1.1 de agrarische revolutie
Jagers-verzamelaars:mensen die leven van de jacht, visserij en het verzamelen van
voedsel vaak nomaden.
Niet genoeg voedsel ? → verder trekken.
Geen grote sociale verschillen wel vaak taakverdeling tussen vrouwen en mannen. (⭐ 1 De
levenswijze van jagers-verzamelaars)
Prehistorie:periode waarin een volk geen schrift gebruikt.
Landbouw in het midden-oosten (landbouwsamenlevingen) ook wel vruchtbare halve
maan → tussen 9000 en 6000 v.C.
De homo sapiens deed aan landbouw (ontstond 140 000 v.C.)
2 theorieën aanzet landbouw:
● Klimaatveranderingen → door kou en droogte stierven meeste eetbare wilde planten
uit en ontstond er voedseltekort. Mensen waren gewend aan vaste nederzetting en
gingen zelf graan produceren.
● Grote bevolkingsgroei → de natuur kon het niet meer bij benen en de natuurlijke
omgeving raakte uitgeput. Mensen gedwongen zelf eten te verbouwen.
(⭐ 2 Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen)
Agrarische revolutie:de overgang van jagen en verzamelen als voornaamste middel van
bestaan naar het bestaan op een plek als boer. Omdat deze overgang in de nieuwe steentijd
plaatsvond (het neolithicum) wordt deze revolutie ook wel neolithische revolutie genoemd.
Gevolgen agrarische revolutie:
● snelle bevolkingsgroei
● ontwikkeling veeteelt (rond 7500 v.C.)
● uitvindingen nieuwe technieken, pottenbakken en weven etc.
‘’negatieve’’ gevolgen agrarische revolutie:
● minder gezond door minder variatie in eten
● levensverwachting daalde door kans hongersnood en het dichter op elkaar leven
● harder werken
● sociale ongelijkheden, sommige boeren waren succesvoller in hun oogsten → voor
het eerst ontstond er hiërarchie dat zou ook nooit meer verdwijnen .
1.2 het ontstaan van steden
In Mesopotamië heb je zeer vruchtbare grond door jaarlijkse overstromingen → overvloedige
oosten → bevolkingsgroei.
Stedelijke gemeenschap: groep mensen die samen de bevolking van de stad vormt.
Door overschotten konden er mensen op andere dingen focussen zo ontstonden nieuwe
beroepen. Zoals:
● mensen die zich bezighielden met god → priesters
En in de stad bestuurlijke verandering:
● het ontstaan van een hiërarchie onderaan stonden boeren (grootste deel bevolking).
● De stad werd voortaan bestuurd door bestuurders later werden dit koningen en werd
hun positie erfelijk.