Leerjaar 1, Blok B (2020/2021)
HC1 Binoculair zien Het cyclopenoog en de vijf stadia van binoculair enkelzien
HC2 Binoculair zien Correspondentie en PEK
HC1 Binoculair zien Het cyclopenoog en de vijf stadia van binoculair enkelzien
Binoculair enkelzien = BEZ
➢ Normaal – geen scheelzien
o Fovea OD = Fovea OS
➢ Abnormaal – scheelzien
o Fovea OD ≠ Fovea OS
Binoculair zien = BZ
Homonieme diplopie: beeld van het rechteroog wordt rechts gezien.
Worth’s gradatie van binoculair zien:
➢ 1e graad is simultaanperceptie
➢ 2e graad is fusie
➢ 3e graad is stereoscopisch zien
5 aspecten van binoculair zien:
1. Simultaanperceptie
2. Superimpositie
3. Sensorische fusie
4. Motorische fusie
5. Stereoscopisch zien
Simultaanperceptie: het vermogen om twee niet-identieke beelden, elk via één oog,
gelijktijdig waar te nemen.
➢ Hoeven niet in dezelfde richting te worden gelokaliseerd.
➢ Prikkeling van niet-corresponderende punten.
➢ Aantonen onder volledige dissociatie.
Superimpositie: het vermogen om twee niet-identieke beelden, elk via één oog, gelijktijdig
in dezelfde richting waar te nemen.
➢ Prikkeling van corresponderende punten.
➢ Retinarivaliteit
➢ Hole in hand
Sensorische fusie: het vermogen om twee identieke beelden, elk via één oog, gelijktijdig in
dezelfde richting waar te nemen.
Voorwaarde sensorische fusie:
➢ Gelijke grootte
➢ Gelijke scherpte
➢ Gelijke kleur en helderheid
Motorische fusie: het vermogen om een versmolten beeld te blijven zien of te verkrijgen
door middel van (een) vergentiebeweging(en).
Richtingen motorische fusie:
➢ Horizontaal
o Positief / convergent
, o Negatief / divergent
➢ Verticaal
➢ Torsioneel
Stereoscopisch zien: het vermogen om twee identieke beelden, door elk oog afzonderlijk,
onder een iets andere hoek waar te nemen en te versmelten tot één beeld met
dieptewaarneming tot gevolg.
➢ Berust op dwarsdisparatie = Panum’s Area.
Normale Retina Correspondentie = NRC
➢ Bij intermittent strabismus en verworven strabismus.
Dissociatie: het in meer of mindere mate verbreken van de samenwerking tussen de ogen.
➢ Proefomstandigheden = volledige dissociatie
o Synoptofoor of Maddoxglas
➢ Dagelijkse omstandigheden = weinige dissociatie
o Glazen van Bagolini
Monoculair dieptezien:
➢ Bewegings-parallax
o Objecten verder weg lijken mee te bewegen en objecten dichtbij bewegen
sneller.
➢ Lineair perspectief
➢ Overlap contouren
➢ Verdeling licht-schaduw
➢ Bekendheid van de grootte
➢ Ruimtelijk perspectief
HC1 Binoculair zien Het cyclopenoog en de vijf stadia van binoculair enkelzien
HC2 Binoculair zien Correspondentie en PEK
HC1 Binoculair zien Het cyclopenoog en de vijf stadia van binoculair enkelzien
Binoculair enkelzien = BEZ
➢ Normaal – geen scheelzien
o Fovea OD = Fovea OS
➢ Abnormaal – scheelzien
o Fovea OD ≠ Fovea OS
Binoculair zien = BZ
Homonieme diplopie: beeld van het rechteroog wordt rechts gezien.
Worth’s gradatie van binoculair zien:
➢ 1e graad is simultaanperceptie
➢ 2e graad is fusie
➢ 3e graad is stereoscopisch zien
5 aspecten van binoculair zien:
1. Simultaanperceptie
2. Superimpositie
3. Sensorische fusie
4. Motorische fusie
5. Stereoscopisch zien
Simultaanperceptie: het vermogen om twee niet-identieke beelden, elk via één oog,
gelijktijdig waar te nemen.
➢ Hoeven niet in dezelfde richting te worden gelokaliseerd.
➢ Prikkeling van niet-corresponderende punten.
➢ Aantonen onder volledige dissociatie.
Superimpositie: het vermogen om twee niet-identieke beelden, elk via één oog, gelijktijdig
in dezelfde richting waar te nemen.
➢ Prikkeling van corresponderende punten.
➢ Retinarivaliteit
➢ Hole in hand
Sensorische fusie: het vermogen om twee identieke beelden, elk via één oog, gelijktijdig in
dezelfde richting waar te nemen.
Voorwaarde sensorische fusie:
➢ Gelijke grootte
➢ Gelijke scherpte
➢ Gelijke kleur en helderheid
Motorische fusie: het vermogen om een versmolten beeld te blijven zien of te verkrijgen
door middel van (een) vergentiebeweging(en).
Richtingen motorische fusie:
➢ Horizontaal
o Positief / convergent
, o Negatief / divergent
➢ Verticaal
➢ Torsioneel
Stereoscopisch zien: het vermogen om twee identieke beelden, door elk oog afzonderlijk,
onder een iets andere hoek waar te nemen en te versmelten tot één beeld met
dieptewaarneming tot gevolg.
➢ Berust op dwarsdisparatie = Panum’s Area.
Normale Retina Correspondentie = NRC
➢ Bij intermittent strabismus en verworven strabismus.
Dissociatie: het in meer of mindere mate verbreken van de samenwerking tussen de ogen.
➢ Proefomstandigheden = volledige dissociatie
o Synoptofoor of Maddoxglas
➢ Dagelijkse omstandigheden = weinige dissociatie
o Glazen van Bagolini
Monoculair dieptezien:
➢ Bewegings-parallax
o Objecten verder weg lijken mee te bewegen en objecten dichtbij bewegen
sneller.
➢ Lineair perspectief
➢ Overlap contouren
➢ Verdeling licht-schaduw
➢ Bekendheid van de grootte
➢ Ruimtelijk perspectief