Natuurkunde Hoofdstuk 3
Paragraaf 3.1
Alle stoffen bestaan uit kleine deeltjes. Die deeltjes heten moleculen.
Eigenschappen van moleculen:
Ze verschillen in grootte, maar ook de grootste moleculen zijn onzichtbaar klein.
Ze verschillen sterk in massa
Ze trekken elkaar aan
Ze bewegen tussen andere moleculen door of ze trillen rond een vaste plek. Hoe warmer het
is, des te sneller bewegen ze.
Moleculen bestaan uit atomen. Er zijn ruim 100 verschillende atomen, de elementen.
Absolute nulpunt De laagst mogelijke temperatuur
0 ºC = 273 K
Het verschil tussen zware en lichte stoffen duiden we aan met de dichtheid.
Dichtheid Het aantal g/cm3 van een bepaalde stof of
aantal kg/m3
m
P= p = de dichtheid in kg/m3
V
m = de massa in kg
V = het volume in m3
Paragraaf 3.2
Moleculen bestaan uit 2 of meer atomen.
Deeltjeseigenschappen:
De deeltjes zijn zeer klein. Alle atomen zijn ongeveer even groot. Moleculen zijn vaak
groter dan atomen, maar te klein om te kunnen zien.
Er zijn zware en lichte atomen.. De massa van een atoom wordt bepaald door de
massa van de kern.
De deeltjes trekken elkaar aan.
De deeltjes bewegen altijd.
- De dichtheid wordt bepaald door de massa’s van de atomen
Dichtheid De massa per volume-eenheid (cm3 of m3)
, Elasticiteit en vervorming
Bij elastische vervorming krijgt het materiaal de oorspronkelijke vorm terug, als er geen
kracht meer werkt. Bij plastische vervorming is de vervorming blijvend.
Sterke materialen
- De deeltjes (moleculen of atomen) van een materiaal blijven bij elkaar door de
aantrekkende krachten tussen de deeltjes. De grootte van die krachten bepaalt de
sterkte van het materiaal.
Treksterkte De maximale spanning waarbij het materiaal nog
elastisch blijft.
Spanning in een draad of stang de uitgeoefende trekkracht per oppervlakte-eenheid
van de dwarsdoorsnede.
Dichtheid
m
P= p = de dichtheid in kg/m3
V
m = de massa in kg
V = het volume in m3
Relatieve rek
Δl
ε= Δl = de uitrekking
l0
l 0 = de beginlengte
Relatieve rek (ε) De verhouding tussen de uitrekking en de
beginlengte
Spanning
F
σ= σ = de spanning in Pa of N/m 2
A
F = de kracht in N
A = de oppervlakte van de dwarsdoorsnede in m 2
De spanning σ in het materiaal is de kracht per oppervlakte-eenheid, uitgedrukt in newton per
vierkante meter of pascal (Pa)
Treksterkte De spanning waaraf het materiaal blijvend vervormd is.
In een spanning, rek-diagram wordt de relatieve rek van een materiaal weergegeven onder
verschillende spanningen.
Paragraaf 3.1
Alle stoffen bestaan uit kleine deeltjes. Die deeltjes heten moleculen.
Eigenschappen van moleculen:
Ze verschillen in grootte, maar ook de grootste moleculen zijn onzichtbaar klein.
Ze verschillen sterk in massa
Ze trekken elkaar aan
Ze bewegen tussen andere moleculen door of ze trillen rond een vaste plek. Hoe warmer het
is, des te sneller bewegen ze.
Moleculen bestaan uit atomen. Er zijn ruim 100 verschillende atomen, de elementen.
Absolute nulpunt De laagst mogelijke temperatuur
0 ºC = 273 K
Het verschil tussen zware en lichte stoffen duiden we aan met de dichtheid.
Dichtheid Het aantal g/cm3 van een bepaalde stof of
aantal kg/m3
m
P= p = de dichtheid in kg/m3
V
m = de massa in kg
V = het volume in m3
Paragraaf 3.2
Moleculen bestaan uit 2 of meer atomen.
Deeltjeseigenschappen:
De deeltjes zijn zeer klein. Alle atomen zijn ongeveer even groot. Moleculen zijn vaak
groter dan atomen, maar te klein om te kunnen zien.
Er zijn zware en lichte atomen.. De massa van een atoom wordt bepaald door de
massa van de kern.
De deeltjes trekken elkaar aan.
De deeltjes bewegen altijd.
- De dichtheid wordt bepaald door de massa’s van de atomen
Dichtheid De massa per volume-eenheid (cm3 of m3)
, Elasticiteit en vervorming
Bij elastische vervorming krijgt het materiaal de oorspronkelijke vorm terug, als er geen
kracht meer werkt. Bij plastische vervorming is de vervorming blijvend.
Sterke materialen
- De deeltjes (moleculen of atomen) van een materiaal blijven bij elkaar door de
aantrekkende krachten tussen de deeltjes. De grootte van die krachten bepaalt de
sterkte van het materiaal.
Treksterkte De maximale spanning waarbij het materiaal nog
elastisch blijft.
Spanning in een draad of stang de uitgeoefende trekkracht per oppervlakte-eenheid
van de dwarsdoorsnede.
Dichtheid
m
P= p = de dichtheid in kg/m3
V
m = de massa in kg
V = het volume in m3
Relatieve rek
Δl
ε= Δl = de uitrekking
l0
l 0 = de beginlengte
Relatieve rek (ε) De verhouding tussen de uitrekking en de
beginlengte
Spanning
F
σ= σ = de spanning in Pa of N/m 2
A
F = de kracht in N
A = de oppervlakte van de dwarsdoorsnede in m 2
De spanning σ in het materiaal is de kracht per oppervlakte-eenheid, uitgedrukt in newton per
vierkante meter of pascal (Pa)
Treksterkte De spanning waaraf het materiaal blijvend vervormd is.
In een spanning, rek-diagram wordt de relatieve rek van een materiaal weergegeven onder
verschillende spanningen.