Trombose, Embolie, Atherosclerose, Cerebrovasculair Accident (CVA)
Trombose en arteriosclerose
Atherosclerose: aderverkalking.
Het veroorzaakt een spectrum aan klinische ziektebeelden, waaronder het myocardinfarct en
perifeer vaatlijden.
De meest voorkomende aandoeningen veroorzaakt door trombose zijn de veneuze
tromboembolieën, die vooral problemen geven in benen, armen of longen.
Schade ontstaat als gevolg van een geactiveerd stollingsmechanisme, waardoor een bloedvat geheel
of gedeeltelijk wordt afgesloten.
Bij trombose en atherosclerose spelen het stollingsmechanisme en de interactie tussen het bloed en
de vaatwand een essentiële rol.
Hemostase
De hemostase is een fysiologisch mechanisme dat het bloed in een vloeibare staat houdt binnen de
circulatie. Verder is het een mechanisme dat de integriteit van het vaatsysteem beschermt na
weefselbeschadiging.
Het proces van hemostase na een beschadiging van een bloedvat bestaat uit drie stadia:
• Vasoconstrictie
• Primaire hemostase
• Secundaire hemostase (stolling)
Daarnaast is er het proces van fbrinolyse, waarbij het stolsel weer wordt afgebroken.
Versterkingslussen in de secundaire hemostase
Naast de ‘hoofdroute’ van het stollingssysteem zijn er twee versterkingslussen.
1. Het tissue factor/factor VIIa-complex ook indirect factor X activeren via activatie van factor IX
(tot factor IXa).
• Met behulp van factor VIII kan factor IXa extra factor X activeren tot factor Xa.
• Het belang van deze route wordt het beste geïllustreerd met het feit dat patiënten
met een aangeboren tekort, of soms zelfs volledige afwezigheid van factor VIII of
1