Lesopdracht Instructie 10 Vermogensoverheveling
Wetgeving 2021
Lesopdracht Vermogensoverheveling Instructie 10
Opgave 1
Op 15 november 2020 schenkt Hans aan zijn dochter Floor (25 jaar) € 15.000. Er wordt bij
deze vrijstelling geen gebruik gemaakt van de eenmalige verhoogde vrijstelling. Er wordt €
948 aan schenkbelasting betaald. Op 3 maart 2021 komt Hans te overlijden. Floor is één
van de erfgenamen en haar verkrijging krachtens erfrecht is € 120.000.
Hoeveel erfbelasting is Floor verschuldigd in verband met het overlijden van haar
vader?
Er is en kan geen gebruik meer gemaakt kunnen worden van de verhoogde
schenkingsvrijstelling, omdat de aangifte dan binnen 2 maanden van het volgend
kalenderjaar gedaan moet worden. Daarom sprake van een fictieve verkrijging o.b.v. art. 12
lid 3 sub 1. (schenking binnen 180 dagen voor overlijden)
Verkrijging krachtens erfrecht incl fictieve verkrijging 135.000
Vrijstelling 21.282 –
113.718
Erfbelasting 10% = 11.371
Reeds betaalde schenkbelasting 948 -/-
Verschuldigde erfbelasting 10.423
Opgave 2
Michiel en Yvette zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Zij hebben een
levensverzekering afgesloten die € 500.000 uitkeert bij het overlijden van Michiel. De premie
bedraagt jaarlijks € 1.500 en tot het moment van overlijden van Michiel is er 10 jaar premie
betaald.
a. Is er sprake van een fictieve verkrijging als Michiel komt te overlijden? Licht je
antwoord toe.
Art. 13 SW geeft aan dat een verkrijging uit een levensverzekering (overeenkomst) een
verkrijging krachtens erfrecht is. Hierop is 1 uitzondering: als de begunstigde kan
aantonen dat er niets is onttrokken aan het vermogen van der erflater, dan si er geen
sprake van een fictieve verkrijging. In de praktijk mogen de premies voor de verzekering
in dat geval niet ten laste van het vermogen van de erflater zijn gekomen. Er is dus
sprake van een fictieve verkrijging, de premies zijn uit de gemeenschap betaald; er is dus
geen sprake van privé vermogen alleen maar van gemeenschappelijk vermogen.
De uitkering is een fictieve verkrijging.
b. Zo ja, hoe hoog is deze fictieve verkrijging. Motiveer je antwoord.
Alleen het deel is belast dat kan worden toegerekend aan de onttrekkingen van de
erfkater (art. 13 lid 1 SW). Michiel (de erflater) heeft 50% van de premies betaald, dus
Wetgeving 2021
Lesopdracht Vermogensoverheveling Instructie 10
Opgave 1
Op 15 november 2020 schenkt Hans aan zijn dochter Floor (25 jaar) € 15.000. Er wordt bij
deze vrijstelling geen gebruik gemaakt van de eenmalige verhoogde vrijstelling. Er wordt €
948 aan schenkbelasting betaald. Op 3 maart 2021 komt Hans te overlijden. Floor is één
van de erfgenamen en haar verkrijging krachtens erfrecht is € 120.000.
Hoeveel erfbelasting is Floor verschuldigd in verband met het overlijden van haar
vader?
Er is en kan geen gebruik meer gemaakt kunnen worden van de verhoogde
schenkingsvrijstelling, omdat de aangifte dan binnen 2 maanden van het volgend
kalenderjaar gedaan moet worden. Daarom sprake van een fictieve verkrijging o.b.v. art. 12
lid 3 sub 1. (schenking binnen 180 dagen voor overlijden)
Verkrijging krachtens erfrecht incl fictieve verkrijging 135.000
Vrijstelling 21.282 –
113.718
Erfbelasting 10% = 11.371
Reeds betaalde schenkbelasting 948 -/-
Verschuldigde erfbelasting 10.423
Opgave 2
Michiel en Yvette zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Zij hebben een
levensverzekering afgesloten die € 500.000 uitkeert bij het overlijden van Michiel. De premie
bedraagt jaarlijks € 1.500 en tot het moment van overlijden van Michiel is er 10 jaar premie
betaald.
a. Is er sprake van een fictieve verkrijging als Michiel komt te overlijden? Licht je
antwoord toe.
Art. 13 SW geeft aan dat een verkrijging uit een levensverzekering (overeenkomst) een
verkrijging krachtens erfrecht is. Hierop is 1 uitzondering: als de begunstigde kan
aantonen dat er niets is onttrokken aan het vermogen van der erflater, dan si er geen
sprake van een fictieve verkrijging. In de praktijk mogen de premies voor de verzekering
in dat geval niet ten laste van het vermogen van de erflater zijn gekomen. Er is dus
sprake van een fictieve verkrijging, de premies zijn uit de gemeenschap betaald; er is dus
geen sprake van privé vermogen alleen maar van gemeenschappelijk vermogen.
De uitkering is een fictieve verkrijging.
b. Zo ja, hoe hoog is deze fictieve verkrijging. Motiveer je antwoord.
Alleen het deel is belast dat kan worden toegerekend aan de onttrekkingen van de
erfkater (art. 13 lid 1 SW). Michiel (de erflater) heeft 50% van de premies betaald, dus