Leerjaar 1, Blok A (2020/2022)
Nevelmethode
Stap 1 Voorbereiding
- Jezelf voorstellen en de S doorlopen.
➢ Zeggen dat er eerst vragen gesteld worden en wat het doel is van het
onderzoek.
➢ Naar NAW gegevens vragen (datum en naam).
➢ Anamnese afnemen.
▪ Wat is de reden van uw bezoek?
▪ Draagt u een bril of contactlenzen? Zo ja welke sterkte en hoe lang
draagt u deze al?
▪ Komen er in de familie oogproblemen voor?
▪ Heeft u last van allergieën?
▪ Gebruikt u enige medicatie die invloed kunnen hebben op het oog?
▪ Is voor de rest alles goed met uw gezondheid?
➢ Zorgvraag opstellen.
- Handen wassen.
- Bril schoonmaken.
- P.D. en H.A. opmeten.
- Pasbril opzetten met foutglas en oog afdekken.
‘’Tijdens dit onderzoek ga ik de sterkte van uw ogen bepalen. Dit doe ik door glaasjes voor
het oog te houden.’’
Stap 2 Visus meten
De maximale visus zonder correctie bepalen.
‘’Op het verlichte vlak ziet u een aantal regels met letters. Kunt u deze letters / de kleinst
mogelijke letters voor mij oplezen? Het is tijdens het lezen van de letters niet erg als u fouten
maakt.’’
Tip: niet meer dan 2/5 fout.
Stap 3 Sferische refractie
‘’Als u naar de … regel kijkt, wordt het dan met het volgende glas beter, slechter of gelijk?’’
- Proefglazen volgens 8-4-2 regel kiezen.
➢ Visus ≥ 0.8 → S+0,25 (en S-0,25).
➢ Visus < 0.8 → S+0,50 (en S-0,50).
➢ Visus < 0.4 → S+1,00 (en S-1,00).
➢ Visus < 0.2 → S+1,50 (en S-1,50).
- Eerst positieve proefglazen voorhouden.
➢ Met positief proefglas beter → geven.
➢ Met positief proefglas gelijk → geven.
➢ Met positief proefglas slechter → niet geven.
- Negatieve proefglazen voorhouden (alleen indien positieve glazen slechter worden).
➢ Met negatief proefglas beter → geven.
➢ Met negatief proefglas gelijk → niet geven.
➢ Met negatief proefglas slechter → niet geven.
Tip: beter betekent dat er méér letters gelezen kunnen worden, dus niet kleiner en/of
zwarter.
Nevelmethode
Stap 1 Voorbereiding
- Jezelf voorstellen en de S doorlopen.
➢ Zeggen dat er eerst vragen gesteld worden en wat het doel is van het
onderzoek.
➢ Naar NAW gegevens vragen (datum en naam).
➢ Anamnese afnemen.
▪ Wat is de reden van uw bezoek?
▪ Draagt u een bril of contactlenzen? Zo ja welke sterkte en hoe lang
draagt u deze al?
▪ Komen er in de familie oogproblemen voor?
▪ Heeft u last van allergieën?
▪ Gebruikt u enige medicatie die invloed kunnen hebben op het oog?
▪ Is voor de rest alles goed met uw gezondheid?
➢ Zorgvraag opstellen.
- Handen wassen.
- Bril schoonmaken.
- P.D. en H.A. opmeten.
- Pasbril opzetten met foutglas en oog afdekken.
‘’Tijdens dit onderzoek ga ik de sterkte van uw ogen bepalen. Dit doe ik door glaasjes voor
het oog te houden.’’
Stap 2 Visus meten
De maximale visus zonder correctie bepalen.
‘’Op het verlichte vlak ziet u een aantal regels met letters. Kunt u deze letters / de kleinst
mogelijke letters voor mij oplezen? Het is tijdens het lezen van de letters niet erg als u fouten
maakt.’’
Tip: niet meer dan 2/5 fout.
Stap 3 Sferische refractie
‘’Als u naar de … regel kijkt, wordt het dan met het volgende glas beter, slechter of gelijk?’’
- Proefglazen volgens 8-4-2 regel kiezen.
➢ Visus ≥ 0.8 → S+0,25 (en S-0,25).
➢ Visus < 0.8 → S+0,50 (en S-0,50).
➢ Visus < 0.4 → S+1,00 (en S-1,00).
➢ Visus < 0.2 → S+1,50 (en S-1,50).
- Eerst positieve proefglazen voorhouden.
➢ Met positief proefglas beter → geven.
➢ Met positief proefglas gelijk → geven.
➢ Met positief proefglas slechter → niet geven.
- Negatieve proefglazen voorhouden (alleen indien positieve glazen slechter worden).
➢ Met negatief proefglas beter → geven.
➢ Met negatief proefglas gelijk → niet geven.
➢ Met negatief proefglas slechter → niet geven.
Tip: beter betekent dat er méér letters gelezen kunnen worden, dus niet kleiner en/of
zwarter.