BIAZ Respiratie 08
Respiratoire insufficiëntie
In de longen vindt gasuitwisseling plaats, dit is afhankelijk van:
- Ventilatie -> verversing van gassen zuurstof en koolstofdioxide.
- Perfusie -> doorbloeding van weefsels.
- Diffusie -> daadwerkelijke gasuitwisseling
De ademarbeid (work of breahting) is de uiteindelijke mechanische verrichting om te voorzien in de
gasverversing. Problemen die op kunnen treden bij de gaswisseling is dode ruimte ventilatie en
shunting.
- Dode ruimte ventilatie: longdelen worden wel geventileerd maar er vind geen perfusie
plaats. Oorzaken: ernstige COPD, longembolie, relatieve onder vulling en hoge
beademingsdrukken.
- Shunting: vind wel perfusie plaats in de longdelen maar geen ventilatie. Zuurstofarm bloed in
de arteriële circulatie. Oorzaken: pneumonie, ARDS en longoedeem.
Ventilatie perfusie verhouding (V/P-verhouding)
Ventilatie (V) is de hoeveelheid buitenlucht die de alveoli bereikt en perfusie (P) is de bloedtoevoer
naar de alveoli die uitwisseling van CO2 en O2 mede mogelijk maakt. In de ideale situatie is deze
verhouding 1:1, er is net zoveel ventilatie als perfusie.
Respiratoire insufficiëntie of respiratoir falen is een klinisch beeld waarbij de normale gasuitwisseling
van zuurstof en koolstofdioxide verstoord is. er treedt hypoxemie op (zuurstoftekort in het bloed).
Dit kan gepaard gaan met hypercapnie (verhoogd gehalte aan koolstofdioxide in het bloed).
2 type respiratoire insufficiëntie:
- Type 1: Partiele respiratoire insufficiëntie: PaO2 verlaagd, PaCO2 normaal.
- Type 2: totale respiratoire insufficiëntie: PaO2 verlaagd, PaCO2 verhoogd (hypercapnie).
Oorzaken kunnen zijn:
- Pneumonie
- Longcontusie
- Longoedeem
- Aspiratie
- Inhalatie trauma
- Astma, COPD
Klinische verschijnselen:
- Hypoxemie
- Hypercapnie -> respiratoire acidose gevolg
Observaties:
- Ademhaling observatie
- Ademdiepte
- Ademritme
- Thoraxexcursies
, - Ademfrequentie
- Geluiden
- Kleur patiënt
- Gebruik hulpademhalingsspieren? -> patiënt verkeerd in zuurstofnood
- Houding patiënt voor ademhalen?
Compensatiemechanismen bij respiratoire insufficiëntie:
- Hypoxische vasoconstrictie
- Hypocapnische bronchoconstrictie
- Toename ademminuutvolume
- Toename hartminuutvolume
Ventilatoire insufficiëntie: dit uit zich in een afname van het ademminuutvolume. Normale
longfunctie.
Beïnvloeden ademhaling door:
Medicatie:
- Bronchodilatoren: luchtwegverwijders (ontspannen de spieren in de luchtwegen).
- Corticosteroïden: hormonen die worden geproduceerd door de bijnierschors,
ontstekingsremmend.
Zuurstof: zuurstof mag niet zomaar toegediend worden en kent op langer termijn en hoge
concentraties complicaties.
Houding: fowler-houding (patiënt zit half zittend in bed).
Zuurstoftherapie
Kan alleen bij een spontaan ademende patiënt met een te lage zuurstofspanning in het bloed of een
te lage zuurstofsaturatie.
COPD patiënten kunnen door een toediening van zuurstof een afname van de ademprikkel krijgen.
Neusbril:
- 5L/minuut maximaal
- Voorkom uitdroging van de slijmvliezen
- Voorkom drukplekken op de wangen en oren
- Verschonen bij zichtbare verontreiniging.
Venturimasker
- 8-15L/minuut
- Twee opzetstukken: 40% en 60% fiO2
- Voorkom uitdroging van de slijmvliezen
- Voorkom drukplekken op de wangen en oren
- Verschonen bij zichtbare verontreiniging.
Non rebreathing masker
- 15L-minuut.
Respiratoire insufficiëntie
In de longen vindt gasuitwisseling plaats, dit is afhankelijk van:
- Ventilatie -> verversing van gassen zuurstof en koolstofdioxide.
- Perfusie -> doorbloeding van weefsels.
- Diffusie -> daadwerkelijke gasuitwisseling
De ademarbeid (work of breahting) is de uiteindelijke mechanische verrichting om te voorzien in de
gasverversing. Problemen die op kunnen treden bij de gaswisseling is dode ruimte ventilatie en
shunting.
- Dode ruimte ventilatie: longdelen worden wel geventileerd maar er vind geen perfusie
plaats. Oorzaken: ernstige COPD, longembolie, relatieve onder vulling en hoge
beademingsdrukken.
- Shunting: vind wel perfusie plaats in de longdelen maar geen ventilatie. Zuurstofarm bloed in
de arteriële circulatie. Oorzaken: pneumonie, ARDS en longoedeem.
Ventilatie perfusie verhouding (V/P-verhouding)
Ventilatie (V) is de hoeveelheid buitenlucht die de alveoli bereikt en perfusie (P) is de bloedtoevoer
naar de alveoli die uitwisseling van CO2 en O2 mede mogelijk maakt. In de ideale situatie is deze
verhouding 1:1, er is net zoveel ventilatie als perfusie.
Respiratoire insufficiëntie of respiratoir falen is een klinisch beeld waarbij de normale gasuitwisseling
van zuurstof en koolstofdioxide verstoord is. er treedt hypoxemie op (zuurstoftekort in het bloed).
Dit kan gepaard gaan met hypercapnie (verhoogd gehalte aan koolstofdioxide in het bloed).
2 type respiratoire insufficiëntie:
- Type 1: Partiele respiratoire insufficiëntie: PaO2 verlaagd, PaCO2 normaal.
- Type 2: totale respiratoire insufficiëntie: PaO2 verlaagd, PaCO2 verhoogd (hypercapnie).
Oorzaken kunnen zijn:
- Pneumonie
- Longcontusie
- Longoedeem
- Aspiratie
- Inhalatie trauma
- Astma, COPD
Klinische verschijnselen:
- Hypoxemie
- Hypercapnie -> respiratoire acidose gevolg
Observaties:
- Ademhaling observatie
- Ademdiepte
- Ademritme
- Thoraxexcursies
, - Ademfrequentie
- Geluiden
- Kleur patiënt
- Gebruik hulpademhalingsspieren? -> patiënt verkeerd in zuurstofnood
- Houding patiënt voor ademhalen?
Compensatiemechanismen bij respiratoire insufficiëntie:
- Hypoxische vasoconstrictie
- Hypocapnische bronchoconstrictie
- Toename ademminuutvolume
- Toename hartminuutvolume
Ventilatoire insufficiëntie: dit uit zich in een afname van het ademminuutvolume. Normale
longfunctie.
Beïnvloeden ademhaling door:
Medicatie:
- Bronchodilatoren: luchtwegverwijders (ontspannen de spieren in de luchtwegen).
- Corticosteroïden: hormonen die worden geproduceerd door de bijnierschors,
ontstekingsremmend.
Zuurstof: zuurstof mag niet zomaar toegediend worden en kent op langer termijn en hoge
concentraties complicaties.
Houding: fowler-houding (patiënt zit half zittend in bed).
Zuurstoftherapie
Kan alleen bij een spontaan ademende patiënt met een te lage zuurstofspanning in het bloed of een
te lage zuurstofsaturatie.
COPD patiënten kunnen door een toediening van zuurstof een afname van de ademprikkel krijgen.
Neusbril:
- 5L/minuut maximaal
- Voorkom uitdroging van de slijmvliezen
- Voorkom drukplekken op de wangen en oren
- Verschonen bij zichtbare verontreiniging.
Venturimasker
- 8-15L/minuut
- Twee opzetstukken: 40% en 60% fiO2
- Voorkom uitdroging van de slijmvliezen
- Voorkom drukplekken op de wangen en oren
- Verschonen bij zichtbare verontreiniging.
Non rebreathing masker
- 15L-minuut.