2020-2021
EIGEN EN NIET EIGEN 1
2de bachelor geneeskunde
UNIVERSITEIT ANTWERPEN
,1
, Het immunsysteem
Functies
De belangrijkste functie van het immuunsysteem is de verdediging van het lichaam tegen
pathogenen (ziekteverwekkers) en schadelijke stoffen zoals
- Virussen, bacteriën, schimmels, parasieten
- Toxines
- Tumoren
o Via tumorsurveillantie: ontstaan van tumor proberen tegen te gaan
- Afgestorven weefsel
o Opruimen (van zowel lichaamseigen als lichaamsvreemd materiaal) door bv
macrofagen
Het is hierbij belangrijk dat het immuunsysteem een onderscheid kan maken tussen
“schadelijk” en “onschadelijk” => tolerantie
→ Allergie is bv een immuun antwoord waarbij er een immuunreactie optreedt tegen
lichaamsvreemde materialen waardoor klachten ontstaan maar de immuunreactie
ongewenst is
Diversiteit pathogenen
De diversiteit aan pathogenen vormt een grote uitdaging voor het immuunsysteem
• Grootte
o Kleine partikels (nanometer en micrometer) kunnen door de cellen
gefagocyteerd worden. Cellen kunnen het pathogeen opnemen, vernietigen
en opruimen.
o Bij grotere parasieten (cm) zal het immuunsysteem vnl optreden door stoffen
af te geven die de parasiet beschadigen en doden
• Plaats
o Bepaalde pathogenen leven intracellulair (IC) en andere extracellulair (EC) en
sommigen beiden.
o Immuun antwoord op een IC pathogeen zal anders verlopen dan voor EC
pathogeen.
• Verdediging
o Humoraal immuunsysteem (complement systeem, Ig) is inefficiënt tegen IC
pathogeen.
→ IC pathogeen zullen meestal worden opgeruimd via cellulaire
immuniteit doordat de gastheercel waarin ze zitten mee vernietigd
2
, wordt (door cytotoxische T lymfocyten (CTL) of natural killer cellen
(NK) die deel uitmaken van het aangeboren imuunsysteem).
o Humoraal immuunsysteem is wel zeer efficiënt tegen EC pathogenen
(complement en Ig kunnen makkelijk EC pathogenen herkennen , daarmee
binden en beschadigen)
o Parasieten zijn te groot en kunnen niet gefagocyteerd worden en kunnen ook
niet door CTL en NK worden aangevallen.
→ Belangrijke verdediging: eosinofielen (granulocyten; hebben granules
in hun cytoplasma).
→ Deze granules worden vrijgezet wanneer eosinofiel geactiveerd wordt
en hierin zitten zeer toxische producten die de parasiet kunnen
beschadigen
Om al deze pathogenen te kunnen bestrijden is er dus nood aan een snel, verspreid, efficiënt
en complex systeem
Humorale en cellulaire immuniteit (verworven immuunsysteem)
• Humorale immuniteit van het verworven immuunsysteem wordt volledig gedragen
door B-lymfocyten.
➢ Produceren antilichamen (Ig) eenmaal ze geactiveerd zijn geweest en
uitgerijpt tot effectorcellen (plasmacellen)
• Cellulaire immuniteit van het verworven immuunsysteem gedragen door T-
lymfocyten.
➢ We onderscheiden T-helpercellen en CTL (Tc).
➢ CTL induceren apoptose van gastheercel (ingedrongen door virus)
➢ T-helpercellen zullen wanneer ze geactiveerd worden prolifereren en
cytokines vormen die vooral ondersteunende functie hebben.
o Bepalen bv ook mee welke antilichamen geproduceerd worden
3
EIGEN EN NIET EIGEN 1
2de bachelor geneeskunde
UNIVERSITEIT ANTWERPEN
,1
, Het immunsysteem
Functies
De belangrijkste functie van het immuunsysteem is de verdediging van het lichaam tegen
pathogenen (ziekteverwekkers) en schadelijke stoffen zoals
- Virussen, bacteriën, schimmels, parasieten
- Toxines
- Tumoren
o Via tumorsurveillantie: ontstaan van tumor proberen tegen te gaan
- Afgestorven weefsel
o Opruimen (van zowel lichaamseigen als lichaamsvreemd materiaal) door bv
macrofagen
Het is hierbij belangrijk dat het immuunsysteem een onderscheid kan maken tussen
“schadelijk” en “onschadelijk” => tolerantie
→ Allergie is bv een immuun antwoord waarbij er een immuunreactie optreedt tegen
lichaamsvreemde materialen waardoor klachten ontstaan maar de immuunreactie
ongewenst is
Diversiteit pathogenen
De diversiteit aan pathogenen vormt een grote uitdaging voor het immuunsysteem
• Grootte
o Kleine partikels (nanometer en micrometer) kunnen door de cellen
gefagocyteerd worden. Cellen kunnen het pathogeen opnemen, vernietigen
en opruimen.
o Bij grotere parasieten (cm) zal het immuunsysteem vnl optreden door stoffen
af te geven die de parasiet beschadigen en doden
• Plaats
o Bepaalde pathogenen leven intracellulair (IC) en andere extracellulair (EC) en
sommigen beiden.
o Immuun antwoord op een IC pathogeen zal anders verlopen dan voor EC
pathogeen.
• Verdediging
o Humoraal immuunsysteem (complement systeem, Ig) is inefficiënt tegen IC
pathogeen.
→ IC pathogeen zullen meestal worden opgeruimd via cellulaire
immuniteit doordat de gastheercel waarin ze zitten mee vernietigd
2
, wordt (door cytotoxische T lymfocyten (CTL) of natural killer cellen
(NK) die deel uitmaken van het aangeboren imuunsysteem).
o Humoraal immuunsysteem is wel zeer efficiënt tegen EC pathogenen
(complement en Ig kunnen makkelijk EC pathogenen herkennen , daarmee
binden en beschadigen)
o Parasieten zijn te groot en kunnen niet gefagocyteerd worden en kunnen ook
niet door CTL en NK worden aangevallen.
→ Belangrijke verdediging: eosinofielen (granulocyten; hebben granules
in hun cytoplasma).
→ Deze granules worden vrijgezet wanneer eosinofiel geactiveerd wordt
en hierin zitten zeer toxische producten die de parasiet kunnen
beschadigen
Om al deze pathogenen te kunnen bestrijden is er dus nood aan een snel, verspreid, efficiënt
en complex systeem
Humorale en cellulaire immuniteit (verworven immuunsysteem)
• Humorale immuniteit van het verworven immuunsysteem wordt volledig gedragen
door B-lymfocyten.
➢ Produceren antilichamen (Ig) eenmaal ze geactiveerd zijn geweest en
uitgerijpt tot effectorcellen (plasmacellen)
• Cellulaire immuniteit van het verworven immuunsysteem gedragen door T-
lymfocyten.
➢ We onderscheiden T-helpercellen en CTL (Tc).
➢ CTL induceren apoptose van gastheercel (ingedrongen door virus)
➢ T-helpercellen zullen wanneer ze geactiveerd worden prolifereren en
cytokines vormen die vooral ondersteunende functie hebben.
o Bepalen bv ook mee welke antilichamen geproduceerd worden
3