Muziektheorie samenvatting. A1, A2, B
Noten:
G-sleutel of vioolsleutel: staat voor de notenbalk voor hoge tonen. Plaats van de G.
F-sleutel of bassleutel: staat voor de notenbalk voor lage tonen. Plaats van de F.
Notenbalk met alle noten.
Noten met rusten.
+ 32ste noot + rust.
Stamtonen: dit zijn tonen zonder kruisen of mollen.
Laddereigen tonen: tonen die in een bepaalde toonladder thuishoren.
Als je een punt achter een noot zet, wordt deze noot met de helft van de waarde verlengd.
Als je meerdere achtste noten na elkaar hebt, worden ze verbonden met een waardestreep.
Octaven hebben een naam gekregen:
Subcontra – contra – groot – klein – ééngestreept t/m vijfgestreept -octaaf
Meerdere maten rust wordt anders aangegeven:
Bij een kruis # speel je de noot een halve toon hoger, er komt -is achter.
Of een dubbelkruis, dan speel je de noot een hele toon hoger en komt er
-isis achter.
Bij een mol b speel je de noot een halve toon lager, er komt -es of -s achter.
Of bij een dubbelmol bb speel je de noot een hele toon lager en komt er -ses achter.
Een kruis of mol wordt ongedaan gemaakt door een herstellingsteken.
V.L.N.R: kruis, mol, herstellingsteken, dubbelkruis, dubbelmol.
Voortekens aan de sleutel: gelden voor het hele muziekstuk en voor alle octaven.
, Toevallige voortekens, herstellingsteken: gelden tot de maatstreep en alleen voor dat octaaf.
Intervallen: afstand tussen twee noten of tonen.
Noten:
G-sleutel of vioolsleutel: staat voor de notenbalk voor hoge tonen. Plaats van de G.
F-sleutel of bassleutel: staat voor de notenbalk voor lage tonen. Plaats van de F.
Notenbalk met alle noten.
Noten met rusten.
+ 32ste noot + rust.
Stamtonen: dit zijn tonen zonder kruisen of mollen.
Laddereigen tonen: tonen die in een bepaalde toonladder thuishoren.
Als je een punt achter een noot zet, wordt deze noot met de helft van de waarde verlengd.
Als je meerdere achtste noten na elkaar hebt, worden ze verbonden met een waardestreep.
Octaven hebben een naam gekregen:
Subcontra – contra – groot – klein – ééngestreept t/m vijfgestreept -octaaf
Meerdere maten rust wordt anders aangegeven:
Bij een kruis # speel je de noot een halve toon hoger, er komt -is achter.
Of een dubbelkruis, dan speel je de noot een hele toon hoger en komt er
-isis achter.
Bij een mol b speel je de noot een halve toon lager, er komt -es of -s achter.
Of bij een dubbelmol bb speel je de noot een hele toon lager en komt er -ses achter.
Een kruis of mol wordt ongedaan gemaakt door een herstellingsteken.
V.L.N.R: kruis, mol, herstellingsteken, dubbelkruis, dubbelmol.
Voortekens aan de sleutel: gelden voor het hele muziekstuk en voor alle octaven.
, Toevallige voortekens, herstellingsteken: gelden tot de maatstreep en alleen voor dat octaaf.
Intervallen: afstand tussen twee noten of tonen.