) en complement (C3b receptoren op neutrofielen en
monocyten)
Trombocyten/bloedplaatjes
Rol in hemostase: primaire klonter na vaatwandbeschadiging.
Bloedcellen hebben beperkte levensduur. Met uitzondering van lymfocyten (proliferatie in lymfoïde
organen) alle bloedcellen terminale cellen. Omdat ze niet delen moeten er continu aangemaakt
worden. Gebeurd in beenmerg en wordt hematopoiese of hemopoiese genoemd. RBC zijn 1/3 e van
menselijk lichaam.
1.2 Organisatie van de hematopoiese: hematopoietische stamcellen
en progenitoren
In beenmerg zitten pluripotente hematopoietische stamcellen. Ze zijn weinig talkrijk dus moeten ook
zichzelf onderhouden: zelfhernieuwing. Een deel behoud stamcelkarakter.
Stamcellen geven aanleiding tot
- Lymfoïde multipotente progenitoren
- Multipotente gemengde myeloïde progenitoren: CFU-GEMM (colony-forming unit
granulocyte erythrocyte macrophage megakaryocyte)
2
,Eerste differentiëren tot:
- T-cel progenitoren; rijpen in thymus tot T-lymfocyten
- B-cel progenitoren, rijpen in beenmerg tot B-lymfocyten
- NK-cel progenitoren
CFU-GEMM
BFU-E CFU-GM CFU-Eo CFU-Baso CFU-Meg
Basofile
CFU-E CFU-G CFU-M Eosinofielen Megakaryocyten
granulocyten
Neutrofiele
Erythrocyten Monocyten Bloedplaatjes
granulocyten
Macrofagen
BFU-E: Burst-forming unit erythroid
CFU-GM: Conoly-forming unit granulocyte macrophage
CFU-Eo: Colony-forming unit eosinophil
CFU-Baso: Colony-forming unit basophil
CFU-Meg: Colony-forming unit magakaryocyte
CFU: Colony-forming unit erythroid
CFU-G: Colony-forming unit granulocyte
CFU-M: Colony-forming unit monocyt
Progenitoren geven aanleiding tot precursoren. Deze vormen groot deel herkenbare cellen in
beenmerg.
Myeloide of granulocytaire reeks
Myeloblast -> promyelocyt -> myelocyt -> metamyelocyt -> granulocyt
Primaire korrels in promyelocyt
Secundaire korrels in myelocyt.
Monocytaire reeks
Monoblast -> promoncyt -> monocyt
Rode reeks
3
, Proerytroblast -> basofiele erytroblast -> polychromatofiele erytroblast -> acidofiele erytroblast ->
reticulocyt -> RBC
Bloedplaatjes reeks
Megakaryoblast -> promegakaryocyt ->megakaryocyt
Gekenmerkt door endomitose. Bloedplaatjes ontstaan door afbrokkeling cytoplasma
megakaryocyten.
Myeloid kan 2 betekenissen hebben.
1: brede zin: niet-lymfoid
2: nauwe zin: granulocytair of granulo-monocytair.
1.3 Hematopoietische groeifactoren
Hematopoiese wordt gecontroleerd door interactie stamcellen en progenitoren met glycoproteïnen:
hematopoietische groeifactoren.
Eigenschappen:
1. Werking is hiërarchisch geregeld
2. Sommigen geproduceerd door verschillende celtypen
3. Werken op meer dan 1 celreeks
4. Werken niet alleen op progenitorcompartiment maar ook op rijpe eindcellen
5. Ontstaan van synergetische of additieve interacties met andere groeifactoren
4 hematopoietische groeifactoren:
Factor Werking
G-CSF (granulocyte stimulating factor) Monopotente granulocytaire progenitoren (CFU-G)
naar rijpe granulocyten.
Ook andere plaatsen.
M-CSF (monocyte stimulating factor) Niveau van CFU-M
GM-CSF (granulocyte macrophage…) Vorming granulocyten en monocyten.
Niveau van multipotente en bipotente progenitoren
(CFU-GEMM en CFU-GM)
Interleukine 3 IL-3 Vorming van granulocyten, monocyten, bloedplaatjes,
RBC)
Multipotente progenitor (CFU-GEMM)
Ook andere groeifactoren of cytokines interleukines.
Interleukine Productie door Werking
IL-1 Monocyten/macrofagen Inflammatoire cytokine.
Helpt T-lymfocyten activatie.
Stimuleert endotheliale cellen en
fibroblasten tot G-CSF, M-CSF, GM-
CSF, IL-6
IL-2 Geactiveerde T-lymfocyten Onderhouden proliferatie T-cellen en
NK-cellen
IL-3 Geactiveerde T-lymfocyten CFU-GEMM
IL-5 (B-cel Geactiveerde T-lymfocyten CFU-Eo: bevordert productie
groeifactor II) eosinofielen.
4