100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Diagnostiek samenvatting van zowel boek, als hoorcolleges, als interactieve (casus) colleges.

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
54
Geüpload op
29-11-2021
Geschreven in
2021/2022

Diagnostiek! Erg taai en veel stof om door te nemen, maar met een samenvatting zo gepiept. In deze samenvatting zijn de belangrijkste aspecten van het hoorcollege terug te vinden, alsmede hoofdstukken uit het boek. Daarnaast zijn ook de casus vereisten uitgewerkt, want diagnostiek bestaat uit twee onderdelen: de uitwerking van een casus en de multiple choise tentamenvragen (60 stuks).

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
9 t/m 18
Geüpload op
29 november 2021
Aantal pagina's
54
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Diagnostiek Semester 2, blok 1:
Handboek Diagnostiek in de leerlingbegeleiding, Kind en Context.
Handboek Psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen en adolescenten.
+ Aanvullende uitleg van de hoorcolleges



Hoorcollege 1a informatie
Diagnostiek
 Grieks  Dia = uit elkaar halen
 Gignoskein = begrijpen, te weten komen
 Diagnostiek = kunnen onderscheiden van beelden
Psychodiagnostiek
De Zeeuw (1983)  ‘De psychodiagnostiek heeft als onderzoekstaak de individuele verschillen tussen
mensen vast te stellen en deze kennis toe te passen op het enkele individu, de persoon, ten dienste
van zijn of haar belang in persoonlijk of maatschappelijk opzicht.’
Rispens (1980)  ‘‘Het proces van informatie-inwinning en oordeelsvorming (beschrijven en
analyseren), uitmondend in een uitspraak die ook implicaties heeft naar verdere aanpak. ‘
Tak e.a. (H1 (2014)  ‘Al het verwerven en verwerken van informatie ter onderbouwing van besluiten
die in het hulpverleningsproces genomen dienen te worden, het zij in de vorm van screening, gericht
onderzoek, monitoring of evaluatie. Het gaat om het verkrijgen van een (voor dat moment) voldoende
compleet, uniek en gedetailleerd beeld van de problematiek van de hulpvrager(s) en zijn/hun situatie
met het oog op gefundeerde advisering en probleemoplossing.’
 Psychodiagnostiek legt de nadruk op het individu
 Diagnostiek als classificatie of als uitspraak
 Diagnostiek als diagnostisch onderzoek en/of als hulpverlening
 (Psycho)diagnostiek als de praktijken/of de leer
 Diagnostiek heeft iets van een kameleon; er zitten veel kanten aan

Diagnostisch proces
1. Testleer (COTAN)
o Ook wel psychometrie genoemd, de leer van het meten
o Omvat statistische en methodologische kennis voor keuze van instrumenten en
interpretatie van scores
o Centrale begrippen: betrouwbaarheid, validiteit, normering
o Pas als we iets weten over de verdeling van kenmerken in een populatie en hoe we die
kunnen vaststellen bij één persoon kunnen we aangeven of de score van die persoon
afwijkend of problematisch is
o Casus Miran: Toetsingscriteria en aannemen/verwerpen hypothese
2. Theorieën en concepten (COTAN)
o Omvat theorieën over individuele verschillen tussen personen en omgevingen en over de
ontwikkeling van personen
o Centrale begrippen: eigenschappen, kenmerken, gedragingen, belevingen, ontwikkeling,
individu, omgeving
o Geven ons een kader om te kijken naar een persoon en diens omgevingen een basis voor
het ontwikkelen van meetinstrumenten
o Casus Miran: Hypothesevormingen conclusie
3. Meetinstrumenten (COTAN)
o Omvat alle methoden om iets te weten te komen over een persoon en/of diens omgeving
o Observatietechnieken, vragenlijsten, interviews, testen
o Centrale begrippen: items, vragen, opdrachten, observatiecategorieën, schaalconstructie
o Middelen om kenmerken of gedragingen van een persoon weer te geven in een getal en
te kunnen interpreteren, zodat we een diagnose kunnen stellen
o Casus Miran: Operationalisatie
4. Diagnostisch proces (NVO richtlijnen)
o Omvat alle fasen die worden doorlopen in een diagnostisch proces
o Er zijn normatieve modellen of procedures die voorschrijven welke stappen hierbij in
welke volgorde moeten worden genomen

1

, o Van aanmelding tot advies
o Centrale begrippen: regulatieve cyclus, empirische cyclus, NVO richtlijnen
o Je doet als diagnosticus niet zomaar iets, je volgt een vast staande procedure, die
navolgbaar is voor cliënten en collega’s

Hoofdstuk 1 uit handboek leerlingbegeleiding in de diagnostiek: de rol van contextfactoren,
veranderbaarheid en positieve elementen.

Diagnostisch proces: Doel of functie en verloop
Doel of functies:
a. Probleemoplossing  hoe het probleem in elkaar zit en welke factoren een rol spelen
o Is fundamenteel, correspondeert met een brede, open probleem/vraagstelling
o B t/m E hebben betrekking op smalle, specifieke probleem/vraagstellingen.
b. Plaatsing  een plaatsingsbeslissing
c. Selectie  de kans van slagen van de cliënt of de meest geschikte persoon voor een
bepaalde functie of opleiding
d. Classificatie  de categorie waartoe de cliënt behoort middels een classificatiesysteem
e. Evaluatie  het effect van een interventie.

Diagnostische vraagstellingen/diagnostiek (gaat van… naar…)
 Smalle geïsoleerde diagnostiek  beperkt aantal alternatieven om tot besluit te komen.
Overkoepelen op ieder aspect de brede open vraagstelling.
 Brede open diagnostiek  complexe diagnostische procedure met grote diversiteit aan
onderzoeksmiddelen. Is opgedeeld in een hiërarchische reeks van vraagstellingen:
1. Verhelderende diagnostiek  Voorafgaand aan de diagnostiek
o Voorbeeld: Welke problemen beleven de leraar en ouders in de omgang met het kind?
o Eindproduct: ordening van klachten van de cliënt en herkennen waar de hulpvragen op
slaan.
2. Onderkennende diagnostiek  beschrijvend of karakteriserend. Omvat d.
o Kan beschrijvend, niveaubepalend of classificerend zijn.
 Hoe is de werkhouding van dit kind? (beschrijvend, i)
 Welk vaardigheidsniveau heeft het kind? (niveaubepalend, ii)
 Is er sprake van dyslexie? (classificerend, iii)
o Eindproduct (3):
 Objectieve beschrijving van aard, omvang en ernst van probleem (i)
 Niveaubepaling van bepaalde ontwikkelingsgebieden of vaardigheden (ii)
 De categorie of stoornis waartoe het probleemgedrag behoort (iii)
o Classificeren is geen verklarende diagnostiek!
3. Verklarende diagnostiek  Je wil weten hoe het komt dat dat gedrag voorkomt.
o Condities onderzoeken of factoren die het probleem veroorzaken.
o Voorbeeld: Houdt de reactie van de leraar het gedrag van het kind in stand?
o Eindproduct: een samenhangend beeld waarin een of meer condities een mogelijke
verklaring kunnen geven voor het veroorzaken/in stand houden van het probleem.
4. Indicerende diagnostiek in enge zin  plaatsing en selectie
o Veranderingsgerichte vraagstelling  vroegtijdig beproeven en evalueren van een aanpak
om tijdens het diagnostisch proces zicht te krijgen op kansrijke interventies.
o Bijvoorbeeld: Biedt speciaal basisonderwijs dit kind het benodigde aanbod? (plaatsing, b)
 alleen plaatsing (zegt niks over hoe de behandeling ingevuld moet worden):
indicatiestelling in enge zin
5. Behandelingsgerichte diagnostiek (Indicerende diagnostiek in ruime zin)  specifiek
gericht op begeleiding en preventie en veranderbaarheid.
o Bijvoorbeeld: Kunnen interactieproblemen tussen leraar en ll worden aangepakt met
School-Video-Interactie-Begeleiding (SVIB)? En zo ja, Hoe?
o  Zowel plaatsing als begeleidingsgericht: indicatiestelling in ruime zin
o Doelen:
 Behandelingsplanning: hoe moet de behandeling worden ingevuld?
 Taxatie veranderbaarheid: wat is de kans van slagen na een interventie?
o Eindproduct: een uitspraak/antwoord op de hulpvraag met theoretisch onderbouwde
aanbevelingen voor een interventie (of conclusie waarom een interventie niet nodig is).

2

, 6. Evaluatieve vraagstelling  correspondeert met doel e. Kan zowel worden uitgevoerd
tijdens een interventie of na afloop.
o Monitoring  evaluatie tijdens de interventie (behandelingsintegriteit: vaststellen of de
interventie wordt uitgevoerd zoals gepland.
 Moeten we doelen bijstellen?
o Evaluatie na afloop  om het effect van de aanpak te bepalen.
 Leest de ll nu sneller door de aanpak dan in het begin?

Fasen en stappen in verschillende
diagnostische procedures
Er zijn verschillende diagnostische
procedures gebaseerd op de empirische
cyclus van de Groot (tabel)
Screening  relatief oppervlakkige
informatieverwerving op een breed gebied.
 Buiten de context van individueel
diagnostisch onderzoek  Vindt
plaats in het kader van preventie,
vroeg signaleren van problemen
(consultatiebureaus, voorscholen).
o Bijv in kaart brengen van
sociaal-emotionele
ontwikkelingsaspecten
(VISEON, SCOL)
o Ook de leerontwikkeling (meer
dan sociaal-emotionele
ontwikkeling)
 Binnen de context van individueel
diagnostisch onderzoek  inwinnen
van zogenaamde bredeband
informatie ter verkenning van de
problematiek van een individueel
kind.
o Bevat informatie over de
zwakke en sterke kenmerken
van de ll  dus ook bijvoorbeeld screening op sociaal-emotionele ontwikkeling.
o Formulering van hypothesen voor gerichter onderzoek.

Handelingsgerichte Diagnostiek model  richtlijn voor beroepsuitoefening in de onderwijssector.
Er wordt afstand gedaan van de routinematige werkwijze en uniformiteit binnen diagnostisch
onderzoek.  Is gebaseerd op een 7-tal uitgangspunten
1) De werkwijze is doelgericht  alleen noodzakelijke informatie verzamelen en alleen
nieuw functioneel onderzoek (taxatie van veranderbaarheid).
o Doel: diagnostisch proces moet uitmonden in een effectief en bruikbaar advies
2) Transactioneel kader  Kinderen bevinden zich in constante communicatie met
anderen. Die wederzijdse gedragingen beïnvloeden als gevolg van communicatie
(bijdrage van contextfactoren).
3) Onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling staan centraal  wat heeft het
kind nodig om een doel te bereiken? (materialen, instructie, extra’s bieden).
4) Ondersteuningsbehoeften leraren en ouders doen ertoe
o Zie 3: Maar wat hebben ouders/leerkrachten nodig om bij te dragen aan de
leerlingbehoeften? Doelen stellen: Ik wil bereiken, dit kan ik al, wat heb ik nodig?
5) Positieve elementen benadrukken
o Talenten, kwaliteiten en interesses (beschermende factoren).
o Wanneer lukt het een leerling wel? Succesvolle aanpakken.
6) Iedereen werkt samen  De omgeving is een informatiebron.
7) De samenwerking is systematisch en transparant

Pijlers van de HGD visie van onderwijsproblemen.


3

, 1. De bijdrage van contextfactoren binnen school en gezin  transactioneel kader. Er is
constant wederkerige beïnvloeding door allerlei factoren uit de omgeving.
o Bijv het ecologisch model van Bronfenbrenner.
o Maar intelligentie en temperament kunnen ook van invloed zijn op gedragingen.
o Proximale factoren  invloed op microniveau (directe invloed)  instructieniveau
o Intermedierende en distale factoren  meso en macrocontexten indirecte beinvloeding
(betrokkenheid van ouders bij school kan invloed hebben op de bereidheid van leraar)
o Risicofactor  een gebeurtenis, omstandigheid of eigenschap die geassocieerd is met
een hoge kans op het ontstaan van ontwikkelingsproblemen van een kind.
 Een risicofactor niet het probleem, probleem bij cumulatie van…
Beiden zijn te lokaliseren op kind- en omgevingsniveau.
o ‘Goodness-of-fit benadering  de kwaliteit van de interactie of relatie tussen kind en
opvoeder wordt afgemeten aan de mate van aansluiting tussen mogelijkheden, motivatie en
gedragsstijl van het kind en de verwachtingen (kan zowel positief als negatief).
2. Taxatie van veranderbaarheid
o Kindkenmerken die beïnvloed kunnen worden via het onderwijs  voorkennis, vakkennis,
vaardigheden, leeractiviteiten, leersituatiebeleving, leerstijl, executieve functies.
o Kenmerken in de onderwijsleersituatie die beïnvloedt kunnen worden  Kwaliteit van
instructie en feedback, vakdidactiek, leervormen, differentiatiecapaciteit
o Kenmerken in de opvoedingssituatie die beïnvloedt kunnen worden  betrokkenheid
versterken, leervorderingen in huiswerk bijhouden, realistische verwachtingen.
3. Positieve elementen  hoe ernstig de problemen zijn, er zijn altijd krachten te vinden die
een rol spelen bij veerkracht of weerbaarheid.
o Beschermende factor  gebeurtenis, omstandigheid of eigenschap die geassocieerd is
met een lage kans op het ontstaan van een ontwikkelingsprobleem van het kind, ondanks
aanwezige risico’s.
 Kan alleen in worden gezet als er een risicofactor in het spel is.
 Veerkracht  wanneer kinderen minder problemen ontwikkelen die je op grond van
de RF zou verwachten.
o Promotieve/bevorderende factoren  factoren die meer algemeen een verandering in
positieve zin faciliteren of uitlokken en dus ondersteunend zijn, onafhankelijk van de mate
RF. Ook hier kan het gaan om kind en omgevingskenmerken.
 Kind met hoge motivatie
 Goed op instructie afgestemde leraar
o De twee zijn echter wel moeilijk te onderscheiden!
De pijlers in de fasen van de HGD
1) Intake fase
o Contextfactoren: relevant om zicht te krijgen op gunstige en ongunstige aspecten van het
onderwijs en de opvoedingssituatie
o Veranderbaarheid: zicht krijgen op attributies die problemen kunnen veroorzaken
o Positieve elementen: expliciet naar voren halen van positieve punten
2) Strategiefase
o Contextfactoren: De kennis uit fase 1 stuurt het formuleren van hypothesen in deze fase.
o Veranderbaarheid: hypothesen richten op veranderbare kenmerken van kind, onderwijs
en opvoedsituatie
o Positieve elementen: zegt iets over de ernst van de problemen
3) Onderzoeksfase
o Contextfactoren: er wordt vastgesteld in hoeverre er sprake is tussen omgeving en kind.
o Veranderbaarheid: reële doelen stellen en exploratie van het leervermogen (ZNO) en
beïnvloedbaarheid.
o Positieve elementen: De positieve elementen worden getoetst
4) Integratie- en aanbevelingsfase
o Contextfactoren: Er moet kennis zijn van alle kenmerken op alle niveaus.
o Veranderbaarheid: Kennis over maatregelen en interventies die effectief zijn bij kinderen
met specifieke kenmerken
o Positieve elementen: Gebruik maken van de elementen om kenmerken van het kind te
versterken.
5) Adviesfase


4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
joannasmeele Universiteit van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
64
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
34
Documenten
30
Laatst verkocht
2 maanden geleden
Dream school

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen