Les 1 Inleiding
psychologie
Hoofdstuk 1 geest, gedrag en
wetenschappen
1.1 Wat is psychologie en wat is het niet
Psyche = geest
Logie = gebied van studie
Psychologie is de wetenschap van gedrag en geestelijke processen.
Wat is psychologie niet?
- alleen diagnose en behandeling (dat is klinisch)
- psychiatrie (dat is medisch)
Verschillende perspectieven en stromingen richten zich op specifieke onderdelen
- Chemische onbalans in hersenen
- Levensgebeurtenis
- Reactie op een ongezonde samenleving (denk aan corona)
- Combinatie van factoren
1.2 Wat zijn de 6 belangrijke perspectieven in de psychologie?
1. Biologische perspectief
i. Neurowetenschap
ii. Evolutionaire psychologie
2. Cognitieve perspectief
a. emoties, denken, geheugen, mentale processen
3. Behavioristische perspectief
a. kijken naar het gedrag en prikkels vanaf buitenaf
4. Perspectief vanuit de gehele persoon
a. waarin verschil je
i. Psychodynamische psychologie = gedrag bepaald door
onbewuste factoren
ii. Humanistische psychologie = gedrag bepaald door
behoefte aan persoonlijke groei
iii. Psychologie van karaktertrekken en temperament =
bepalen duurzame eigenschappen
, 5. Ontwikkelingsperspectief
a. interactie tussen erfelijke eigenschappen en omgeving
6. Socioculturele perspectief
i. Sociale psychologie
ii. Cross culturele en multiculturele psychologie
1.3 Hoe vergaren psychologen nieuwe kennis?
Empirisch onderzoek:
echte metingen doen, verzamelen van objectieve onderzoek
,Les 2 inleiding
psychologie
Hoofdstuk 2 biologische psychologie
2.1 Wat is het verband tussen genen en gedrag
Evolutie: biologische soorten ontwikkelen zich om zo goed mogelijk aangepast te zijn aan de
omgeving
Natuurlijke selectie: grootste overlevingskansen en voortplaning van degene die het beste zijn
aangepast aan de omgeving.
Erfelijk materiaal:
Genoom = al het erfelijk materiaal
Chromosoom = ligt het erfelijk materiaal op
Genen = een stukje op een chromosoom
Nucleotide = letters waar de informatie opstaat
Een mens heeft 46 chromosomen, 23 paren, 1 van je moeder en 1 van je vader.
Epigenetica:
niet alle cellen zijn het zelfde, (in je oog staan andere cellen aan / uit dan in je lever)
Invloeden van buiten zorgen welke genen aan en uit staan à omgevingsinvloeden
Epigenoom = de restjes code
2. neuronen
Neuronen zijn zenuwcellen
- Motorische neuronen à aansturen
- Sensorische neuronen à voelen en ontvangen
- Schakelcellen à doorsturen van informatie
, 2.2 Hoe is de interne communicatie van het lichaam geregeld?
Zenuwstelsel
- Centrale zenuwstelsel
- Perifiere zenuwstelsel
o Somatische zenuwstelsel (animaal)
o Autonome zenuwstelsel
Parasympatisch zenuwstelsel à het tot rust komen
Vertraagt hartslag
Vernauwd pupillen
Stimuleert spijsvertering
Blaas trekt samen
Sympathisch zenuwstelsel
Verwijd de pupillen
Versneld hartslag
Remt spijsvertering
Blokkeert de samentrekking van de blaas
Hormonenstelsel
Hypofyse is als het ware je hormoonbalans
psychologie
Hoofdstuk 1 geest, gedrag en
wetenschappen
1.1 Wat is psychologie en wat is het niet
Psyche = geest
Logie = gebied van studie
Psychologie is de wetenschap van gedrag en geestelijke processen.
Wat is psychologie niet?
- alleen diagnose en behandeling (dat is klinisch)
- psychiatrie (dat is medisch)
Verschillende perspectieven en stromingen richten zich op specifieke onderdelen
- Chemische onbalans in hersenen
- Levensgebeurtenis
- Reactie op een ongezonde samenleving (denk aan corona)
- Combinatie van factoren
1.2 Wat zijn de 6 belangrijke perspectieven in de psychologie?
1. Biologische perspectief
i. Neurowetenschap
ii. Evolutionaire psychologie
2. Cognitieve perspectief
a. emoties, denken, geheugen, mentale processen
3. Behavioristische perspectief
a. kijken naar het gedrag en prikkels vanaf buitenaf
4. Perspectief vanuit de gehele persoon
a. waarin verschil je
i. Psychodynamische psychologie = gedrag bepaald door
onbewuste factoren
ii. Humanistische psychologie = gedrag bepaald door
behoefte aan persoonlijke groei
iii. Psychologie van karaktertrekken en temperament =
bepalen duurzame eigenschappen
, 5. Ontwikkelingsperspectief
a. interactie tussen erfelijke eigenschappen en omgeving
6. Socioculturele perspectief
i. Sociale psychologie
ii. Cross culturele en multiculturele psychologie
1.3 Hoe vergaren psychologen nieuwe kennis?
Empirisch onderzoek:
echte metingen doen, verzamelen van objectieve onderzoek
,Les 2 inleiding
psychologie
Hoofdstuk 2 biologische psychologie
2.1 Wat is het verband tussen genen en gedrag
Evolutie: biologische soorten ontwikkelen zich om zo goed mogelijk aangepast te zijn aan de
omgeving
Natuurlijke selectie: grootste overlevingskansen en voortplaning van degene die het beste zijn
aangepast aan de omgeving.
Erfelijk materiaal:
Genoom = al het erfelijk materiaal
Chromosoom = ligt het erfelijk materiaal op
Genen = een stukje op een chromosoom
Nucleotide = letters waar de informatie opstaat
Een mens heeft 46 chromosomen, 23 paren, 1 van je moeder en 1 van je vader.
Epigenetica:
niet alle cellen zijn het zelfde, (in je oog staan andere cellen aan / uit dan in je lever)
Invloeden van buiten zorgen welke genen aan en uit staan à omgevingsinvloeden
Epigenoom = de restjes code
2. neuronen
Neuronen zijn zenuwcellen
- Motorische neuronen à aansturen
- Sensorische neuronen à voelen en ontvangen
- Schakelcellen à doorsturen van informatie
, 2.2 Hoe is de interne communicatie van het lichaam geregeld?
Zenuwstelsel
- Centrale zenuwstelsel
- Perifiere zenuwstelsel
o Somatische zenuwstelsel (animaal)
o Autonome zenuwstelsel
Parasympatisch zenuwstelsel à het tot rust komen
Vertraagt hartslag
Vernauwd pupillen
Stimuleert spijsvertering
Blaas trekt samen
Sympathisch zenuwstelsel
Verwijd de pupillen
Versneld hartslag
Remt spijsvertering
Blokkeert de samentrekking van de blaas
Hormonenstelsel
Hypofyse is als het ware je hormoonbalans