10-9-2021
Overzicht college
• Wat is chroniciteit?
• Wat is complexiteit?
• Klinisch redeneren in het kader van dit blok
• Toetsing
• Organisatie van het blok
Wat is chroniciteit?
“Een ‘chronische aandoening’ is gedefinieerd als een aandoening waarbij over het algemeen geen
uitzicht is op volledig herstel. Een chronische aandoening gaat doorgaans gepaard met pijn, geestelijk
lijden, beperkingen in functioneren of andere klachten. De mate waarin mensen hinder ondervinden
verschilt per aandoening en per individu.”
(www.volksgezondheid.nl)
“Chronische pijn is een persisterend, multifactorieel gezondheidsprobleem waarbij lichamelijke,
psychische en sociale factoren in verschillende mate en in wisselende onderlinge samenhang
bijdragen aan pijnbeleving, pijngedrag, ervaren beperkingen in het dagelijks functioneren en ervaren
vermindering van de kwaliteit van leven.”
(zorgstandaard chronische pijn)
“De duur van een lage-rugpijnepisode wordt ingedeeld in: acuut (0-6 weken), subacuut (7-12 weken)
en chronisch (>12 weken)(…) Een lange episode van lage-rugpijn heeft niet altijd een ongunstige
prognose. Een lange episode van beperkingen en participatieproblemen samenhangend met de lage-
rugpijn heeft veelal wel een ongunstige prognose. “
(KNGF richtlijn Lage rug, 2005) (verouderde definitie)
Ziektelast (Burden of diseas)
De ziektelast = kwantificeert in Disability Adjusted Life Years (DALY)
o het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte)
o het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte),
gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten).
,Complexiteit
• Vanuit biomedisch perspectief
• Vanuit bio-psychosociaal perspectief in relatie tot cliënt
• Vanuit bio-psychosociaal perspectief in relatie tot de omgeving
• Door de hulpvraag
• Eigen persoonlijkheid als therapeut
Biomedisch
• Cliënt met meerdere aandoeningen (Multimorbiditeit).
• Cliënt met (chronische) aandoening die invloed heeft op meerdere (orgaan)systemen.
• Cliënt met medicatie voor (chronische) aandoening die invloed heeft op meerdere
(orgaan)systemen.
• Client zonder voldoende aanwijsbare medische diagnose waarbij verschillende
(orgaan)systemen beïnvloed zijn
Biopsychosociaal
Biopsychosociaal: Complexiteit volgens WPN (2013)
, Complexiteitsniveau Psychosomatische fysio/oefentherapie (Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland)
• Complexiteitsniveau 1: Ongecompliceerd
o Klachten fysiek functioneren
o Psychisch stabiel persoon met betekenisvol leven
o Voldoende mate aan zelfregulatie ten aanzien van gezondheid- en levensdomein
• Complexiteitsniveau 2: licht gecompliceerd
o Klachten fysiek functioneren
o Cliënt heeft enkele disfunctionele opvattingen over zieke en/ of ziekte gedragingen.
o Mogelijk spelen er emoties rondom aandoening en beperking.
o Opvattingen, gedragingen en emoties zijn relatief eenvoudig door middel van
voorlichting te corrigeren.
o Psychisch stabiele persoon met voldoende mate aan zelfregulatie ten aanzien van
gezondheid- en levensdomein, echter door opvattingen en gebrekkige informatie is deze
niet functioneel.
• Complexiteitsniveau 3: Matig gecompliceerd
o Klachten fysiek functioneren
o Cliënt heeft meerdere disfunctionele opvattingen over zieke en/ of ziekte gedragingen
en/ of emoties, die niet door eenvoudige voorlichting te corrigeren zijn.
o Impact van gezondheidsklachten manifest binnen meerder levensgebieden.
o Voor herstel duidelijke ongunstige persoonskenmerken (lage
effectiviteitwaarde/pessimisme etc.) aanwezig.
o Levensproblematiek aanwezig, die niet door ziektelast wordt veroorzaakt (bv..
werkproblematiek), maar wel van invloed is op coping- potentiaal.
o Zelfregulatie is onvoldoende en zelfsturing bemoeilijkt door levensproblematiek.
• Complexiteitsniveau 4: Zwaar gecompliceerd
o Klachten fysiek functioneren
o Cliënt heeft duidelijke disfunctionele opvattingen over zieke en/ of ziekte gedragingen
en/ of emoties, die de klachten bestendigen.
o Impact van gezondheidsklachten manifest binnen meerder levensgebieden.
o Naast de ongunstige persoonskenmerken is psychopathologie aan de order.
o Evt. is er sprake van middelenmisbruik en/of traumatische life event’s. .
o De klachten hebben een functie in het leven gekregen.
o Zelfregulatie is uitermate laag. Cliënt heeft zich bij klachten neergelegd en kan deze niet
aan.
Vanuit bio-psychosociaal perspectief omgeving
• Hulpvraag en zorgvraag van de directe familie
• Stabiliteit van de directe omgeving
• Zorgnetwerk: dus welke disciplines zijn betrokken bij zorgnetwerk
Complexiteit vanuit jouw eigen perspectief als professioneel
“(…) fysiotherapeut is zich er steeds van bewust dat persoonlijke ideeën, intuïtie en gevoelens,
bewust dan wel onbewust, een rol spelen bij de afweging van wat goed is om te doen.(…) ”
(KNGF 2014)