100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Taal in de onderbouw jaar 1

Beoordeling
4,0
(1)
Verkocht
3
Pagina's
47
Geüpload op
20-02-2022
Geschreven in
2019/2020

Dit is een samenvatting van het tentamen taal in de onderbouw dat je in jaar 1 op de pabo krijgt. Deze zelfgemaakte samenvatting hielp mij voor het leren van de toets. De toets heb ik met een mooie 7,8 behaald.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
20 februari 2022
Aantal pagina's
47
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Abecedaria
Het eerste spelboekje waarbij het alfabet werd aangeleerd met een ABC gedicht.

Affix
1. Prefix: voorvoegsel. Bv verleren.
2. Suffix: achtervoegsel. Bv leerbaar.

Afleiding
Een woord met een affix (voor-of achtervoegsel).
Een gebonden morfeem wordt een bestaand woord toegevoegd en vormt zo een nieuw
woord, bijvoorbeeld land + ing. Ook kunnen door een afleiding de grondwoorden van een
woordsoort veranderen, zoals: ziel + ig: van zelfstandig naamwoord nar bijvoeglijk
naamwoord.

Analogie strategie
Spelling wordt gehanteerd door het te vergelijken met een ander woord.

Auditieve analyse
De vaardigheid om in een woord verschillende fonemen te onderscheiden.

Auditieve discriminatie
De vaardigheid om overeenkomsten en verschillen tussen klanken of woorden te kunnen
vaststellen.

Auditieve objectivatie
De vaardigheid om te reflecteren op klanken.

Auditieve synthese
De vaardigheid om losse klanken samen te voegen tot een woord.

Auditieve vaardigheden
De lezer beschikt over deelvaardigheden die hem in staat stellen met zijn gehoor klanken te
onderscheiden.

Begrijpend luisteren
Het begrijpen van gesproken taal. Afhankelijkheid ligt bij de woordenschat, voorkennis en de
luisterstrategieën.

Behaviorisme
Taal leren door imitatie, bekrachtiging en conditionering.


Categoriseren
Kenmerk uit de vroeglinguale periode.Door te categoriseren (voorwerpen en bijbehorende
woorden groeperen) leert het kind steeds meer over de betekenis van het woord.

,Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT)
De vaardigheid om taal op een abstract niveau te kunnen gebruiken om zo in een schoolse
context nieuwe informatie te kunnen verwerven en verwerken.
In schoolse situaties moeten leerlingen kunnen beschikken over meer abstracte taal
(Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT)), dan in dagelijkse situaties, waarin vaak
meer concrete taal volstaat (Dagelijks Algemeen Taalgebruik (DAT)).
Deze twee typen taal onderscheiden zich vooral op de dimensies cognitieve complexiteit
(rapporteren is bijvoorbeeld gemakkelijker dan argumenteren) en contextuele steun (de
uitleg van de werking van een sluis is bijvoorbeeld gemakkelijker te volgen als illustraties of
filmbeelden worden gebruikt).


Cognitieve taalfuncties
De spreker hanteert cognitieve functies van taal om te verwijzen naar betekenissen en
concepten. Via taal benoemt en ordent hij de werkelijkheid.
Cognitieve taalfuncties kunnen op de volgende manier gerangschikt worden op mate van
complexiteit:
 Rapporteren: verslag doen van iets wat in de werkelijkheid voorkomt. Hieronder
vallen:
-Benoemen/etiketteren
-Beschrijven
-Vergelijken (Dit is een visje met een lange staart, die andere is korter.)

 Redeneren: beschrijving waarin een extra denkstap wordt verwoord. Hieronder
vallen:
-chronologisch ordenen
-concluderen
-middel-doelrelatie of instrumentele relatie leggen
-oplossen van een probleem
-oorzaak-gevolgrelatie leggen (Als we de deur van de koelkast opendoen, gaat de
cavia piepen, want dan wil hij ook eten.)

 Projecteren: verplaatsen in de gedachten en de gevoelens van iemand anders.
Bv: Esra heeft geen zin om te spelen. Ze is verdrietig, want haar konijn is dood.

De cognitieve taalfuncties verwijzen naar de conceptualiserende functie van taal.

Communicatiemodel
 Het zakelijk aspect: de informatie de schrijver wilt overbrengen aan de lezer.
 Het expressieve aspect: de lezer kan opmaken hoe de schrijver zich verhoudt
tegenover het onderwerp.
 Het relationele aspect: schrijven is altijd bedoeld voor een bepaald soort lezer waar
rekening mee gehouden met worden.
 Het appellerend aspect: de bedoeling die schrijver heeft met zijn boodschap

,Communicatieve competentie
Het vermogen tot communiceren.
Dit begrip wordt in vier typen deelcompetenties gesplitst:

 Grammaticale competentie: de taalgebruiker beschikt over fonologische en
syntactische vaardigheden en over een adequate woordenschat.

 Tekstuele competentie: de taalgebruiker is vaardig in het doorzien van de opbouw
van teksten en kan teksten structureren.

 Strategische competentie: de taalgebruiker kan strategieën hanteren om
communicatieve doelen te bereiken (bijvoorbeeld overtuigen, aanzetten tot actie).

 Functionele competentie: de taalgebruiker kan zijn taalgebruik aanpassen aan
specifiek contexten.

Communicatieve functie van taal
Taal wordt gebruikt om te communiceren met anderen. Een taalgebruiker wil iemand
bijvoorbeeld informeren of amuseren.

Conceptualiseren de functie van taal
Taal wordt gebruikt om de werkelijkheid te ordenen. Via de taal die je gebruikt, verwijs je
voortdurend naar betekenissen en concepten. Een taalgebruiker benoemt de werkelijkheid
om zich heen en beschrijft relaties. Hiermee krijgt hij grip op die werkelijkheid.

Constructief leren
Leren door zelf te ontdekken en te doen.

Controlevragen
Er zijn verschillende soorten vragen.
Je kunt vragen indelen naar hun (didactische) doel:

 Oplossingsgerichte vragen (Welke lessen wil jij dan hebben vandaag?);
 Controlevragen (Kun je nog eens uitleggen hoe dat werkt?);
 Reproducerende vragen (Wat is de hoofdstad van Spanje?);
 Diagnosticerende vragen (Weet je nog wat hoofdsteden waren?);
 Opiniërende of evaluatieve vragen (Wat vind jij daarvan?).

Convergente vragen
Problemen/vragen (begrip), waar in principe maar één antwoord op te geven is, moeten
d.m.v. redeneren worden opgelost.
Bv: 'hoe komt het dat de waterleiding kan springen als het vriest?'

Cultuursprookje
Geschreven door Hans Andersen. Sprookjes zoals: de kleine zeemeermin en het meisje met
de zwavelstokjes.

, Dagelijks Algemeen Taalgebruik (DAT)
Concrete taal die een kind in dagelijkse situaties verwerft en in dagelijkse situaties nodig
heeft.

Denkend schrijven
Kinderen schrijven, zonder onderbreking, in een aantal minuten op wat ze weten over het
onderwerp.

DI-model
1. Terugblik
2. Oriëntatie
3. Uitleg
4. Begeleide in oefening
5. Zelfstandige verwerking
6. Evaluatie
7. Terug- en vooruitblik

Diagnostische vragen
Er zijn verschillende soorten vragen.
Je kunt vragen indelen naar hun (didactische) doel:

 Oplossingsgerichte vragen (Welke lessen wil jij dan hebben vandaag?);
 Controlevragen (Kun je nog eens uitleggen hoe dat werkt?);
 Reproducerende vragen (Wat is de hoofdstad van Spanje?);
 Diagnosticerende vragen (Weet je nog wat hoofdsteden waren?);
 Opiniërende of evaluatieve vragen (Wat vind jij daarvan?).

Directe instructie
Effectief leren door nieuwe informatie te verbinden aan aanwezig kennis.

Divergente vragen
Dit zijn vragen/problemen waar in principe meerdere oplossingen voor te geven zijn.
Vb: 'hoe zouden we kunnen komen naar 'vrede op aarde'?'

Elementaire leeshandeling
De eerste leesstrategie die de leerling zich eigen maakt: een geschreven woord opsplitsen in
grafemen en daar de bijbehorende fonemen aan koppelen.
De elementaire leeshandeling vormt de grondslag van de leesvaardigheid. Het is gebaseerd
op het fonologisch principe van ons schriftsysteem: een foneem wordt weergegeven door
een grafeem.
Deze leesstrategie bestaat uit de volgende stappen: - het geschreven woord visueel
analyseren in afzonderlijke grafemen, bijvoorbeeld in het woord tuin de grafemen t, ui en n; -
de juiste fonemen koppelen aan de grafemen, bijvoorbeeld /t/ aan t; - de volgorde van de
fonemen onthouden;

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jackiepabo Hogeschool InHolland
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
17
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
13
Documenten
8
Laatst verkocht
7 maanden geleden

4,3

3 beoordelingen

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen