Belangrijkste stof
privaatrecht
, Week 1
Verbintenis
Er zijn 3 manieren waarop uit de wet kan voortvloeien dat een bepaald feit een verbintenis
doet ontstaan:
1. De wet wijst rechtstreeks feiten aan als bronnen van verbintenissen. Dit kan door
deze als groep aan te wijzen en te regelen:
- Onrechtmatige daad (Art. 6:162 BW)
- Overeenkomsten (Art. 6:213 BW)
Of afzonderlijk:
- Zaakwaarneming (Art. 6:198 BW)
- Onrechtvaardigde verrijking (Art. 6:212 BW)
- Onverschuldigde betaling (Art. 6:203 BW)
2. De wet wijst via het ongeschreven recht bepaalde feiten aan als bronnen van
verbintenissen
3. De wet wijst geen directe bron aan, maar het feit doet toch een verbintenis ontstaan
omdat dit past in het stelsel van de wet (HR Quint/ Te Poel)
De belangrijkste is verbintenis die ontstaat uit overeenkomst deze werk ik hieronder uit:
1. Art. 6:213 BW omschrijft de overeenkomst als een meerzijdige rechtshandeling,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
2. Art. 6:217 laat zien dat deze tot stand komt door aanbod en aanvaarding.
Let op! Van aanbod is sprake als de wederpartij eigenlijk alleen nog maar ‘ja’ hoeft te
zeggen. Een vaag gestelde advertentie is namelijk slechts een uitnodiging (HR
Hofland/Hennis)
3. Omdat een overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling is en aanbod en
aanvaarding allebei eenzijdige rechtshandelingen zijn, kijken we ook naar art. 3:33
BW.
4. Art. 3:33 BW laat zien dat er een wil en een verklaring nodig is.
De belangrijkste vereisten zijn dus: aanbod, aanvaarding, wil en verklaring.
Natuurlijke verbintenis
Zijn te vinden in art. 6:3 lid 1 BW. En kan ontstaan in 2 gevallen:
1. Wanneer wet of rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt;
2. Wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van
zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar
maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende
prestatie moet kunnen worden aangemerkt.
Een voorbeeld hiervan is HR Bouwmeester
privaatrecht
, Week 1
Verbintenis
Er zijn 3 manieren waarop uit de wet kan voortvloeien dat een bepaald feit een verbintenis
doet ontstaan:
1. De wet wijst rechtstreeks feiten aan als bronnen van verbintenissen. Dit kan door
deze als groep aan te wijzen en te regelen:
- Onrechtmatige daad (Art. 6:162 BW)
- Overeenkomsten (Art. 6:213 BW)
Of afzonderlijk:
- Zaakwaarneming (Art. 6:198 BW)
- Onrechtvaardigde verrijking (Art. 6:212 BW)
- Onverschuldigde betaling (Art. 6:203 BW)
2. De wet wijst via het ongeschreven recht bepaalde feiten aan als bronnen van
verbintenissen
3. De wet wijst geen directe bron aan, maar het feit doet toch een verbintenis ontstaan
omdat dit past in het stelsel van de wet (HR Quint/ Te Poel)
De belangrijkste is verbintenis die ontstaat uit overeenkomst deze werk ik hieronder uit:
1. Art. 6:213 BW omschrijft de overeenkomst als een meerzijdige rechtshandeling,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
2. Art. 6:217 laat zien dat deze tot stand komt door aanbod en aanvaarding.
Let op! Van aanbod is sprake als de wederpartij eigenlijk alleen nog maar ‘ja’ hoeft te
zeggen. Een vaag gestelde advertentie is namelijk slechts een uitnodiging (HR
Hofland/Hennis)
3. Omdat een overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling is en aanbod en
aanvaarding allebei eenzijdige rechtshandelingen zijn, kijken we ook naar art. 3:33
BW.
4. Art. 3:33 BW laat zien dat er een wil en een verklaring nodig is.
De belangrijkste vereisten zijn dus: aanbod, aanvaarding, wil en verklaring.
Natuurlijke verbintenis
Zijn te vinden in art. 6:3 lid 1 BW. En kan ontstaan in 2 gevallen:
1. Wanneer wet of rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt;
2. Wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van
zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar
maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende
prestatie moet kunnen worden aangemerkt.
Een voorbeeld hiervan is HR Bouwmeester