Lesopdracht Vermogensoverheveling Instructie 4
Opgave 1
Arjan is 20 jaar oud. ‘s Nachts na een studentenfeestje overlijdt hij aan een alcoholvergiftiging.
Arjan was vrijgezel; beide ouders leven nog; zo ook zijn opa. Arjan heeft 2 zussen. Arjan heeft €
12.000 op de bank staan.
a. Wie erft de € 12.000?
De ouders en 2 zussen erven de 12.000
Totaal 4 personen, dus ieder ontvangt 3000.
Stel: Arjan woonde samen met een vriendin. Er was geen samenlevingscontract.
b. Wie erft de € 12.000?
Nog steeds de ouders en 2 zussen. Wanneer er geen samenlevingscontract is, is er ook geen
sprake van echtgenoot. Dus groep 2.
Opgave 1
Arjan is 20 jaar oud. ‘s Nachts na een studentenfeestje overlijdt hij aan een alcoholvergiftiging.
Arjan was vrijgezel; beide ouders leven nog; zo ook zijn opa. Arjan heeft 2 zussen. Arjan heeft €
12.000 op de bank staan.
a. Wie erft de € 12.000?
De ouders en 2 zussen erven de 12.000
Totaal 4 personen, dus ieder ontvangt 3000.
Stel: Arjan woonde samen met een vriendin. Er was geen samenlevingscontract.
b. Wie erft de € 12.000?
Nog steeds de ouders en 2 zussen. Wanneer er geen samenlevingscontract is, is er ook geen
sprake van echtgenoot. Dus groep 2.