bedrijfsomgeving
Inhoud
De Nederlandse economie en de projectorganisatie.............................................................................2
De bedrijfsomgeving...........................................................................................................................2
Economische basistermen..................................................................................................................3
Economische transitie............................................................................................................................4
Circulaire economie (meervoudige waardecreatie)............................................................................4
Transitieagenda’s rijksoverheid..........................................................................................................5
Klimaat en emissies............................................................................................................................6
Sustainable development goals..........................................................................................................6
Wat brengt de toekomst?.......................................................................................................................7
Toekomstige arbeidsmarkt.................................................................................................................7
Toekomstige investering.....................................................................................................................7
Artificial intelligence (Al) en robotisering...........................................................................................7
Begrippenlijst..........................................................................................................................................9
De Nederlandse economie en de projectorganisaties........................................................................9
Economische transitie......................................................................................................................11
Wat brengt de toekomst?.................................................................................................................12
1
, De Nederlandse economie en de projectorganisatie
De economische wetenschap bestudeert het economisch handelen. Economisch handelen is het
streven naar maximale welvaart met behulp van schaarse middelen. Het beschikken over goederen
en diensten voor de bevrediging van behoeften noemen we welvaart. Dit is zo veel omvattend dat de
economische wetenschap in 2 aandachtsgebieden worden onderscheiden:
1. Interne omgeving van organisaties (zoals financiering, kosten en opbrengsten en externe
verslaggeving);
2. Externe omgeving (zoals marketing, monetaire-, meso, macro en internationale economie).
Wanneer de externe economische factoren (die wel invloed hebben op de bedrijfsvoering van een
organisatie) buiten de invloedsfeer van de organisatie liggen, spreken we over componenten binnen
het macro-economisch domein waardoor de bedrijfsomgeving wordt beïnvloed.
De bedrijfsomgeving
De economische bedrijfsomgeving is geschikt om te
laten zien dat er een wisselwerking bestaat tussen een
onderneming en de omgeving (zie figuur). Het gaat dan
om 2 vragen:
1. Welke factoren hebben invloed op de
organisatie?
2. Hoe reageert een onderneming of de leiding op
deze factoren, door bijvoorbeeld in te spelen
op kansen en bedreigingen?
Macro-omgeving
Een organisatie kan geen invloed uitoefenen op de
macro-omgeving, terwijl deze weldegelijk bepalend
kan zijn voor de bedrijfsvoering. Simpel gezegd gaat het bij macro-economie om economische
ontwikkelingen die zichtbaar zijn op lands- of internationaal niveau. Voorbeelden zijn (de
ontwikkeling van) het BBP, koopkracht en bestedingen in Nederland, werkgelegenheid en
beschikbaarheid van werknemers. Ook wisselkoersverhoudingen kunnen van grote invloed zijn.
Indirecte bedrijfsomgeving
Factoren uit de indirecte bedrijfsomgeving liggen wat verder verwijderd van de directe invloedssfeer
van een organisatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om trends en ontwikkelingen die de houding en
attitude van het grotere publiek beïnvloeden. Deze trends en ontwikkelingen zijn tot op zekere
hoogte een gegeven, maar de onderneming kan wel moeite doen om erop in te spelen door
bijvoorbeeld het gedrag van klanten te beïnvloeden.
Denk ook aan wet- en regelgeving die de structuur van een bedrijfskolom of bedrijfstak kan
beïnvloeden. Zo heeft Netflix met succes een rechtszaak gevoerd tegen Apple waardoor haar klanten
ook buiten de appstore om een abonnement kunnen nemen op de streamsdienst.
Als een individuele organisatie te klein is om dergelijke invloed uit te oefenen, kan het ook samen
werken binnen bijvoorbeeld werkgeversverbanden of brancheverenigingen.
Directe bedrijfsomgeving
Factoren uit de directe bedrijfsomgeving hebben ook invloed op een organisatie. In tegenstelling tot
de macro-omgeving, kunnen organisaties echter wel invloed uitoefenen op de directe
bedrijfsomgeving. Het onderhandelen over of vaststellen van prijzen met (toe) leveranciers en
afnemers, is een voorbeeld van invloed uitoefenen op de directe bedrijfsomgeving. De mate waarin
de organisatie invloed kan uitoefenen is sterk afhankelijk van diverse factoren, zoals het aantal
concurrenten, of de mogelijkheid van klanten om voor alternatieven diensten en producten te
kiezen.
2