Hogeschool van Amsterdam - Creative Business – Leerdoelen
Inhoudsopgave
Week 1: Inleiding Recht 2
Hoofdstuk 1: Inleiding in het recht 2
Week 2: Intellectueel Eigendom 5
Hoofdstuk 2: Auteursrecht 5
Hoofdstuk 3: Portretrecht 6
Week 3: Beeldrecht 7
Hoofdstuk 4: Merkenrecht 7
Week 4 + 5: Reclamerecht 9
Hoofdstuk 8: Reclame en recht 9
Weel 6: Privacy11
Hoofdstuk 6: Privacyrecht 11
Week 7: Aansprakelijkheid 13
Hoofdstuk 7: Verbintenissenrecht 13
, Week 1: Inleiding Recht
Hoofdstuk 1: Inleiding in het recht
Bij het ontwikkelen, conceptualiseren en vermarkten van creativiteit speelt het recht een essentiële
rol. Hierin kunnen conflicten ontstaan, hiervoor zijn regels nodig. Het recht dient er dus toe zoveel
mogelijk conflicten te voorkomen of op te lossen.
Het recht heeft vier belangrijke functies:
Normatieve functie van het recht: er liggen normen vast die aangeven wat wenselijk en
onwenselijk gedrag is. Dit wordt je als kind al geleerd. De ethische normen zijn ook
rechtsnormen.
Instrumentele functie van het recht: het is een instrument van de wetgever om bepaald
gedrag bij mensen te realiseren.
Aanvullende functie van het recht: als mensen vergeten afspraken te maken, kunnen zij
terugvallen op de regels van het recht.
Geschiloplossende functie van het recht: wanneer twee of meer partijen hun conflict niet zelf
kunnen oplossen, dan neemt een onafhankelijke derde het besluit.
1. De student kent de verschillende rechtsbronnen en rangorde.
2. De student weet hoe jurisprudentie tot stand komt en hoe de rechter interpreteert.
Alle rechtsregels die in Nederland gelden, vormen samen ‘het recht’. Ons recht komt voort uit
rechtsbronnen. We onderscheiden de volgende vier rechtsbronnen:
De wet
Een wet is een geschreven rechtsregel. Wetten in formele zin worden opgesteld door de formele
wetgever: de regering en de Staten-Generaal. Wetten in materiële zin zijn alle bepalingen die
volgens hun inhoud als een wet gezien kunnen worden. Deze wetten moet de avv’s (algemeen
verbindende voorschriften) bevatten.
De jurisprudentie
Naast de wet komt het recht voort uit de rechtspraak, ook wel jurisprudentie genoemd. Rechters
mogen een leegte in de wet opvullen, het recht uitleggen en het recht aan de praktijk beantwoorden.
Jurisprudentie heeft dezelfde geldigheid als het recht uit de wet.
Het verdrag
Een verdrag is een afspraak gesloten door staten en/of volkenrechtelijke organisaties. Het verdrag is
een soort contract. Verdragen kunnen de volgende inhoud hebben:
o In een verdrag kunnen staten hun rechten en plichten over en weer vastleggen.
o In een verdrag kunnen staten rechten opnemen die gaan over hun burgers.
o Verdragen kunnen internationale organisaties en internationale tribunalen in het
leven roepen.
Het gewoonterecht
Gewoonterechtelijke regels zijn niet in de wet vastgelegd, maar rechters kunnen deze regels wel
meenemen in hun beslissing.
Het recht moet rechtszekerheid kunnen bieden. De maatschappij moet op een wet kunnen bouwen
en weten waar zij aan toe is.
Privaatrecht = geeft regels en wetten die gelden voor en tussen burgers onderling, tussen burgers en
bedrijven onderling.
De verschillende rechtsgebieden van het privaatrecht hebben vaak met elkaar te maken en kunnen in
elkaar overvloeien. Deze twee rechtsgebieden vallen onder privaatrecht:
2