El préterito indefenido:
Wanneer gebruik je het?:
Voor afgesloten handelingen en gebeurtenissen uit het verleden, die voor de spreker
geen direct verband meer hebben met het heden
Om opeenvolgende of plotselinge gebeurtenissen uit het verleden op te sommen
Voor exacte tijdstippen uit het verleden
Signaal woorden:
- Ayer - en el año 2000
- El otro día - el domingo
- Después - De repente (plotseling)
- El mes pasado - Entonces (toen)
- Hace un año - en 1881
- Anoche (onlangs)
Regelmatige werkwoorden:
-ar - er/ir
Yo +é +í
Tú + aste + iste
Él/ella/usted +ó + ió
Nosotros/-as + amos + imos
Vosotros /-as + asteis + isteis
Ellos/-as/ustedes + aron + ieron
Onregelmatige werkwoorden:
Ser/ir Estar
Yo Fui Estuve
tú fuiste Estuviste
Él/ella/usted Fue Estuvo
Nosotros/-as Fuimos Estuvimos
Vosotros/-as Fuisteis Estuvisteis
Ellos/-as/ustedes Fueron estuvieron
De vervoeging van estar is dat de stam per werkwoord verschilt je doet het ook bij deze
werkwoorden:
- Hacer -> hic - decir -> dij
- Tener -> tuv - saber -> sup
- Poder -> pud - querer -> quis
- Poner -> pus - venir -> vin
Wanneer gebruik je het?:
Voor afgesloten handelingen en gebeurtenissen uit het verleden, die voor de spreker
geen direct verband meer hebben met het heden
Om opeenvolgende of plotselinge gebeurtenissen uit het verleden op te sommen
Voor exacte tijdstippen uit het verleden
Signaal woorden:
- Ayer - en el año 2000
- El otro día - el domingo
- Después - De repente (plotseling)
- El mes pasado - Entonces (toen)
- Hace un año - en 1881
- Anoche (onlangs)
Regelmatige werkwoorden:
-ar - er/ir
Yo +é +í
Tú + aste + iste
Él/ella/usted +ó + ió
Nosotros/-as + amos + imos
Vosotros /-as + asteis + isteis
Ellos/-as/ustedes + aron + ieron
Onregelmatige werkwoorden:
Ser/ir Estar
Yo Fui Estuve
tú fuiste Estuviste
Él/ella/usted Fue Estuvo
Nosotros/-as Fuimos Estuvimos
Vosotros/-as Fuisteis Estuvisteis
Ellos/-as/ustedes Fueron estuvieron
De vervoeging van estar is dat de stam per werkwoord verschilt je doet het ook bij deze
werkwoorden:
- Hacer -> hic - decir -> dij
- Tener -> tuv - saber -> sup
- Poder -> pud - querer -> quis
- Poner -> pus - venir -> vin