H1 Communicatie
Communicatie: Het proces van tweerichtingsverkeer waarbij zender en
ontvanger beide actief kunnen zijn en van rol kunnen wisselen; communicatie
wordt in deze optiek gezien als een interactief proces
Intentionele communicatie: De zender heeft de bedoeling te communiceren
5 ontwikkelingen in de communicatie
- Van offline naar online
- De relatie staat centraal (afhankelijkheid)
- Medewerkers en organisaties communicatiever maken
- Geïntegreerde communicatie (corparaat, intern, marketing)
- Accountability (verantwoordelijkheid, verantwoording)
Communicatie als staffunctie: De afdeling valt rechtstreeks onder de directie
Communicatie als lijnfunctie: De afdeling valt onder een bepaalde dienst of
sector (marketing)
Marketingcommunicatie: Communicatie voor het behouden/verbetren van het
imago
HR-management: Werknemers zijn de belangrijkste factor voor het realiseren
van de organisatiedoelen
Functies communicatieproffesional
- Analyseren
- Adviseren
- Creëren
- Organiseren
- Begeleiden
- Managen
, H2 Theorie over communicatie
Zender: Degene die iets wil overdragen
Boodschap: Wat wil je overbrengen
- zakelijk aspect: feiten
- Expressief aspect: gevoel
- Relationeel aspect: verhouding van zender en ontvanger die uit de
boodschap blijkt
- Appelerend aspect: er wordt een beroep gedaan op de ontvanger
Medium: Waarmee wordt de boodschap overgebracht
Ontvanger: Degene die de boodschap ontvangt
Feedback: De reactie van de ontvanger
Terugkoppeling: De reactie van de zender op de feedback
Encoderen: Het omzetten van gedachten in een voor de ontvanger begrijpelijke
boodschap (tussen zender en boodschap)
Decoderen: Het omzetten van de boodschap in
eigen gedachten (tussen medium en
ontvanger)
Of de boodschap aankomt is afhankelijk
van:
Referentiekader: Het geheel van gewoonten, regels, ervaringen, normen en
waarden waarop de ontvanger zijn denken en handelen baseert
Interne ruis: De communicatie wordt verstoord door factoren binnne het directe
comm.proces
Externe ruis: Ruis veroorzaakt door factoren buiten het comm.proces
Redundantie: Overtollige informatie (functioneel/disfunctioneel)
Maatschappelijke en omgevingsfactoren: Concrete situatie heeft invloed op
het proces. Moment van de dag plaats maar ook cultuurverschillen.
Metacommunicatie: Communicatie over de communicatie
Soorten informatie:
- Informatie (neutraal)
- Voorlichting (bewuste hulp)
- Public relations (begrip tussen organisatie en publieksgroepen verbeteren)
- Reclame (overtuigende info)
- Propaganda (overbrengen ideeën)
Massacommunicatie: Communicatie die voor iedereen toegankelijk is
Interpersoonlijke comm: Er bevinden zich een beperkt aantal mensen in
elkaars nabijheid
Invloed van media op het communicatieproces
- Stimulus-Respons/injectienaald:
Ontvangers accepteren klakkeloos wat de zender hen voorschotelt.
(Injectienaaldtheorie)
- Two Step Flow:
Mensen laten zich meer sturen door elkaar dan door de media. (Eerst wordt een
beperkt aantal opinieleiders beïnvloed die vervolgens intermediair zijn tussen de
Communicatie: Het proces van tweerichtingsverkeer waarbij zender en
ontvanger beide actief kunnen zijn en van rol kunnen wisselen; communicatie
wordt in deze optiek gezien als een interactief proces
Intentionele communicatie: De zender heeft de bedoeling te communiceren
5 ontwikkelingen in de communicatie
- Van offline naar online
- De relatie staat centraal (afhankelijkheid)
- Medewerkers en organisaties communicatiever maken
- Geïntegreerde communicatie (corparaat, intern, marketing)
- Accountability (verantwoordelijkheid, verantwoording)
Communicatie als staffunctie: De afdeling valt rechtstreeks onder de directie
Communicatie als lijnfunctie: De afdeling valt onder een bepaalde dienst of
sector (marketing)
Marketingcommunicatie: Communicatie voor het behouden/verbetren van het
imago
HR-management: Werknemers zijn de belangrijkste factor voor het realiseren
van de organisatiedoelen
Functies communicatieproffesional
- Analyseren
- Adviseren
- Creëren
- Organiseren
- Begeleiden
- Managen
, H2 Theorie over communicatie
Zender: Degene die iets wil overdragen
Boodschap: Wat wil je overbrengen
- zakelijk aspect: feiten
- Expressief aspect: gevoel
- Relationeel aspect: verhouding van zender en ontvanger die uit de
boodschap blijkt
- Appelerend aspect: er wordt een beroep gedaan op de ontvanger
Medium: Waarmee wordt de boodschap overgebracht
Ontvanger: Degene die de boodschap ontvangt
Feedback: De reactie van de ontvanger
Terugkoppeling: De reactie van de zender op de feedback
Encoderen: Het omzetten van gedachten in een voor de ontvanger begrijpelijke
boodschap (tussen zender en boodschap)
Decoderen: Het omzetten van de boodschap in
eigen gedachten (tussen medium en
ontvanger)
Of de boodschap aankomt is afhankelijk
van:
Referentiekader: Het geheel van gewoonten, regels, ervaringen, normen en
waarden waarop de ontvanger zijn denken en handelen baseert
Interne ruis: De communicatie wordt verstoord door factoren binnne het directe
comm.proces
Externe ruis: Ruis veroorzaakt door factoren buiten het comm.proces
Redundantie: Overtollige informatie (functioneel/disfunctioneel)
Maatschappelijke en omgevingsfactoren: Concrete situatie heeft invloed op
het proces. Moment van de dag plaats maar ook cultuurverschillen.
Metacommunicatie: Communicatie over de communicatie
Soorten informatie:
- Informatie (neutraal)
- Voorlichting (bewuste hulp)
- Public relations (begrip tussen organisatie en publieksgroepen verbeteren)
- Reclame (overtuigende info)
- Propaganda (overbrengen ideeën)
Massacommunicatie: Communicatie die voor iedereen toegankelijk is
Interpersoonlijke comm: Er bevinden zich een beperkt aantal mensen in
elkaars nabijheid
Invloed van media op het communicatieproces
- Stimulus-Respons/injectienaald:
Ontvangers accepteren klakkeloos wat de zender hen voorschotelt.
(Injectienaaldtheorie)
- Two Step Flow:
Mensen laten zich meer sturen door elkaar dan door de media. (Eerst wordt een
beperkt aantal opinieleiders beïnvloed die vervolgens intermediair zijn tussen de