Les 11: Hoe kun je zuivere stoffen en mengsels van elkaar
onderscheiden?
- Deeltjesmodel: = eenvoudige voorstelling van stof
= opgebouwd uit figuurtjes
Vb. suikerwater = water- en suikerdeeltjes
- Zuivere stof: bestaat uit 1 soort deeltjes. Vb. suikerklontje, aluminiumfolie
- Mengsel: bestaat uit verschillende deeltjes. Vb. chocoladepudding,
zout water
Onderzoek met folie:
- Door indamping de zuiverheid van het water onderzoeken
- Verschillende soorten van water:
o Suikerwater: laat een verbrand oppervlak na
o Leidingwater: laat kalk na
o Zout water: laat stipjes na
o Gedestilleerd water: laat niets na
Les 12: Hoe verschilt de afstand tussen deeltjes bij verschillende
aggregatietoestanden?
- Aggregatietoestanden:
o vast vaste stof
o vloeibaar vloeistof
o gasvormig gas
- Als we een gas samendrukken:
o De afstand tussen de deeltjes verkleint
o De grootte van de deeltjes verandert niet!
o Bv. Lucht in meetspuit samendrukken.
- Afstand vloeistofdeeltjes en gasdeeltjes:
o Er is een afstand tussen vloeistofdeeltjes
Bv. Water en alcohol mengen: kleine waterdeeltjes gaan tussen
alcoholdeeltjes
o Afstand tussen vloeistofdeeltjes is kleiner dan bij gas
Bv. Meetspuit met water en lucht: Na indrukken nog even veel
water
- Afstand vloeistofdeeltjes en vaste stof:
o Afstand tussen deeltjes vaste stof is kleiner dan bij vloeistof
Bv. Gestolde kaarsvet neemt minder plaats in als het gestold is
Les 13: Hoe beweeglijk zijn deeltjes?
- Gasdeeltjes: snel
o Botsen tegen elkaar en verspreiden zich
o Nemen de plaats in van de ruimte waar ze zich in bevinden
1
, o Bv. Etherdeeltjes die zich door de klas verspreiden
- Vloeistofdeeltjes:
o Bewegen ten opzichte van elkaar
o Botsen tegen elkaar, maar verspreiden zich niet in de volledige ruimte
o Nemen minder ruimte in dan gasdeeltjes
o Bv. Kleurstofdeeltjes die zich verspreiden in water
- Deeltjes van een vaste stof:
o Trillen ter plaatse
Les 14. Hoe stellen we de aggregatietoestanden voor met een
deeltjesmodel?
- Rangschikken op basis van:
1. De afstand tussen de deeltjes:
o Vaste stof: kleinste afstand
o Vloeistof: grotere afstand
o Gas: grootste afstand
2. De beweeglijkheid van de deeltjes:
o Vaste stof: kleinste beweeglijkheid =)
o Vloeistof: grotere beweeglijkheid = ))
o Gas: grootste beweeglijkheid = )))
= de kenmerken om de aggregatietoestanden weer te geven
(Les 15. Het deeltjesmodel in 3D = opdracht)
Les 16. Welke invloed heeft de temperatuur op het volume van een
hoeveelheid stof?
- Volume
Vaste stof
o Temperatuurstijging vergroot het volume
o Temperatuurdaling verkleint het volume
o Bv. Deksel confituurpot onder warm water
Vloeistof
o Temperatuurstijging vergroot het volume
o Temperatuurdaling verkleint het volume
o Bv. Benzine die in de zomer uitzet en uit de tank loopt
Gas
o Temperatuurstijging vergroot het volume
o Temperatuurdaling verkleint het volume
o Bv. Gas in fietsbanden dat uitzet in de zomer (in schaduw zetten)
2