Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
Hoorcolleges Pediatrische neuropsychologie
Inhoudsopgave
Week 1 ............................................................................................................................................................. 1
Hoorcollege 1 - cerebrale ontwikkeling ............................................................................................................. 1
Hoorcollege 2 – normale cognitieve en sociale ontwikkeling ........................................................................... 10
Week 2 ........................................................................................................................................................... 16
Hoorcollege 3 – plasticiteit van het jonge brein ............................................................................................... 16
Week 3 ........................................................................................................................................................... 23
Hoorcollege 4 – Perinatale breinschade deel 1 ................................................................................................ 23
Hoorcollege 5 – ADHD ...................................................................................................................................... 27
Week 4 ........................................................................................................................................................... 36
Hoorcollege 6 – Perinatale breinschade deel 2 ................................................................................................ 36
Hoorcollege 7 - opstandig en anti-sociaal gedrag ........................................................................................... 46
Week 5 ........................................................................................................................................................... 52
Hoorcollege 8 – Autisme................................................................................................................................... 52
Hoorcollege 9 – Traumatisch hersenletsel bij kinderen .................................................................................... 57
Week 6 ........................................................................................................................................................... 69
Hoorcollege 10 – hydrocephalus ..................................................................................................................... 69
Hoorcollege 11 – epilepsie ................................................................................................................................ 75
Week 7 ........................................................................................................................................................... 83
Hoorcollege 12 – uitloop/responsie (16 maart) ............................................................................................... 83
Hoorcollege 13 – visuele beperkingen (18 maart) ............................................................................................ 83
Week 1
Hoorcollege 1 - cerebrale ontwikkeling
Hoofdstuk 2
Overzicht:
• Algemene principes CZS ontwikkeling
• negatieve invloeden op ontwikkeling CZS
• prenatale ontwikkeling CZS (vorming van brein)
• uitbreiding CZS (rijping van het brein) pre/postnataal
Algemene principes CZS ontwikkeling
1
,Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
Verandering in visie op werking brein
Modulair en gelokaliseerd → connectionistisch
Idee van modulaire organisatie, Complexe vaardigheden die gemedieerd worden door
1-op-1 relatie brein/functie complexe neurale netwerken
Bijv. EF voor PFC zowel morfologie (structuur van het brein) als
connectiviteit (verbindingen tussen hersengebieden) van
belang
Equipotentieel: Aangeboren specialisatie:
Gebieden kunnen verantwoordelijk lateralisatie taal (voor taal is het waar)
zijn voor meerdere functies
= Plasticiteit brein (college 3)
Meer recent: interactieve specialisatie (rijping van neurale netwerken)
gewicht van het brein van geboorte tot volwassenheid
leeftijd gewicht
20 weken na bevruchting 100 gram
geboorte 400 gram
18 maanden 800 gram
3 jaar 1100 gram
vroege volwassenheid 1300 - 1500 gram
→ het brein wordt nog 3x zo groot dan als hoe het op de geboorte is. Maar je ledematen
bijvoorbeeld groeien nog véél verder door. Dus eigenlijk is een groot deel van het brein al
ontwikkeld vóór de geboorte.
Het neuron
• Neuronen in CZS
o 86 miljard
o tot wel 10.000 synapsen per neuron
o Communicatie via actiepotentialen
▪ Witte stof: axonen + myeline
o Grijze stof: cellichamen
• Glia cellen in CZS (vooral witte stof)
o 1:10 verhouding neuron : glia cel
o O.a. witte stof aanmaak, voeding, herstel bij schade
Cerebrale ontwikkeling
2
,Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
prenataal (voor de geboorte): postnataal (na de geboorte):
Structurele formatie van CZS Functionele rijping van CZS (=Connecties/verbindingen)
(=morfologie)
Genetisch bepaald Grotere invloed van omgeving en ervaringen
Verstoringen: abnormale Verstoringen: abnormale ontwikkeling van verbindingen en
structuur functionele neurale netwerken
Rijping van het brein:
Additieve / lineaire ontwikkeling ‘Rise-and-fall’patroon
Toenemende gefaseerde groei Initiëtele overproductie gevolgd door eliminatie
Bijv. toename myelinisatie (witte Gevoelige perioden / ‘fine-tuning’’
stof). Start bij de geboorte en kan
wel tot je 30e doorgaan
Bijv. aantal neuronen prenataal; aantal synapsen en dendrieten
postnataal (grijze stof)
Ontwikkeling grijze/witte stof in cm^3
→ blauw = jongens en rood = meisjes
→ bij de pijl zit je op de piek van je hersen volume
→ witte stof blijf toenemen, maar grijze stof is ‘’rise and fall’’
Fragment van BBC series ‘The humand Mind - Making Friends’- visual information
processing
07:30
• Als baby kan je heel goed de gezichten van dieren onderscheiden, nu kunnen we dat
niet meer
• waaruit blijkt interactie tussen omgeving en cerebrale ontwikkeling?
• welke processen spelen een rol in deze interactie?
3
, Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
Tt vraag:
- vooral myelinisatie en synaptogense nog na de geboorte voor de breinontwikkeling.
Maar niet meer echt neurogenese (aanmaken neuronen)
Negatieve invloeden op de hersenontwikkeling = teratogenen
→ de placenta beschermt de foetus tegen heel veel slechte dingen, maar kan niet alles
beschermen zoals:
• alcohol
• drugs
• hormonen
• sigaretten
Oorzaak aangeboren afwijkingen (~3% van de baby’s)
• 65% - 75% genetische kwetsbaarheid en omgeving
• 20-25% genetica
• omgeving: infecties 3%, metabolische stoornis 4%, omgevingschemicaliën, drugs en
medicatie 1%
Genetisch = gen effect maar ook gen*omgevings effecten
→ bijvoorbeeld moeders die alcohol drinken → kinderen hun IQ is lager. Maar het kan ook
zo zijn dat er een confounder is: moeders met een lager IQ drinken vaker alcohol tijdens de
zwangerschap
Prenatale ontwikkeling
- aan het begin nog niet heel sensitief voor teratogenen. Maar erna is er voor elke
periode in de zwangerschap een kritiek gebied op wat teratogenen invloed kunnen
hebben.
4
Hoorcolleges Pediatrische neuropsychologie
Inhoudsopgave
Week 1 ............................................................................................................................................................. 1
Hoorcollege 1 - cerebrale ontwikkeling ............................................................................................................. 1
Hoorcollege 2 – normale cognitieve en sociale ontwikkeling ........................................................................... 10
Week 2 ........................................................................................................................................................... 16
Hoorcollege 3 – plasticiteit van het jonge brein ............................................................................................... 16
Week 3 ........................................................................................................................................................... 23
Hoorcollege 4 – Perinatale breinschade deel 1 ................................................................................................ 23
Hoorcollege 5 – ADHD ...................................................................................................................................... 27
Week 4 ........................................................................................................................................................... 36
Hoorcollege 6 – Perinatale breinschade deel 2 ................................................................................................ 36
Hoorcollege 7 - opstandig en anti-sociaal gedrag ........................................................................................... 46
Week 5 ........................................................................................................................................................... 52
Hoorcollege 8 – Autisme................................................................................................................................... 52
Hoorcollege 9 – Traumatisch hersenletsel bij kinderen .................................................................................... 57
Week 6 ........................................................................................................................................................... 69
Hoorcollege 10 – hydrocephalus ..................................................................................................................... 69
Hoorcollege 11 – epilepsie ................................................................................................................................ 75
Week 7 ........................................................................................................................................................... 83
Hoorcollege 12 – uitloop/responsie (16 maart) ............................................................................................... 83
Hoorcollege 13 – visuele beperkingen (18 maart) ............................................................................................ 83
Week 1
Hoorcollege 1 - cerebrale ontwikkeling
Hoofdstuk 2
Overzicht:
• Algemene principes CZS ontwikkeling
• negatieve invloeden op ontwikkeling CZS
• prenatale ontwikkeling CZS (vorming van brein)
• uitbreiding CZS (rijping van het brein) pre/postnataal
Algemene principes CZS ontwikkeling
1
,Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
Verandering in visie op werking brein
Modulair en gelokaliseerd → connectionistisch
Idee van modulaire organisatie, Complexe vaardigheden die gemedieerd worden door
1-op-1 relatie brein/functie complexe neurale netwerken
Bijv. EF voor PFC zowel morfologie (structuur van het brein) als
connectiviteit (verbindingen tussen hersengebieden) van
belang
Equipotentieel: Aangeboren specialisatie:
Gebieden kunnen verantwoordelijk lateralisatie taal (voor taal is het waar)
zijn voor meerdere functies
= Plasticiteit brein (college 3)
Meer recent: interactieve specialisatie (rijping van neurale netwerken)
gewicht van het brein van geboorte tot volwassenheid
leeftijd gewicht
20 weken na bevruchting 100 gram
geboorte 400 gram
18 maanden 800 gram
3 jaar 1100 gram
vroege volwassenheid 1300 - 1500 gram
→ het brein wordt nog 3x zo groot dan als hoe het op de geboorte is. Maar je ledematen
bijvoorbeeld groeien nog véél verder door. Dus eigenlijk is een groot deel van het brein al
ontwikkeld vóór de geboorte.
Het neuron
• Neuronen in CZS
o 86 miljard
o tot wel 10.000 synapsen per neuron
o Communicatie via actiepotentialen
▪ Witte stof: axonen + myeline
o Grijze stof: cellichamen
• Glia cellen in CZS (vooral witte stof)
o 1:10 verhouding neuron : glia cel
o O.a. witte stof aanmaak, voeding, herstel bij schade
Cerebrale ontwikkeling
2
,Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
prenataal (voor de geboorte): postnataal (na de geboorte):
Structurele formatie van CZS Functionele rijping van CZS (=Connecties/verbindingen)
(=morfologie)
Genetisch bepaald Grotere invloed van omgeving en ervaringen
Verstoringen: abnormale Verstoringen: abnormale ontwikkeling van verbindingen en
structuur functionele neurale netwerken
Rijping van het brein:
Additieve / lineaire ontwikkeling ‘Rise-and-fall’patroon
Toenemende gefaseerde groei Initiëtele overproductie gevolgd door eliminatie
Bijv. toename myelinisatie (witte Gevoelige perioden / ‘fine-tuning’’
stof). Start bij de geboorte en kan
wel tot je 30e doorgaan
Bijv. aantal neuronen prenataal; aantal synapsen en dendrieten
postnataal (grijze stof)
Ontwikkeling grijze/witte stof in cm^3
→ blauw = jongens en rood = meisjes
→ bij de pijl zit je op de piek van je hersen volume
→ witte stof blijf toenemen, maar grijze stof is ‘’rise and fall’’
Fragment van BBC series ‘The humand Mind - Making Friends’- visual information
processing
07:30
• Als baby kan je heel goed de gezichten van dieren onderscheiden, nu kunnen we dat
niet meer
• waaruit blijkt interactie tussen omgeving en cerebrale ontwikkeling?
• welke processen spelen een rol in deze interactie?
3
, Catharina van Dedem Hoorcolleges pediatrische neuropsychologie
Tt vraag:
- vooral myelinisatie en synaptogense nog na de geboorte voor de breinontwikkeling.
Maar niet meer echt neurogenese (aanmaken neuronen)
Negatieve invloeden op de hersenontwikkeling = teratogenen
→ de placenta beschermt de foetus tegen heel veel slechte dingen, maar kan niet alles
beschermen zoals:
• alcohol
• drugs
• hormonen
• sigaretten
Oorzaak aangeboren afwijkingen (~3% van de baby’s)
• 65% - 75% genetische kwetsbaarheid en omgeving
• 20-25% genetica
• omgeving: infecties 3%, metabolische stoornis 4%, omgevingschemicaliën, drugs en
medicatie 1%
Genetisch = gen effect maar ook gen*omgevings effecten
→ bijvoorbeeld moeders die alcohol drinken → kinderen hun IQ is lager. Maar het kan ook
zo zijn dat er een confounder is: moeders met een lager IQ drinken vaker alcohol tijdens de
zwangerschap
Prenatale ontwikkeling
- aan het begin nog niet heel sensitief voor teratogenen. Maar erna is er voor elke
periode in de zwangerschap een kritiek gebied op wat teratogenen invloed kunnen
hebben.
4