Week 1
Onderwerpen schending mensenrechten: (VB)
- Willekeurig aanvallen burgers
- Geweld tegen vrouwen
- Etnische zuiveringen
- Ontvoering
- Foltering
Kenmerken v. mensenrechten:
- Mens – zijn, rechten vangen aan bij geboorte (gelijkheidsbeginsel ten grondslag)
- Gerespecteerd/nageleefd door overheid
- Niet statisch maar in ontwikkeling ‘living instrument’
- Onvervreemdbaar = kan rechten niet verliezen, wel afstand v. doen
Onvervreemdbaarheid invalshoeken:
1: onderscheid tussen welke mensenrechten er wel en geen afstand kan worden
gedaan
2: Overheid verplicht om te beschermen wanneer burger afstand wil doen
3: Het afstand doen van de rechten mag niet leiden tot een verminderde
autonomie v. burger
Functies:
- Individueel: Handelen van overheid begrenzen
- menselijke realisatie -> ontplooiing
- Maatschappij: Vrede en rechtvaardigheden
Mensenrechten kunnen een gemeenschappelijk of individueel doel hebben
Bijzondere status: mensenrechten lijken onschendbaar maar de rechten zijn niet
absoluut en mogen bij uitzondering wijken wanneer het gaat om een serieus
maatschappelijk belang.
Verplichtingen v/d staat:
1. Onthoudingsplicht -> staat neemt een terughoudende rol aan
2. Beschermingsplicht -> bijv. strafbepalingen/grenzenstellen/waarborgen
rechten
3. Plicht tot verwezenlijking
* Verzekeringsplicht VB: watervoorziening
* Beleidsplicht VB: woonruimte
Negatieve verplichting: onthoudingsplicht
Positieve verplichting: Beschermingsplicht, plicht tot verwezenlijking
Toezicht op naleving
Comité houdt toezicht
IVBPR: art. 40 ‘staten rapport’ -> staten moeten rapport uitbrengen over
maatregelen die ze nemen
IVESCR: Comité brengt rapport uit over staten
Comité v. ministers zorgt voor de naleving van:
- EVRM
, - ESH
Ministers zijn toezichthoudend -> bestaat uit alle buitenlandse ministers en kan
resolutie aannemen
In geval van schendig kan er schorsing plaatsvinden = lidstaat mag tijdelijk niet
meedoen. Vooral moraal doeleinde en dit is preventieve werking. Comité v.
ministers kan het lidmaatschap opzeggen.
Overheden moeten de mensenrechten binnen jurisdictie waarborgen
-> niet alleen eigen territorium maar ook waar de overheden effectieve controle
op uitoefent
Werking v/d mensenrechten:
Horizontale werking: burger <-> overheid
Verticale werking: burger <-> burger
Horizontale werking
Burger <-> Overheid
Bij de horizontale werking is er een concrete uitwerking per grondrecht -> om elk
geval goed te bepalen moet er rekening gehouden worden met:
- proportionaliteitsbeginsel (belangen afwegen)
- Kernaspecten <-> Periferie (zone – rondom)
1. Afdwingbaarheid
Mensen rechten afdwingen
Omtrent internationale bepalingen kan het worden afgedwongen bij:
- Nationale rechtbank (rechtstreekse werking)
Beroep kan tegen: Staat of Burger
- Internationale instellingen
Beroep kan tegen: Staat of Burger
Bij Burger: indirecte horizontale werking. In beginsel kan men niet bij een
instelling ‘vs. burger’, maar omdat bijv. mensenrechten zijn aangevoerd dat de
Staat is nagelaten om op te treden tegen de schending. (denk aan wc 6)
2. Botsing
Verschillende rechten botsen met elkaar
VB: SGP geen vrouwen op kieslijst (op basis v. geloof).
! botsende rechten
Vrijheid v. meningsuiting <-> Discriminatie v. vrouwen
VB: waarbij plichten v. overheid in botsing komen
Een echtpaar vraagt de overheid te handelen/actie te nemen.
Onthoudingsplicht <-> Financiering behandeling van kinderloos echtpaar
(geen inbreuk privé/gezin)
Bronnen
Algemene verdragen
- UVRM