,Geschiedenis samenvatting
DUITSLAND IN E U R O P A (1918 – 1991)
• Paragraaf 2.1 Duitsland: van de Eerste naar de Tweede Wereldoorlog
KENMERKENDE ASPECTEN:
37. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie.
38. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en
fascisme/nationaalsocialisme.
39. De crisis van het wereldkapitalisme.
40. Het voeren van twee wereldoorlogen.
41. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
42. De Duitse bezetting van Nederland.
Het einde van de Eerste Wereldoorlog
- 1918: oorlog verloopt niet goed voor Duitsland
- Duisland wordt ingesloten door Groot-Brittannië en Frankrijk in het westen en Rusland
in het oosten.
- De geallieerde blokkeren de zee waardoor er voedselschaarste komt
- De VS gaat meedoen aan de oorlog.
- In oktober 1918 stelt keizer Wilhem II een nieuwe regering aan die
vredesonderhandelingen moet starten.
Duitsland in november 1918
- Ondanks de vredesonderhandelingen moet de Duitse vloot ten aantal trekken tegen
de Britse vloot. De Duitse matrozen weigeren. Dit is het begin van een opstand.
- Er komt een nieuwe sociaaldemocratische regering en keizer Wilhem II treedt af.
Duitsland wordt een republiek.
- De sociaaldemocratische regering tekent een wapenstilstand. Op 11 november 1918
kwam er een einde aan de gevechten.
- De sociaaldemocratische regering wil na de wapenstilstand een parlementaire
democratie opbouwen. Maar niet iedereen wil dit. (Bv. communisten, oude
conservatieve elite, extreemrechtse nationalistische groepen)
1
, Het ontstaan van de republiek van Weimar
- Tot in de zomer van 1919 woedde er in Duitsland een oorlog tussen linkse en rechtse
groepen. Communisten proberen de macht te grijpen maar dit mislukt.
- De sociaaldemocratische regering verhuist naar het stadje Weimar: Republiek van
Weimar.
- De eerste taak van het nieuwe parlement was om een nieuwe grondwet te schrijven.
Daarbij ging men uit van drie principes:
1. Parlementaire democratie, gelijkheid voor iedereen voor de wet en
gegarandeerde rechten en vrijheden voor iedere burger.
2. Het parlement (rijksdag) had de wetgevende macht. Een wet kwam pas van
stand als een meerderheid van de Rijksdag-leden voor stemden.
3. De uitvoerende macht was in handen van de regering. De regering moest
verantwoording afleggen aan de rijksdag. Ook was er een rijkspresident, hij werd
door het volk gekozen en had veel macht. Hij mocht de regering benoemen en
ontslaan en de noodtoestand uitroepen, om de democratie te beschermen als
dat nodig bleek.
De vrede van Versailles
- Afspraken:
1. Duitsland is schuldig voor het uitbreken van WO1.
2. Duitsland moet grote herstelbetalingen betalen.
3. Duitsland moet grondgebied en koloniën afstaan.
4. Duitsland mag slechts een klein leger hebben. (Zodat het Frankrijk niet opnieuw
kan aanvallen)
- De Duitse economie lijdt onder de herstelbetalingen en het gebied van grondstofrijke
gebieden.
De dolkstootlegende
- Veel Duitsers waren teleurgesteld in het verliezen van de oorlog. –
- Complottheorie: Duitse leger had de eerste wereldoorlog kunnen winnen, maar het is
verraden door de sociaaldemocratische regering die de wapenstilstand tekende.
2