Eco samenvatting hfst 1
1.1
Schaarste: overal waar keuzes gemaakt over de inzet van middelen, is
sprake van schaarste
economie: economie is de wetenschap die zich bezighoudt met de manier
waarop mensen in een samenleving omgaan met de schaarse
middelen
verschillende behoeften:
Basisbehoeften of primaire behoeften: hierbij moet je denken aan een dak boven je
hoofd, voedsel en kleding
Secundaire behoeften: dit zijn behoeften die pas van belang worden als de primaire
behoeften zijn vervuld. Hierbij kun je onderscheid maken in:
Normale behoeften: behoeften die net uitsteken boven het bestaansminimum. Denk
bijvoorbeeld aan de behoefte om te sporten en de behoefte om in de buurt van
school te wonen
Luxe behoeften: dit zijn behoeften die ver uitsteken boven het bestaansminimum.
Denk hierbij aan de behoefte aan merkkleding en een sportwagen
Bij luxe behoeften wil je ook je status laten zien en wat je bereikt hebt. Dat noem je ook wel
statusgoederen.
Budget: de hoeveelheid geld waarover je in een bepaalde periode kunt
beschikken is je budget
begroting: je inkomsten en uitgaven tegen elkaar te zetten zodat je kan
zien hoeveel je kan uitgeven.
Budgettair probleem: door een begroting kun je zien of je geld te kort komt en als dat
zo is noem je dat een budgettair probleem
Bezuinigen: je uitgaven verlagen
In een begroting kun je uitgaven in categorieën zetten:
Dagelijkse uitgaven: uitgaven die te maken hebben met de kosten van
levensonderhoud, zoals eten en drinken, huishoudelijke artikelen en persoonlijke
verzorging.
Vaste uitgaven: uitgaven die iedere periode terugkomen, zoals gas en elektra,
woonlasten, abonnementen en verzekeringen.
Incidentele uitgaven: uitgaven die af en toe voorkomen, zoals de aanschaf van
kleding, huishoudelijke apparaten of vakanties
1.1
Schaarste: overal waar keuzes gemaakt over de inzet van middelen, is
sprake van schaarste
economie: economie is de wetenschap die zich bezighoudt met de manier
waarop mensen in een samenleving omgaan met de schaarse
middelen
verschillende behoeften:
Basisbehoeften of primaire behoeften: hierbij moet je denken aan een dak boven je
hoofd, voedsel en kleding
Secundaire behoeften: dit zijn behoeften die pas van belang worden als de primaire
behoeften zijn vervuld. Hierbij kun je onderscheid maken in:
Normale behoeften: behoeften die net uitsteken boven het bestaansminimum. Denk
bijvoorbeeld aan de behoefte om te sporten en de behoefte om in de buurt van
school te wonen
Luxe behoeften: dit zijn behoeften die ver uitsteken boven het bestaansminimum.
Denk hierbij aan de behoefte aan merkkleding en een sportwagen
Bij luxe behoeften wil je ook je status laten zien en wat je bereikt hebt. Dat noem je ook wel
statusgoederen.
Budget: de hoeveelheid geld waarover je in een bepaalde periode kunt
beschikken is je budget
begroting: je inkomsten en uitgaven tegen elkaar te zetten zodat je kan
zien hoeveel je kan uitgeven.
Budgettair probleem: door een begroting kun je zien of je geld te kort komt en als dat
zo is noem je dat een budgettair probleem
Bezuinigen: je uitgaven verlagen
In een begroting kun je uitgaven in categorieën zetten:
Dagelijkse uitgaven: uitgaven die te maken hebben met de kosten van
levensonderhoud, zoals eten en drinken, huishoudelijke artikelen en persoonlijke
verzorging.
Vaste uitgaven: uitgaven die iedere periode terugkomen, zoals gas en elektra,
woonlasten, abonnementen en verzekeringen.
Incidentele uitgaven: uitgaven die af en toe voorkomen, zoals de aanschaf van
kleding, huishoudelijke apparaten of vakanties