Tuberculose, AIDS en toxoplasmose
Toxoplasmose
Een eencellige parasiet, toxoplasma gondii, veroorzaakt de zeer algemeen voorkomende
infectieziekte toxoplasmose. Vrijwel alle diersoorten en de mens kunnen besmet raken.
Toxoplasma gondii heeft twee verschillende gastheren nodig om te overleven en zich voort te
planten. Hij kan zich alleen voortplanten in katachtige, zowel huiskatten als wilde katten. Verder
heeft hij een andere gastheer nodig. Dit zijn doorgaans muizen, maar kunnen ook mensen, vee of
vogels zijn. Op deze manier komt de parasiet in zijn volgende gastheer terecht.
Dit gaat in de volgende stappen:
Stadium 1 - In de kat
Gameten (geslachtscellen) zitten in de darmwand van katten en vormen eitjes.
Deze gameten vormen samen oöcysten. Dit zijn cellen waarvan de inhoud 1 eicel vormt.
Stadium 2 - De eitjes verlaten de darmen via de ontlasting en gaan naar tussengastheer
Nadat de eitjes de kat hebben verlaten komen ze bijvoorbeeld in de kattenbak of buiten op straat. De
eitjes kunnen nu door naar de tussengastheer. Uit de eitjes komen dan in de tussengastheer (o.a. de
mens) een soort banaanvormige eencellige vormen van de parasiet. Dit zijn de tachyzoïeten.
Tachyzoïeten kunnen ook vastlopen in het weefsel van de tussengastheer. Dit zijn bradyzoïeten.
Stadium 3 - Terug naar de kat
Wanneer een kat bradyzoïeten binnenkrijgt kunnen deze zich weer differentiëren naar gameten.
, Toxoplasmose besmetting tijdens de zwangerschap
Alleen als een vrouw tijdens een zwangerschap voor het eerst in contact komt met toxoplasma en
een infectie oploopt (primaire infectie), bestaat er een kans op congenitale toxoplasmose.
Bij zwangere vrouwen passeren de tachyzoïeten de placenta en raakt de foetus geïnfecteerd.
Hierdoor ontstaat er congenitale toxoplasmose. Dit kan in 3 fases van de zwangerschap voorkomen:
De zwangerschapsduur op het moment van infectie bepaalt de grootte van de kans op transmissie
van toxoplasma gondii van moeder naar baby. De transmissiekans bedraagt:
- 15% in het eerste zwangerschapstrimester (0-12 weken).
- 25% in het tweede trimester (13-26 weken).
- 60% in het derde trimester (27-40 weken).
De ernst van de infectie is, gezien de kwetsbaarheid van het zich ontwikkelende orgaansysteem, het
hoogst in het eerste trimester met eventueel ernstige congenitale afwijkingen en spontane abortus.
Infectie in het tweede of derde trimester verloopt vaak asymptomatisch bij de geboorte, hoewel er
ook hier milde tot meer ernstige manifestaties kunnen zijn.
Soms komen de afwijkingen pas later tot uiting.
Er kan bijvoorbeeld uveïtis posterior ontstaan. Een uveïtis posterior is een inwendige ontsteking in
het achterste gedeelte van het oog waarbij vooral het vaatvlies en het netvlies betrokken zijn.