Situering:
Wat zien we in het vak stimulerende leeromgeving?
− We gaan op zoektocht naar een geschikte aanpak in de klas.
− Een aanpak die rekening houdt met de verschillen tussen de kinderen in de klas.
− Welke verschillende zorgbehoeften kinderen hebben en hoe je kan inspelen op de
noden van de kinderen.
Differentiëren
Wat is diversiteit?
− Verschillen tussen het kennen en kunnen van kinderen.
Wat betekent differentiëren?
Geef de definitie van differentiëren:
− Het is elke onderwijsactiviteit waarbij kinderen niet allemaal op hetzelfde moment,
op dezelfde manier met dezelfde opdracht bezig zijn.
− Het nemen van een of meer onderwijskundige maatregelen, die het de leraar ook
daadwerkelijk mogelijk maken om met die verschillen tussen de kinderen rekening te
houden.
Welke 2 belangrijke aspecten komen naar voor in deze begripsomschrijving?
− De verschillen tussen kinderen
− Het nemen van maatregelen
De verschillen tussen kinderen
Hoe kunnen kinderen verschillen?
Cognitieve vaardigheden (snel leren)
− Hoe snel men leert
− Hoe vaardig men samenvat
− Onthouden
Metacognitieve vaardigheden (inzicht, plannen)
− Inzicht in de opdracht
− Goed kunnen plannen
− Jezelf evalueren
Affectieve vaardigheden (zelfvertrouwen, hechting)
− Hoe ga je om met faalervaring?
− Hoe zelfzeker ben je?
Leervoorkeuren (doen, luisteren)
− Voorkeur voor leren door te oefenen
− Leren door te lezen/ luisteren
− Leren door te observeren
,Stimulerende leeromgeving:
Culturele achtergrond
Taalcompetenties
− Moedertaalspreker of niet?
− Gevoel voor talen?
Motorische vaardigheden
Maar ook
− Interesses, Geslacht, Leeftijd, Motivatie, Werktempo, SES
Onderwijskundige maatregelen
Het kind wordt aangesproken in de zone van de naaste ontwikkeling.
Welke maatregelen kunnen we nemen?
− Extra tijd of extra begeleiding
− Hulpmaterialen of groeperingsvorm
− Onderwerp laten kiezen of materiaal laten kiezen
− Differentiatie in werkvormen: hoekenwerk, contractwerk
Ook geïntegreerde differentiatievormen komen voor:
Bv. wanneer de leerkracht tijdens de klassikale lessen varieert in het soort vragen die hij stelt.
− Kinderen minder oefeningen laten maken, een ander soort vraag gebruiken.
Ook preventieve differentiatie komt voor:
De leerkracht neemt proactief initiatieven om uitval te vermijden.
− Dit kan door m.a.w. op voorhand te zorgen voor ondersteuning van prenten,
stappenplannen...
Wat is het uitgangspunt bij differentiëren?
− De leerkracht moet oog hebben voor elk kind en weet van elk kind wat de noden zijn.
− Goed kunnen evalueren is belangrijk om te weten waar elk kind staat in zijn
ontwikkeling en om hen gepast te kunnen begeleiden.
,Stimulerende leeromgeving:
Differentiatie vs. Remediëring
Remediëring:
− Dit houdt in dat je de tekorten of moeilijkheden bij bepaalde kinderen wegwerkt.
− Je wilt de verschillen tussen de kinderen zo klein mogelijk maken.
− Dit kan je doen door extra les te geven aan kinderen die problemen hebben voor
rekenen.
Wanneer je merkt dat bepaalde kinderen moeite blijven hebben met kloklezen, ga je hen
extra instructie en oefeningen geven.
Differentiatie:
− Hierbij gaat men op een positieve en geplande wijze inspelen op de verschillen
tussen de kinderen.
− Het doel is om leerkansen aan te beiden aan alle kinderen in de klas en elk kind uit te
dagen op zijn niveau, tempo...
− We richten ons op de verschillen die invloed hebben op de sociaal- emotionele
situatie en de leerprestaties van kinderen in de klas.
o Proactief -> Vooraf
o Systematisch -> Stap voor stap
Al voordat er problemen optreden met wiskunde (= proactief), ga je inspelen op de noden
van kinderen die minder sterk zijn op dit vlak door telkens elke les (= systematisch) te
beginnen met concrete materialen.
, Stimulerende leeromgeving:
Wat betekent differentiëren?