Deel 1: inleiding
1. a tour of the world
1.1. De pandemie van 2020
• December 2019: berichten over nieuw virus in Wuhan (China), stad gaat in lockdown op 23
januari 2020
• RoW eerst bezorgd over impact op Chinese economie en deze van handelspartners ~ global
supply chains
• Januari: eerste gevallen in Europa (Italië en beyond), in februari eerste cases gerapporteerd
in VS
• Aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen steeg zorgwekkend snel
• Maart 2020: lockdown in meeste landen, ook België
• Oorsprong van de crisis uitzonderlijk:
o doorgaans: onevenwichten (huizenmarkt, dot.com bubble)
o hier: exogene en onverwachte schok ~ virus
• Drie “kanalen” ~ zware recessie volgde wereldwijd
o productieketens werden verstoord
o bedrijven / sectoren waar telewerk niet mogelijk was, gingen dicht
o daling inkomens leidde tot daling van de vraag
• Hoelang zal de recessie duren? (kijken naar Spaanse griep in 1918)
o nu: hardere lockdown (voorrang aan gezondheid)
o lengte van de recessie ten opzichte van omvang
verenigde staten, laxe lockdown en geen economisch voordeel gebaat
1.2. De financiële crisis van 2008-2009
• Tussen 2000 en 2007 kende de wereldeconomie een periode van economische groei.
• In 2007 stortte de huizenmarkt in in de VS, wat leidde tot een grootschalige financiële crisis.
• Deze financiële crisis luidde een sterke economische recessie in, waarbij ook de
aandelenprijzen kelderden.
• In het derde kwartaal van 2008 werd de outputgroei in de VS negatief (tot einde 2009).
• Internationale handel en financiële verwevenheid zorgden ervoor dat de crisis in de VS de
ganse wereld raakte.
Beide crisissen kennen een verschillende oorsprong:
• Financiële crisis: shock in de VS in 2008 was relatief beperkt (instorting huizenmarkt)
o balansen van banken werden geïmpacteerd op eenzelfde manier als een daling van
de aandelenkoersen met 4%
o crisis legde een aantal problemen in de financiële wereld bloot
• Covid-pandemie: daling van output (door lockdowns)
o eerst: gezondheidscrisis, nadien: focus op ondersteuning
o beperkte impact op financiële systeem
1
, o korte(re) doorlooptijd? Nog af te wachten ! (cfr. Spaanse griep 1918)
1.3. De Verenigde Staten
• De Amerikaanse economie is groot
o Met een output van $20.5 triljard in 2018 is de Amerikaanse economie goed voor
24% van de mondiale output.
• De levensstandaard in de VS is hoog
o Output per capita is $62,500 (nagenoeg het hoogste in de wereld).
• Economen kijken ook naar:
o outputgroei
o werkloosheidsgraad
o inflatiegraad
• De Amerikaanse economie was gezond in 2018: de effecten van de 2008-2009 crisis waren
niet of nauwelijks meer voelbaar.
• Toch aandachtspunten: lage beleidsrente, lage productiviteitsgroei en tekort op de
handelsbalans
Waarom kan de Fed rate niet onder 0 gaan?
• Deze beperking is gekend als de zero lower bound.
• Wanneer deze intrestvoet negatief zou worden, zou iedereen verkiezen om cash aan te
houden in plaats van obligaties aan te kopen (liquiditeitsval).
Waarom zijn lage intrestvoeten een potentieel probleem?
• Lage intrestvoeten beperken de mogelijkheden van de Fed om adequaat te reageren op
negatieve schokken in de toekomst.
• Lage intrestvoeten kunnen aanleiding geven tot het nemen van excessieve risico’s door
investeerders die hun opbrengsten willen verhogen.
2
, • Productiviteitsgroei speelt een belangrijke rol in de lange-termijn toenames van de output
per capita, maar deze groei vertraagt sinds 2010 (ongeveer 50% van de productiviteitsgroei
in de jaren ‘90).
• De daling van de productiviteitsgroei is bijkomend zorgwekkend omdat ze de levenstandaard
van de armeren in de maatschappij onevenredig treft.
Amerika: tekort op handelsbalans dat wil zeggen meer import dan export
1.4. De EU
1.4.1. De eurozone
• De Europese Unie (EU) is een groep van 27 Europese landen met een gemeenschappelijke
markt.
• In 1999 werd een muntunie opgericht – de eurozone – waarbinnen de euro (€) de nationale
munten verving in 2002.
• In tegenstelling tot de VS, likte Europa in 2018 nog steeds haar wonden na de financiële crisis
van 2008-2009.
• In 2018-19 was de outputgroei nog steeds lager dan het gemiddelde voor de crisis.
• De eurozone wordt vandaag geconfronteerd met twee problemen:
o Hoe kan de werkloosheidsgraad teruggedrongen worden?
o Hoe kan de gemeenschappelijke munt op een efficiënte manier gebruikt worden
• De gemiddelde werkloosheidsgraad in 2018 is hoog, maar er is een grote verscheidenheid op
landenniveau (Duitsland: 3%, Spanje: 15%).
• De hoge werkloosheidsgraad was een direct gevolg van de financieel-economische crisis.
• Zelfs wanneer de Spaanse werkloosheidsgraad minimaal was voor de crisis (8%), was ze nog
steeds het dubbele van deze in de VS.
• Een aantal economen geloven dat arbeidsmarkt-rigiditeiten (bv. een te hoge bescherming
van werknemers) aan de basis liggen van deze problemen.
Voorstanders van de euro wijzen op:
• de economische voordelen door het wegvallen van wisselkoersrisico’s
• haar bijdrage tot de het aanzien van Europa als een belangrijke economische wereldspeler
Tegenstanders halen aan:
• de nadelen van een gemeenschappelijk monetair beleid voor een grote diversiteit aan
eurolanden
• het verlies van de wisselkoers als aanpassings-instrument binnen de eurozone
3
, 1.4.2. ECB
maatregelen van de ECB:
• PEPP: Pandemic Emergency Purchase Programme (opkopen obligaties door de cb)
• Green deal
1.4.3. Brexit
• Schrik voor migratie ligt aan de grondslag van de Brexit maar das geen waar
• De Ouderen wouden vooral weg
1.5. China
• China is zeer vaak in het nieuws.
• De bevolking in China is 4x zo groot als deze in de VS.
• De Chinese output is $13.5 triljard, ongeveer 60% van deze van de VS.
• De output per persoon is ongeveer 15% van deze van de VS.
• De Chinese economie kent nu reeds 4 decennia een zeer sterke groei (inhaalbeweging).
• China’s sterke economische groei is het gevolg van een sterke kapitaalaccumulatie en
technologische vooruitgang.
• De groeivertraging na de financieel-economische crisis wordt gezien als een gewenste
beleidsinterventie: een groter deel van de output gaat naar consumptie in plaats van naar
investeringen.
o Buitenlandse investeringen
o Groeivertraging is gewenst
1.6. Vooruitblik
• We konden in dit hoofdstuk ook gekeken hebben naar India, Japan, Latijns-Amerika,
Centraal- en Oost-Europa of Afrika…
4