Blok 4. Casus 1.
Onderzoekend vermogen
Transcriberen
Na het interview:
- Letterlijk uittypen van het interview (transcriberen ad verbatim)
- Eventueel tekst ter controle langs respondent (member checking)
Herhaaldelijk transcripten doorlezen en samenvatten
- Wat is de kern van het interview
- Wat is het antwoord op de (hoofd)vraag
Fragment = een klein relevant deel van je interview dat je in een begrip kunt vatten
Code = omschrijving van het fragment in een begrip (of een paar woorden)
Thema = overstijgend begrip dat een patroon van codes omvat
Wat is thematisch coderen?
- Methode om thema’s te identificeren, te analyseren en te rapporteren
Coderen kan twee richtingen op?
- Volledig coderen: begin tot eind (zonder richting: inductief)
- Selectief coderen: op zoek naar specifieke informatie (met richting: deductief)
Ontdekkingsfase
- Verkennen
- Coderen
Reductiefase
- Thematiseren
- Reviseren en verfijnen
- Vaststellen en structureren
- Presenteren
Wat is een goede code?
- Precies genoeg? Beknopt?
- Zijn er meerdere codes in het fragment?
- Geeft de code de kern weer?
- Is de code informatief genoeg?
-
,Blok 4. Casus 1. VTV
Shock = levensbedreigende aandoening door een tekort aan circulerend volume
Circulatoir falen -> celschade -> multi-orgaanfalen -> dood
Bloeddruk wordt bepaald door de perifere weerstand (diameter van de bloedvaten) en de cardiac
output (hartminuutvolume). De cardiac output bestaat uit de hartslagfrequentie en het slagvolume.
Verschillende soorten shock
1. Hypovolemische shock
a. Groot verlies van bloed
i. Hemorragische shock
b. Groot verlies van plasma
i. Non-hemorragische shock
De compensatie bij een hypovolemische shock bestaat uit adrenaline, antidiuretisch hormoon en
angiotensine II.
2. Cardiogene shock
a. Veroorzaakt door het hart
i. Hartinfarct
ii. Niet meer goed functioneren
3. Obstructieve shock
a. Oorzaak buiten hart om
b. Door obstructie
c. Vocht/pus/bloed in pericard
4. Distributieve shock
a. Te veel vasodilatatie
b. Sepsis: septische shock
c. Allergie: anafylactische shock
d. Neurologisch: neurogene shock
5. Cold shock
a. Vasoconstrictie
b. Lage bloeddruk
c. Huid: koud en klam
6. Warm shock
a. Snelle doorstroming
b. Zuurstof niet afgeven
c. Huid: rood, warm, droog
Bloeddrukdalingis niet een eerste symptoom van shock door het compensatie mechanisme.
Symptomen van een shock:
1. Tachycardie (>100/min)
2. Nauwelijks voelbare pols
3. Tachypneu (>20/min)
4. Oppervlakkige ademhaling
5. Oligurie (<20ML/uur)
6. Verwardheid
7. Onrust, angst
8. Verlaagd bewustzijn
9. Koude klamme huid
10. Warme droge huid
11. Braakneigingen
, 12. Geen/kleine bloeddrukdaling
13. Ernstige bloeddrukdaling
Orgaansystemen van Bakker
1. Respiratoir systeem
2. Cardiovasculair systeem
3. Zuurstofbalans myocard
4. Vocht- en elektrolytenbalans
5. Afweersysteem
6. Thermoregulatiesysteem.
7. Bloed
8. Digestief systeem
9. Zintuiglijk systeem
10. Neurologisch systeem – brein
11. Motorisch systeem
12. Endocrien systeem
, Blok 4. Casus 1.2
Ethiek
Denkwijzen bij besluitvorming
Gevolgenethiek
- Je kijkt alleen naar de gevolgen, de best mogelijke uitkomst voor de grootst mogelijke groep
Plichtethiek
- Principe-ethiek
-
Deugdethiek
Geschiedenis van de medische ethiek
- Hippocrates (weldoen en niet schaden)
- Arts centraal (deugdelijke arts)
- Opkomst individu (waarde/principe: respect voor autonomie)
- Maatschappelijk belang (waarde, principe: rechtvaardig)
- 4 principes in de medische ethiek
Principes medische ethiek
- Niet schaden
o Verplichting om eerst geen schade toe te brengen aan de patiënt
o Van geen schade aanbrengen, schade voorkomen, schade wegnemen naar ‘goed
doen’ (geleidelijke overgang)
o Schade rechtvaardigen (bijvoorbeeld bijwerkingen medicatie: prednison,
chemotherapie, gedwongen opname)
o Nu ook: patiëntveiligheid/ kwaliteit van zorg
- Weldoen
o De (morele) plicht om welzijn van patiënt te bevorderen (hoe iemand is) en
gezondheid na te streven
o Goed hulpverlenerschap volgens de professionele standaard
o Welbevinden bevorderen (hoe iemand zich voelt) wie bepaalt dat eigenlijk?