Storytelling beeld en kunst
Kennisclip #1 drie-aktenstructuur
Drama: het verhalende verloop
Dramaturgie: construeren van een verhaal en de spanningsboog daarin
Narrativiteit: de manier waarop het verhaal vertelt wordt.
Epos: een heldenverhaal dat vaak bestaat uit meerdere avonturen.
Elementen van de tragedie van Aristoteles:
Schouwspel (de wijze waarop het drama zich voltrekt)
Liederen en taal (het medium, de drager)
Plot, karakter en denken (onderwerp)
Plot is de ziel van de tragedie, karakters op de tweede plaats. Het gaat om de handelingen (plot)
Drie aktenstructuur:
Proloog (begin van een verhaal)
Sfeer
Expositie
Motorisch moment
Episode (midden van een verhaal)
Opbouw spanning
Catastrofe (crisis en climax)
Afwikkeling catastrofe
Epiloog (einde van een verhaal)
Ontknoping
Catharsis
Afbouw
Proloog:
Expositie: uitleg wat vooraf heeft plaatsgevonden om wat volgt te kunnen begrijpen.
Intrige: de ontwikkeling van “het probleem” wordt uitgezet.
Episode:
Climax: de spanning wordt opgevoerd tot een allesbepalend moment.
Catastrofe: de spanning komt tot ontlading en het van de ontknoping wordt ingezet.
Epiloog:
Peripetie: plotselinge ommekeer vindt plaats en de afwikkeling wordt uitgezet.
, Kennisclip #2 karakters
Karakters volgens Aristoteles:
Hoofdpersoon:
Met je mee kunnen identificeren -> angst
Je moet er respect voor kunnen hebben -> medelijden
Protagonist (hoofdpersoon)
Antagonist (tegenspeler) niet per definitie slecht! Vaak wel. Bewust of onbewust wil
de antagonist het doel van de protagonist dwarszitten.
Tritagonist (derde persoon)
Verschil tussen story en plot
Story zijn alle gebeurtenissen in je totaal verhaal.
Echter kan je een filmverhaal hier maar een klein
segment van kiezen om te laten zien. Dan
hebben we het over een plot.
Deze selectie van gebeurtenissen binnen het totaal
verhaal is dus het plot.
Diegetisch / non diegetisch
Diegetisch: elementen die te horen of te zien zijn in je story. Bv een dialoog tussen
twee karakters.
Non-diegetisch: elementen die later toegevoegd worden. En dus oorspronkelijk niet
een onderdeel zijn van je story. Bv een voice-over.
Diegetische elementen uit je story of plot zijn elementen die door de karakters ook
waar worden genomen.
Non-diegetische elementen uit je story of plot zijn elementen die niet door de
karakters waargenomen kunnen worden.
Non-diegetische elementen zijn geen onderdeel van je story, maar wel onderdeel van
je plot.
Productiefases
Pre-productie: bv: script, storyboard en decoupage
Productie: bv: draaidagen
Post-productie: bv: montage
Kennisclip #1 drie-aktenstructuur
Drama: het verhalende verloop
Dramaturgie: construeren van een verhaal en de spanningsboog daarin
Narrativiteit: de manier waarop het verhaal vertelt wordt.
Epos: een heldenverhaal dat vaak bestaat uit meerdere avonturen.
Elementen van de tragedie van Aristoteles:
Schouwspel (de wijze waarop het drama zich voltrekt)
Liederen en taal (het medium, de drager)
Plot, karakter en denken (onderwerp)
Plot is de ziel van de tragedie, karakters op de tweede plaats. Het gaat om de handelingen (plot)
Drie aktenstructuur:
Proloog (begin van een verhaal)
Sfeer
Expositie
Motorisch moment
Episode (midden van een verhaal)
Opbouw spanning
Catastrofe (crisis en climax)
Afwikkeling catastrofe
Epiloog (einde van een verhaal)
Ontknoping
Catharsis
Afbouw
Proloog:
Expositie: uitleg wat vooraf heeft plaatsgevonden om wat volgt te kunnen begrijpen.
Intrige: de ontwikkeling van “het probleem” wordt uitgezet.
Episode:
Climax: de spanning wordt opgevoerd tot een allesbepalend moment.
Catastrofe: de spanning komt tot ontlading en het van de ontknoping wordt ingezet.
Epiloog:
Peripetie: plotselinge ommekeer vindt plaats en de afwikkeling wordt uitgezet.
, Kennisclip #2 karakters
Karakters volgens Aristoteles:
Hoofdpersoon:
Met je mee kunnen identificeren -> angst
Je moet er respect voor kunnen hebben -> medelijden
Protagonist (hoofdpersoon)
Antagonist (tegenspeler) niet per definitie slecht! Vaak wel. Bewust of onbewust wil
de antagonist het doel van de protagonist dwarszitten.
Tritagonist (derde persoon)
Verschil tussen story en plot
Story zijn alle gebeurtenissen in je totaal verhaal.
Echter kan je een filmverhaal hier maar een klein
segment van kiezen om te laten zien. Dan
hebben we het over een plot.
Deze selectie van gebeurtenissen binnen het totaal
verhaal is dus het plot.
Diegetisch / non diegetisch
Diegetisch: elementen die te horen of te zien zijn in je story. Bv een dialoog tussen
twee karakters.
Non-diegetisch: elementen die later toegevoegd worden. En dus oorspronkelijk niet
een onderdeel zijn van je story. Bv een voice-over.
Diegetische elementen uit je story of plot zijn elementen die door de karakters ook
waar worden genomen.
Non-diegetische elementen uit je story of plot zijn elementen die niet door de
karakters waargenomen kunnen worden.
Non-diegetische elementen zijn geen onderdeel van je story, maar wel onderdeel van
je plot.
Productiefases
Pre-productie: bv: script, storyboard en decoupage
Productie: bv: draaidagen
Post-productie: bv: montage