Hoorcollege 4 Differentiaties & specialisaties
De tandarts:
- manuele vaardigheden
- cognitieve vaardigheden
- communicatie vaardigheden
Mondgezondheid wordt bepaald door:
1. (patho)fysiologisch beeld
2. orale functie
Cariës = een infectieziekte (micro-organismen veroorzaken schade bij de gastheer)
In vroege fase is bij cariës herstel mogelijk.
Glazuur → opgebouwd uit prisma’s.
Cariës
- substraat (eten en drinken)
- gebitselement
- plaque
bacteriën maken dun laagje → maakt zuur → tand lost op
Zuigflescariës → kauwvlakken bij de kiezen zijn opgelost (zacht)
Cariës behandelen
- amalgaamvulling → grijs (vroeger)
- composiet vulling → wit (nu)
Preventie = proberen te voorkomen
Variatie:
1. kinderen
melkgebit → wisselen
nieuwsgierig
eerlijk zijn
de tijd nemen
onbekend → angstig
ouders spelen belangrijke rol (bv die geven de zuigfles)
Kind van melkgebit naar blijvend gebit → 2 wisselfases
2. Puber
tegendraads
wisselgebit → vaak beugels (eerder bij meisjes want groeien sneller)
ongeïnteresseerd
meisjes sneller met ontwikkeling, meer met uiterlijk bezig
jongens onverschilliger: verantwoordelijkheid kind en verantwoordelijkheid ouders (kan je
verwachten dat jongen van 12 goed poetst?)
, 3. Adolescenten
makkelijker dan pubers, volwassener
blijvend gebit
4. Volwassenen
zeer divers
goed onderhouden gebit of matig of slecht
sommigen al van kinds af aan in 1 praktijk
5. Senioren
tandeloos → prothese of eigen dentitie
medicatie / ziekte → droge mond (bv dementie vergeet dat ze tandarts moet)
slecht horen / slecht zien, anders uitleggen
adaptatievermogen verminderd
meer tijd voor nodig
Flexibiliteit is bij jongeren beter dan bij ouderen
Diversiteit → geslacht
- vrouwen uiten zich makkelijker dan mannen (als ze bv bang zijn)
Diversiteit → financieel
financiële mogelijkheden → sociale status
opvoeding / milieu
Angst
10% van Nederland gaat niet naar tandarts, maar veel meer mensen zijn bang voor
tandarts.
- afweermechanismen herkennen
● ontwijken / uitstellen
Gebruikte naalden in naaldencontainer → niet zomaar in vuilnisbak
Je prikt → wond goed laten doorbloeden → spoelt af → docent erbij (zorgt dat
patiënt er nog is zodat je weet wie het is, kan bv HIV hebben → laten testen →
patiënt mag meewerken, hoeft niet)
Veel verschillende differentiaties
Gingivitis = ontsteking tandvlees
→ reversibel = omkeerbaar
Parodontitis = ontsteking tandvlees + ligament + bot
→ irreversibel = onomkeerbaar
, Differentiaties
Parodontoloog → ‘ongezond’ gebit, tandvlees weggezakt bv
Implantoloog → als tand verloren is gegaan → schroef wordt ingezet en groeit
vast aan bot zelf → kan je mooie kroon eroverheen maken
Als je tanden en kiezen uit de kaak haalt → kaakbot heeft geen functie meer →
prothese met implantaat plaatsen
Een volledige prothese (boven en onder)
→ niet bij parodontoloog
→ kunstgebit
Maxillofacialeprothetiek
Onderdelen van het gezicht (bv oog) opnieuw erop zetten, als weg is door bv kanker
Pedodontoloog
Verworven afwijkingen (tetracyclineverkleuring)
→ je kunt aan de tanden precies zien wanneer die verkleuring is gegeven
Deze verkleuringen kun je er niet uit slijpen
- hier komen ook kinderen, als tand los zit / eruit gaat
Aangeboren afwijkingen (amelogenesis imperfecta = glazuur is niet goed)
- glazuur hecht niet goed aan tand bot
Gehandicaptenzorg
→ vaak veel medicijnen
Gnatholoog
Op deze foto heeft elke tand/kies een wortelkanaalbehandeling gehad → waarom
ook verstandskiezen bv?
Slijtage
→ mensen kunnen langzaam hun gebit ‘opeten’ (klemmen / knarsen)
Endodontoloog
Trauma
→ tand eruit door vallen bv
als iemand tanden eruit heeft → terug in de mond doen (eerst kort water
eroverheen of spugen, dan terugzetten) → daarna zsm naar tandarts, liefst in
half uur.
Ontsteking → wortelkanaal gaat uitzetten, wordt groter
Autotransplantatie
Je haalt kiezen eruit die je aan de voorkant (bij incisieven) erin zet → door beugel
wordt dit recht getrokken, ziet er eerst niet uit maar komt daarna weer goed. Is
je eigen tand / materiaal, dus kost bijna niks.
De tandarts:
- manuele vaardigheden
- cognitieve vaardigheden
- communicatie vaardigheden
Mondgezondheid wordt bepaald door:
1. (patho)fysiologisch beeld
2. orale functie
Cariës = een infectieziekte (micro-organismen veroorzaken schade bij de gastheer)
In vroege fase is bij cariës herstel mogelijk.
Glazuur → opgebouwd uit prisma’s.
Cariës
- substraat (eten en drinken)
- gebitselement
- plaque
bacteriën maken dun laagje → maakt zuur → tand lost op
Zuigflescariës → kauwvlakken bij de kiezen zijn opgelost (zacht)
Cariës behandelen
- amalgaamvulling → grijs (vroeger)
- composiet vulling → wit (nu)
Preventie = proberen te voorkomen
Variatie:
1. kinderen
melkgebit → wisselen
nieuwsgierig
eerlijk zijn
de tijd nemen
onbekend → angstig
ouders spelen belangrijke rol (bv die geven de zuigfles)
Kind van melkgebit naar blijvend gebit → 2 wisselfases
2. Puber
tegendraads
wisselgebit → vaak beugels (eerder bij meisjes want groeien sneller)
ongeïnteresseerd
meisjes sneller met ontwikkeling, meer met uiterlijk bezig
jongens onverschilliger: verantwoordelijkheid kind en verantwoordelijkheid ouders (kan je
verwachten dat jongen van 12 goed poetst?)
, 3. Adolescenten
makkelijker dan pubers, volwassener
blijvend gebit
4. Volwassenen
zeer divers
goed onderhouden gebit of matig of slecht
sommigen al van kinds af aan in 1 praktijk
5. Senioren
tandeloos → prothese of eigen dentitie
medicatie / ziekte → droge mond (bv dementie vergeet dat ze tandarts moet)
slecht horen / slecht zien, anders uitleggen
adaptatievermogen verminderd
meer tijd voor nodig
Flexibiliteit is bij jongeren beter dan bij ouderen
Diversiteit → geslacht
- vrouwen uiten zich makkelijker dan mannen (als ze bv bang zijn)
Diversiteit → financieel
financiële mogelijkheden → sociale status
opvoeding / milieu
Angst
10% van Nederland gaat niet naar tandarts, maar veel meer mensen zijn bang voor
tandarts.
- afweermechanismen herkennen
● ontwijken / uitstellen
Gebruikte naalden in naaldencontainer → niet zomaar in vuilnisbak
Je prikt → wond goed laten doorbloeden → spoelt af → docent erbij (zorgt dat
patiënt er nog is zodat je weet wie het is, kan bv HIV hebben → laten testen →
patiënt mag meewerken, hoeft niet)
Veel verschillende differentiaties
Gingivitis = ontsteking tandvlees
→ reversibel = omkeerbaar
Parodontitis = ontsteking tandvlees + ligament + bot
→ irreversibel = onomkeerbaar
, Differentiaties
Parodontoloog → ‘ongezond’ gebit, tandvlees weggezakt bv
Implantoloog → als tand verloren is gegaan → schroef wordt ingezet en groeit
vast aan bot zelf → kan je mooie kroon eroverheen maken
Als je tanden en kiezen uit de kaak haalt → kaakbot heeft geen functie meer →
prothese met implantaat plaatsen
Een volledige prothese (boven en onder)
→ niet bij parodontoloog
→ kunstgebit
Maxillofacialeprothetiek
Onderdelen van het gezicht (bv oog) opnieuw erop zetten, als weg is door bv kanker
Pedodontoloog
Verworven afwijkingen (tetracyclineverkleuring)
→ je kunt aan de tanden precies zien wanneer die verkleuring is gegeven
Deze verkleuringen kun je er niet uit slijpen
- hier komen ook kinderen, als tand los zit / eruit gaat
Aangeboren afwijkingen (amelogenesis imperfecta = glazuur is niet goed)
- glazuur hecht niet goed aan tand bot
Gehandicaptenzorg
→ vaak veel medicijnen
Gnatholoog
Op deze foto heeft elke tand/kies een wortelkanaalbehandeling gehad → waarom
ook verstandskiezen bv?
Slijtage
→ mensen kunnen langzaam hun gebit ‘opeten’ (klemmen / knarsen)
Endodontoloog
Trauma
→ tand eruit door vallen bv
als iemand tanden eruit heeft → terug in de mond doen (eerst kort water
eroverheen of spugen, dan terugzetten) → daarna zsm naar tandarts, liefst in
half uur.
Ontsteking → wortelkanaal gaat uitzetten, wordt groter
Autotransplantatie
Je haalt kiezen eruit die je aan de voorkant (bij incisieven) erin zet → door beugel
wordt dit recht getrokken, ziet er eerst niet uit maar komt daarna weer goed. Is
je eigen tand / materiaal, dus kost bijna niks.