Observatie en bewaking van de lichaamstemperatuur
Normale temperatuur: rond 37 graden.
Hypothermie < 35 graden
Hyperthermie > 38 graden.
Koorts > 38,5 graden.
Hoe wordt de lichaamstemperatuur gereguleerd.
Hersenen moeten informatie krijgen over de warmtetoestand van het lichaam. Dit gebeurd middels:
* Koude- en warmtesensoren in de huid;
* Temperatuurregistratie in de hersenen, ruggenmerg, buikvlies en tractus digestivus.
Deze sensoren sturen hun signaal naar het centrum in de hypothalamus. De hypothalamus is de
thermostaat van het lichaam.
De hypothalamus werkt dus middels zenuwen en de bloedbanen.
Het lichaam warmt op doordat het een prikkel krijgt vanuit de hypothalamus.
Meer warmte ontstaat door het verhogen van de spiertonus en door spierarbeid.
De lichaamstemperatuur is een balans tussen de warmte productie en het verlies van warmte aan de
omgeving.
Sturing vanuit de hypothalamus, deze heeft een setpoint (37 graden). Bij ziekte processen, intoxicatie
en medicijnen kunnen deze setpoint beïnvloeden.
Bij een prikkel door kou worden eerst alle mogelijkheden ingezet om het warmte verlies te beperken:
stoppen met zweten, vasoconstrictie in de huid, kippenvel, waarbij de haartjes op de huid rechtop
gaan staan. Ook kan energie of warmte gegenereerd worden door te rillen.
Bij een prikkel door warmte zoals bij sporten alle mechanismen inzetten om de kerntemperatuur zo
stabiel mogelijk te houden. Vasodilatatie van de huid en zweten.
Medicatie op de IC zoals sedatie kan het setpoint van de hypothalamus beïnvloeden en de
temperatuur regulerende mechanismen. Vasodilatatie door opiaten, anesthetica en spierverslappers
die rillen onmogelijk maken
Meten van de temperatuur:
Invasief: Swan-Gans-Katheter: de bloedtemperatuur wordt dan gemeten in de rechter arteria
pulmonalis
Thermodilutiekatheter: wordt ingebracht in de arteria femoralis of de arteria axilaris.
Hier meet de thermistor elektronisch en continu de bloed temperatuur.
Losse thermometer in de orofarynx, oesophagus of rectaal. Schommelingen in de
centrale temperatuur zullen niet zo accuraat en snel worden gemeten.
Minder invasief: temperatuur in de blaas: voorwaarde is dat er sprake is van voldoende
urineproductie.
Niet invasief: elektronische thermometer in de oksel of de lies. Of de oor thermometer. Deze is
niet altijd betrouwbaar door gebruiksfouten.
Hypothermie.
1