100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Examenstof Biologie HAVO 4 +5

Beoordeling
4,4
(5)
Verkocht
23
Pagina's
60
Geüpload op
30-12-2021
Geschreven in
2018/2019

Examenstof biologie uit de boeken biologie voor jou HAVO 4 en 5 Samenvatting bestaat uit: - biologie boek 4a thema 1 t/m 4, - boek 4b thema 5 t/m 7, - boek 5a thema 1 t/m 3, - boek 5b thema 4 t/m 7












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
School jaar
5

Documentinformatie

Geüpload op
30 december 2021
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Biologie 4a – thema 1 – Inleiding in de biologie
2. Organisatieniveaus van de biologie
Organismen zijn georganiseerd in biologische eenheden. Van heel kleine moleculen tot de
samenleving van alle organismen op aarde en hun interactie met de levenloze natuur.

Je hebt verschillende organisatieniveaus in de biologie:
1. Molecuul:
DNA
2. Organel:
Celkern
3. Cel:
Beencel
4. Weefsel:
Beenweefsel
5. Orgaan:
Bot
6. Organenstelsel:
Beenderstelsel
7. Organisme:
Grutto
8. Populatie:
Grutto’s
9. Levensgemeenschap:
Alle organismen in het weidegebied
10. Ecosysteem:
Weidegebied
11. Biosfeer:
Systeem aarde

Emergente eigenschappen:
- Op elk hoger organisatieniveau verschijnen nieuwe eigenschappen.

4. Ordening van organismen
Organismen zijn verdeeld in 3 verschillende rijken en andere groepen organismen:
- Bacteriën
- Archaea
- Eukaryoten
a. Dieren
b. Schimmels
c. Planten
d. Protisten
5. Natuurwetenschappelijk onderzoek Zo stel je een onderzoek op:
Observatie
Beschrijvend onderzoek Probleem
Hypothese
Experiment
Resultaten
Conclusie

, - Een onderzoeker of onderzoeksgroep verzamelt dan observaties en metingen. Deze
verzamelde gegevens worden data genoemd.

Onderzoek gebaseerd op een hypothese
- Dit onderzoek bestaat uit een aantal fasen.
- Je begint met de observatie
 De observatie is de waarneming van een bepaald natuurverschijnsel dat in
aanmerking komt voor verder onderzoek.
- De tweede stap is de probleemstelling
 De onderzoeker ervaart het natuurverschijnsel als een probleem en
formuleert een probleemstelling.
- Dan komt de hypothesevorming
 In deze fase wordt getracht een logische verklaring voor het probleem te
geven. De onderzoeker stelt hierbij een hypothese op.
- Hierna ga je de experimentele fase in
 In deze fase wordt getoetst of de opgestelde hypothese juist of onjuist is.
De onderzoeker voert meestal experimenten uit en verzamelt gegevens. Het
bedenken van een goed opgezet experiment is soms moeilijk. Vaak is de
probleemstelling te vaag geformuleerd. De probleemstelling wordt dan
herleid tot een onderzoeksvraag, die nauwkeuriger is geformuleerd.

Op basis van de hypothese kan een verwachting worden uitgesproken over de uitkomst van
het experiment. Zo’n verwachting wordt als volgt geformuleerd: Als… (hier wordt de
hypothese ingevuld), dan … (hier volgt de uitkomst van het experiment).

Bij een experiment wordt gewerkt met 2 groepen. Een experimenteergroep en een
controlegroep. In de experimenteergroep wordt het organisme blootgesteld aan een
bepaalde invloed. In de controlegroep wordt dezelfde proef uitgevoerd, maar nu is de
invloed afwezig. Per experiment mag er maar één variabele zijn, alle andere
omstandigheden moeten gelijk zijn.

- Als één na laatste stap heb je de resultaten
 In deze fase worden waarnemingen verricht en (meet)gegevens
verzameld. De resultaten worden zo overzichtelijk mogelijk weergegeven. Dat
kan door middel van tabellen, grafieken of diagrammen.
- Dan als laatste komt de conclusie
 De onderzoeker vergelijkt de resultaten van de experimenten met de
verwachting die is uitgesproken. Komen de resultaten overeen met de
geformuleerde verwachting, dan kan de conclusie worden getrokken dat de
hypothese juist is. Wanneer de hypothese onjuist blijkt te zijn, zak de
onderzoeker een nieuwe hypothese moeten opstellen en die vervolgens met
een nieuw experiment moeten toetsen.

,Biologie 4a – thema 2 – Cellen
3. Plantaardige en dierlijke cellen
Celmembraan:
- Hierdoor zijn cellen omgeven. Het celmembraan scheidt het inwendige van de cel af
van zijn omgeving. Ook vindt hier de selectieve opname en afgifte van stoffen plaats.

Het celmembraan bestaat voor het grootste deel uit vetmoleculen. Hierdoor wordt het
inwendige van de cel, het cytoplasma, gescheiden van het milieu buiten de cel.

Cytoplasma:
- Bestaat uit water met daarin organellen en een grote hoeveelheid opgeloste stoffen.
In het cytoplasma kunnen ook plastiden voorkomen. Plastiden zijn een groep
organellen die wél in plantencellen voorkomen, maar niet in dierlijke cellen. We
hebben 3 soorten plastiden:
1- Chloroplasten (bladgroenkorrels)
2- Chromoplasten (kleurstofkorrels)
3- Leukoplasten (waartoe de zetmeelkorrels horen)

Organellen
- Zijn structuren in een cel, zoals de celkern en bladgroenkorrels. In de meeste
prokaryoten zijn geen organellen te vinden.

Celwand:
- Die maken geen deel uit van de cel, maar liggen tussen de cellen. We rekenen dit tot
tussencelstof. Deze wanden komen alleen voor in plantencellen.

De holtes die tussen de plantencellen liggen, noemen we intercellulaire ruimtes.

De celkern ligt in het cytoplasma. De buitenste laag daarvan wordt gevormd door het
kernmembraan. In de kern bevinden zich chromosomen.

Veel plantaardige cellen bevatten een grote vacuole. Die is omgeven door het
vacuolemembraan.

, 4. Weefsels en organen
Stamcellen:
- Zijn cellen die zich nog niet hebben ontwikkeld tot een bepaald type cel en nog geen
specifieke functie hebben.

Cellen van een embryo kunnen uitgroeien tot allerlei verschillende type cellen. Deze
stamcellen heten embryonale stamcellen. Ook allerlei organen blijken stamcellen te
bevatten. Zo bevat beenmerg stamcellen die kunnen uitgroeien tot verschillende
bloedcellen. Dit noemen we adulte stamcellen.

Weefsel
- Een groep cellen met dezelfde vorm en functie.

Dekweefsel:
- Omsluit delen van een organisme of het hele organisme, zoals de huid bij de mensen.
De cellen zijn vaak rechthoekig en sluiten nauw aan.

Vaak is een aantal organen betrokken bij een bepaalde functie, zoals de vertering en
opname van voedsel. Zo’n groep organen wordt een organenstelsel genoemd.

5. De celorganellen
De kern is omgeven door kernmembraan en bevat kernplasma.

Kernporiën
- Deze zitten in het kernmembraan. Ze regelen het transport van stoffen in en uit de
kern.

DNA:
- Bevat de erfelijke informatie.

Endoplasmatisch reticulum:
- Is een ingewikkeld netwerk van dubbele membranen, waaruit ook het
kernmembraan bestaat. Ze vervullen de functie bij het transport van moleculen in de
cel.

Ribosomen:
- Deze bevinden zich op de membranen van het endoplasmatisch reticulum. Ze liggen
niet alleen op het endoplasmatisch reticulum, maar komen ook vrij in het cytoplasma
voor. Het boodschappermolecuul uit de kern wordt naar een ribosoom vervoerd. Aan
de hand van informatie van het boodschappermolecuul vindt vorming van
eiwitmoleculen plaats. Eiwitten die gevormd worden door ribosomen die vrij in het
cytoplasma liggen, komen in het cytoplasma terecht. Bevinden de ribosomen zich
aan het endoplasmatisch reticulum, dan komen de eiwitten in de ruimte tussen de
membranen van het endoplasmatisch reticulum. Deze eiwitmoleculen hebben nog
geen uiteindelijke vorm.
€6,59
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 23 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
2 jaar geleden

3 jaar geleden

3 jaar geleden

het is wel een oke samenvatting, alleen bij sommige basisstoffen kan er wat meer over geschreven worden.

3 jaar geleden

Bedankt voor de feedback! Welke basisstoffen bedoel je hierbij? Dan kan ik kijken of ik er iets aan kan veranderen

3 jaar geleden

3 jaar geleden

4,4

5 beoordelingen

5
3
4
1
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
emmapuddu Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
30
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
29
Documenten
2
Laatst verkocht
2 weken geleden

4,4

5 beoordelingen

5
3
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen