Voorbereidingsvragen WG1C
Maak onderstaande vragen ter voorbereiding aan de werkgroep met behulp van de bronnen. Neem
de antwoorden op de vragen mee naar de werkgroep.
Bronnen: Woestenberg et al. (2019)
www.rijksvaccinatieprogramma.nl
https://lci.rivm.nl
1. Hoe werkt een vaccin in het algemeen? Welke typen vaccins zijn er en hoe verschillen deze?
Het is een middel dat bij een persoon of dier de immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken
om zo “beschermd” te raken en een geheugen op te bouwen. Beter bestand tegen de ziekte, maar
zonder de behandeling. Gebruik maken van immuunsysteem en geheugencellen.
i. Actieve immunisatie (lichaam gaat actief zich verzetten tegen de binnendringers.
Immuunsysteem wordt geactiveerd, waarna er een geheugenrespons komt door
bepaalde T-cellen. Wanneer het organisme weer komt, zal er in een kortere tijd dan
normaal antistoffen gemaakt worden.
- Vaccins met levende verzwakte organismen
- Vaccins uit gedode organisme
ii. Passieve immunisatie
- Direct inspuiten van antistoffen: Toedienen van afweerstoffen tegen de verwekker,
effect verschilt per patiënt. Heeft geen blijvend effect.
2.Tegen welke ziektes worden kinderen in Nederland gevaccineerd en op welke leeftijd? Is dit voor
alle kinderen hetzelfde? Waarom zouden deze ziekten in het verleden opgenomen zijn in het
vaccinatieprogramma?
a. Tot 11 maanden: DKTP-Hib-Heb-Vaccinatie en Pneu-vaccinatie.
b. Van 14 maanden: MBR-vaccinatie, MenC-vaccinatie
c. 4 jaar: DKTP-vaccinatie. 9 jaar: BMR-vaccinatie, DTP-vaccinatie. Voor meisjes vanaf 12: HPV-
vaccinatie.
Omdat in het verleden hier veel kinderen/volwassenen aan dood gingen, terwijl deze ziekten
makkelijk te voorkomen zijn door een vaccinatie. Daarnaast zijn ze allen goed onderzocht, veilig en
effectief.
Maak onderstaande vragen ter voorbereiding aan de werkgroep met behulp van de bronnen. Neem
de antwoorden op de vragen mee naar de werkgroep.
Bronnen: Woestenberg et al. (2019)
www.rijksvaccinatieprogramma.nl
https://lci.rivm.nl
1. Hoe werkt een vaccin in het algemeen? Welke typen vaccins zijn er en hoe verschillen deze?
Het is een middel dat bij een persoon of dier de immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken
om zo “beschermd” te raken en een geheugen op te bouwen. Beter bestand tegen de ziekte, maar
zonder de behandeling. Gebruik maken van immuunsysteem en geheugencellen.
i. Actieve immunisatie (lichaam gaat actief zich verzetten tegen de binnendringers.
Immuunsysteem wordt geactiveerd, waarna er een geheugenrespons komt door
bepaalde T-cellen. Wanneer het organisme weer komt, zal er in een kortere tijd dan
normaal antistoffen gemaakt worden.
- Vaccins met levende verzwakte organismen
- Vaccins uit gedode organisme
ii. Passieve immunisatie
- Direct inspuiten van antistoffen: Toedienen van afweerstoffen tegen de verwekker,
effect verschilt per patiënt. Heeft geen blijvend effect.
2.Tegen welke ziektes worden kinderen in Nederland gevaccineerd en op welke leeftijd? Is dit voor
alle kinderen hetzelfde? Waarom zouden deze ziekten in het verleden opgenomen zijn in het
vaccinatieprogramma?
a. Tot 11 maanden: DKTP-Hib-Heb-Vaccinatie en Pneu-vaccinatie.
b. Van 14 maanden: MBR-vaccinatie, MenC-vaccinatie
c. 4 jaar: DKTP-vaccinatie. 9 jaar: BMR-vaccinatie, DTP-vaccinatie. Voor meisjes vanaf 12: HPV-
vaccinatie.
Omdat in het verleden hier veel kinderen/volwassenen aan dood gingen, terwijl deze ziekten
makkelijk te voorkomen zijn door een vaccinatie. Daarnaast zijn ze allen goed onderzocht, veilig en
effectief.