Leerjaar 1, Blok B (2020/2021)
HC5 Medisch Anatomie van nabij trias
Tentamenvragen:
1. Wat past het beste bij 1?
a. Visceromotorisch
b. Viscerosensibel
c. Somatosensibel
d. Somatomotorisch
2. Er gaat een naald in de huid. Welk deel in het model hier rechts past daar het beste
bij?
a. 1
b. 2
c. 3
d. 4
3. Wat staat aangegeven bij 1?
a. Perimysium
b. Endomysium
c. Epimysium
, 4. Hierboven staat een tekening van een sarcomeer. Welke stelling hieronder is juist?
a. Bij 1 staat de z-lijn aangegeven
b. Troponine en tropomyosine kunnen we vinden bij de structuur die met 3 wordt
aangegeven
c. Dit sarcomeer is in rust
5. Acetylcholinesterase zorgt voor:
a. Versterking van de actiepotentiaal
b. Transport van acetylcholine naar de synaps
c. Openen van de Na+ kanaaltjes
d. Afbraak van acetylcholine
6. Wat staat er bij 6 aangegeven?
a. Cel
b. Organel
7. Wat kun je zeggen over de m. rectus lateralis OS in deze twee situaties? In situatie 2:
a. Ontvangt deze meer IPSP dan in situatie 1
b. Zijn er meer motorische eenheden aangespannen dan in situatie 1
Antwoorden tentamenvragen:
1. A
2. A
3. C
4. C
5. D
6. B
7. B
HC5 Medisch Anatomie van nabij trias
Tentamenvragen:
1. Wat past het beste bij 1?
a. Visceromotorisch
b. Viscerosensibel
c. Somatosensibel
d. Somatomotorisch
2. Er gaat een naald in de huid. Welk deel in het model hier rechts past daar het beste
bij?
a. 1
b. 2
c. 3
d. 4
3. Wat staat aangegeven bij 1?
a. Perimysium
b. Endomysium
c. Epimysium
, 4. Hierboven staat een tekening van een sarcomeer. Welke stelling hieronder is juist?
a. Bij 1 staat de z-lijn aangegeven
b. Troponine en tropomyosine kunnen we vinden bij de structuur die met 3 wordt
aangegeven
c. Dit sarcomeer is in rust
5. Acetylcholinesterase zorgt voor:
a. Versterking van de actiepotentiaal
b. Transport van acetylcholine naar de synaps
c. Openen van de Na+ kanaaltjes
d. Afbraak van acetylcholine
6. Wat staat er bij 6 aangegeven?
a. Cel
b. Organel
7. Wat kun je zeggen over de m. rectus lateralis OS in deze twee situaties? In situatie 2:
a. Ontvangt deze meer IPSP dan in situatie 1
b. Zijn er meer motorische eenheden aangespannen dan in situatie 1
Antwoorden tentamenvragen:
1. A
2. A
3. C
4. C
5. D
6. B
7. B