2021
Klinisch georiënteerde
embryologie en genetica
SAMENVATTING
AMBER ANSAELENS
,INLEIDING
o Embryologie:
o = de wetenschap die de vorming van een nieuw menselijk organisme bestudeert, vanaf de
bevruchting tot de geboorte
o Embryo:
o = vanaf de bevruchting (zygote) tot en met de 2e maand (8e week) van de ontwikkeling
o Foetus:
o = vanaf de 3e maand (9e week)
o De foetale periode
CELDELING
PRINCIPES VAN CELDELING
MITOSE
o = celdeling waarbij uit 1 diploïde cel (2n), 2 diploïde (2n) cellen worden gevormd
o Doel:
o Cellen vermeerderen, 2 identieke kopieën maken
o Celdeling die ervoor zorgt dat weefsels groeien
o Belangrijkste drijvende kracht achter de embryogenese, foetale groei en groei tijdens de
kinderleeftijd is mitose
o Voordat men start met mitose moet eerst de hoeveelheid kernmateriaal verdubbeld worden
o Gebeurt tijdens de S(ynthese)-fase
o Door DNA-synthese kopieërt de cel al zijn erfelijk materiaal
o Na het verdubbelen beschikt de cel over 92 chromosomen in plaats van 46 (2n -> 4n)
o Chromosomen zien er nu wel iets anders uit doordat de kopieën telkens blijven
kleven aan het origineel
o Krijgen een andere naam, namelijk (zuster)chromatiden
o Na de S-fase bevat elke cel 92 zusterchromatiden of 46 verdubbelde
chromosomen
o Fasen van mitose:
o Profase:
o 46 verdubbelde chromosomen worden zichtbaar in de celkern
o Centriolen begeven zich naar de celpolen
o Prometafase:
o Celkern verdwijnt
o Verdubbelde chromosomen komen in beweging
o Trekdraden worden gespannen tussen de centriolen (-> spoel)
o Metafase:
o Verdubbelde chromosomen aligeren zich op de evenaar van de spoel
Amber Ansaelens 1
, o Anafase:
o Zusterchromatiden gaan uiteen ter hoogte van hun centromeer (nu chromosomen)
o Ze worden naar tegenoverliggende polen getrokken
o Telofase:
o Chromosomen komen aan ter hoogte van de polen (46 bij elke pool)
o Cytoplasmadeling begint
o 2 identieke cellen van 46 chromosomen worden gevormd
MEIOSE
o = celdeling waarbij uit 1 diploïde cel (2n) 4 haploïde cellen (n) worden gevormd
o Doel:
o Geslachtscellen creëren
o Speciale vorm van celdeling waarbij hoeveelheid erfelijk materiaal gereduceerd wordt
o Geen identieke kopieën zoals bij mitose
o Bedoeling is om cellen te maken die slechts half zo veel erfelijk materiaal bevatten
o Bij versmelting van haploïde geslachtscellen ontstaat dan terug diploïd organisme (n+n = 2n)
o Bijzondere eigenschappen:
o Meiotische deling bestaat altijd uit 2 opeenvolgende celdelingen (I & II)
o 2e meiotische celdeling lijkt sterk op de mitotische deling
o Tussen I & II is er geen nieuwe fase van groei of DNA-synthese
o Tijdens fase I zoeken de verdubbelde chromosomen hunhomologe partner op
o Zo ontstaan tetraden:
o Verbindingen van 4 zusterchromatiden
o Tijdens dase 1 vindt er ook DNA-uitwisseling (= crossing over) plaats binnen de tetraden
o Bevordert de genetische variabiliteit binnen de menselijke soort
o DNA-uitwisseling gebeurt niet tijdens mitose
o Fasen van meiose:
o Profase I:
o Celkern verdwijnt
o Vanuit centriolen ontstaat een spoel met trekdraden
o 23 tetraden worden zichtbaar en zoeken elkaar op
o Tetraden overkruisen en wisselen DNA uit (crossing over)
o Metafase I:
o Tetraden aligneren zich op de evenaar van de spoel
o Anafase I:
o Tetraden vallen uiteen in verdubbelde chromosomen
o Ze worden naar tegenoverliggende polen getrokken
Amber Ansaelens 2
, o Telofase I:
o Verdubbelde chromosomen komen aan ter hoogte van polen
o Na cytoplasmadeling worden 2 niet-gelijke cellen gevromd
o Elke dochtercel bevat 23 verdubbelde chromosomen
o Profase II:
o Celkern verdwijnt
o Vanuit centriolen ontstaat een spoel met trekdraden
o 23 verdubbelde chromosomen komen in beweging
o Metafase II:
o Verdubbelde chromosomen aligeneren zich op de evenaar van de spoel
o Anafase II:
o Zusterchromatiden gaan uiteen ter hoogte van hun centromeer (nu chromosomen)
o Ze worden naar tegenoverliggende polen getrokken
o telofaseII:
o chromosomen komen aan ter hoogte van de polen (23 bij elke pool)
o na cytoplasmadeling worden 2 niet-gelijke cellen gevormd
o elke dochtercel bevat nu 23 chromosomen
Amber Ansaelens 3
Klinisch georiënteerde
embryologie en genetica
SAMENVATTING
AMBER ANSAELENS
,INLEIDING
o Embryologie:
o = de wetenschap die de vorming van een nieuw menselijk organisme bestudeert, vanaf de
bevruchting tot de geboorte
o Embryo:
o = vanaf de bevruchting (zygote) tot en met de 2e maand (8e week) van de ontwikkeling
o Foetus:
o = vanaf de 3e maand (9e week)
o De foetale periode
CELDELING
PRINCIPES VAN CELDELING
MITOSE
o = celdeling waarbij uit 1 diploïde cel (2n), 2 diploïde (2n) cellen worden gevormd
o Doel:
o Cellen vermeerderen, 2 identieke kopieën maken
o Celdeling die ervoor zorgt dat weefsels groeien
o Belangrijkste drijvende kracht achter de embryogenese, foetale groei en groei tijdens de
kinderleeftijd is mitose
o Voordat men start met mitose moet eerst de hoeveelheid kernmateriaal verdubbeld worden
o Gebeurt tijdens de S(ynthese)-fase
o Door DNA-synthese kopieërt de cel al zijn erfelijk materiaal
o Na het verdubbelen beschikt de cel over 92 chromosomen in plaats van 46 (2n -> 4n)
o Chromosomen zien er nu wel iets anders uit doordat de kopieën telkens blijven
kleven aan het origineel
o Krijgen een andere naam, namelijk (zuster)chromatiden
o Na de S-fase bevat elke cel 92 zusterchromatiden of 46 verdubbelde
chromosomen
o Fasen van mitose:
o Profase:
o 46 verdubbelde chromosomen worden zichtbaar in de celkern
o Centriolen begeven zich naar de celpolen
o Prometafase:
o Celkern verdwijnt
o Verdubbelde chromosomen komen in beweging
o Trekdraden worden gespannen tussen de centriolen (-> spoel)
o Metafase:
o Verdubbelde chromosomen aligeren zich op de evenaar van de spoel
Amber Ansaelens 1
, o Anafase:
o Zusterchromatiden gaan uiteen ter hoogte van hun centromeer (nu chromosomen)
o Ze worden naar tegenoverliggende polen getrokken
o Telofase:
o Chromosomen komen aan ter hoogte van de polen (46 bij elke pool)
o Cytoplasmadeling begint
o 2 identieke cellen van 46 chromosomen worden gevormd
MEIOSE
o = celdeling waarbij uit 1 diploïde cel (2n) 4 haploïde cellen (n) worden gevormd
o Doel:
o Geslachtscellen creëren
o Speciale vorm van celdeling waarbij hoeveelheid erfelijk materiaal gereduceerd wordt
o Geen identieke kopieën zoals bij mitose
o Bedoeling is om cellen te maken die slechts half zo veel erfelijk materiaal bevatten
o Bij versmelting van haploïde geslachtscellen ontstaat dan terug diploïd organisme (n+n = 2n)
o Bijzondere eigenschappen:
o Meiotische deling bestaat altijd uit 2 opeenvolgende celdelingen (I & II)
o 2e meiotische celdeling lijkt sterk op de mitotische deling
o Tussen I & II is er geen nieuwe fase van groei of DNA-synthese
o Tijdens fase I zoeken de verdubbelde chromosomen hunhomologe partner op
o Zo ontstaan tetraden:
o Verbindingen van 4 zusterchromatiden
o Tijdens dase 1 vindt er ook DNA-uitwisseling (= crossing over) plaats binnen de tetraden
o Bevordert de genetische variabiliteit binnen de menselijke soort
o DNA-uitwisseling gebeurt niet tijdens mitose
o Fasen van meiose:
o Profase I:
o Celkern verdwijnt
o Vanuit centriolen ontstaat een spoel met trekdraden
o 23 tetraden worden zichtbaar en zoeken elkaar op
o Tetraden overkruisen en wisselen DNA uit (crossing over)
o Metafase I:
o Tetraden aligneren zich op de evenaar van de spoel
o Anafase I:
o Tetraden vallen uiteen in verdubbelde chromosomen
o Ze worden naar tegenoverliggende polen getrokken
Amber Ansaelens 2
, o Telofase I:
o Verdubbelde chromosomen komen aan ter hoogte van polen
o Na cytoplasmadeling worden 2 niet-gelijke cellen gevromd
o Elke dochtercel bevat 23 verdubbelde chromosomen
o Profase II:
o Celkern verdwijnt
o Vanuit centriolen ontstaat een spoel met trekdraden
o 23 verdubbelde chromosomen komen in beweging
o Metafase II:
o Verdubbelde chromosomen aligeneren zich op de evenaar van de spoel
o Anafase II:
o Zusterchromatiden gaan uiteen ter hoogte van hun centromeer (nu chromosomen)
o Ze worden naar tegenoverliggende polen getrokken
o telofaseII:
o chromosomen komen aan ter hoogte van de polen (23 bij elke pool)
o na cytoplasmadeling worden 2 niet-gelijke cellen gevormd
o elke dochtercel bevat nu 23 chromosomen
Amber Ansaelens 3