Scheikunde
.
, Scheikunde SE2
ZUREN EN BASEN
• Zuren zijn elektrolyten en splitsen net als zouten in
ionen.
• Bij het oplossen van zuren worden oxonium (H3O+)
ionen gevormd. Dit noemen we de ionisatie van een zuur.
HCl(g) + H2O(l) → H3O+(aq) + Cl‾(aq)
• Deze oplossing noemen we zoutzuur. Het chloride-ion
noemen we ook wel de zuurrest van zoutzuur.
IONISATIES
• Zwavelzuur is een zogenaamd 2-waardig zuur en kan
twee H+ ionen afsplitsen. Dit gebeurt in twee stappen,
een zogenaamde trapsgewijze ionisatie.
H2SO4(l) + H2O(l) → H3O+(aq) + HSO4-(aq)
HSO4-(aq) + H2O(l) → H3O+(aq) + SO42-(aq)
• Meestal wordt dit weergegeven in één vergelijking:
H2SO4(l) + 2 H2O(l) → 2 H3O+(aq) + SO42-(aq)
• Het sulfaat-ion is de zuurrest van zwavelzuur.
BINAS TABEL 49: OVERZICHT ZUREN
Als een zuur en base precies
één H+ verschillen, noemen
we dat een zuur-basekoppel.
We spreken ook van
geconjugeerde zuren en
basen. Azijnzuur en het
acetaation zijn een voorbeeld
van een zuur-base koppel.
INDICATOREN
De H3O+ concentratie is bepalend voor de pH van de oplossing: hoe groter de [H3O+] -> lager de pH.
De pH van een oplossing kun je meten met zuur-base-indicatoren (stoffen die van kleur veranderen als ze in contact
komen met een zuur of een base.) Met indicatoren kun je simpel bepalen hoe zuur of basisch een oplossing ongeveer is.
B.v. lakmoespapier, pH-papier en druppelflesjes met indicatoren (thymolblauw, methyloranje, methylrood,
broomkresolgroen, broomthymolblauw en fenolftaleïne).
BINAS TABEL 52A: INDICATOREN
ZUURSTERKTE
2 soorten zuren: sterke en zwakke zuren. De verklaring is de ionisatiegraad.
- Sterk zuur: volledig geïoniseerd. BINAS TABEL 49: OVERZICHT ZUREN
- Zwak zuur: (vaak klein) deel van de moleculen geïoniseerd + evenwicht:
HZ(aq) + H2O(l) ⇄ H3O+(aq) + Z‾(aq)
(‘HZ’= zwak zuur & Z‾= geconjugeerde base).
BINAS: Alle zuren < H3O+ = zwak.
Door bv de stroomsterkte te meten, kun je achter de sterkte van een zuur komen.
• Een zure oplossing heeft een pH lager dan 7 en bevat oxonium ionen (H3O+ ionen).
• Een basische oplossing heeft een pH hoger dan 7 en bevat hydroxide ionen. (OH- ionen)
• Een zuur is een protondonor: een éénwaardig zuur kan één proton afstaan, een tweewaardig zuur twee protonen, etc.
• De formules en namen van een aantal belangrijke zuren en zuurresten moet je uit je hoofd leren!
BASEN IN WATER
• Basen vormen in water OH–-ionen. Basische oplossingen geleiden ook stroom en zijn dus ook elektrolyten.
• Een base is een protonacceptor: een éénwaardige base kan 1 proton opnemen, een tweewaardig base 2 protonen, etc.
• De namen en formules van belangrijke basische deeltjes en triviale namen van veel gebruikte basische oplossingen
moet je uit je hoofd leren!
• Bij zwakke base neemt slechts een (vaak klein) deel van de deeltjes een proton op en is dus sprake van een evenwicht.
Bij zwakke basen ontstaan weinig OH--ionen.
.
, Scheikunde SE2
ZUREN EN BASEN
• Zuren zijn elektrolyten en splitsen net als zouten in
ionen.
• Bij het oplossen van zuren worden oxonium (H3O+)
ionen gevormd. Dit noemen we de ionisatie van een zuur.
HCl(g) + H2O(l) → H3O+(aq) + Cl‾(aq)
• Deze oplossing noemen we zoutzuur. Het chloride-ion
noemen we ook wel de zuurrest van zoutzuur.
IONISATIES
• Zwavelzuur is een zogenaamd 2-waardig zuur en kan
twee H+ ionen afsplitsen. Dit gebeurt in twee stappen,
een zogenaamde trapsgewijze ionisatie.
H2SO4(l) + H2O(l) → H3O+(aq) + HSO4-(aq)
HSO4-(aq) + H2O(l) → H3O+(aq) + SO42-(aq)
• Meestal wordt dit weergegeven in één vergelijking:
H2SO4(l) + 2 H2O(l) → 2 H3O+(aq) + SO42-(aq)
• Het sulfaat-ion is de zuurrest van zwavelzuur.
BINAS TABEL 49: OVERZICHT ZUREN
Als een zuur en base precies
één H+ verschillen, noemen
we dat een zuur-basekoppel.
We spreken ook van
geconjugeerde zuren en
basen. Azijnzuur en het
acetaation zijn een voorbeeld
van een zuur-base koppel.
INDICATOREN
De H3O+ concentratie is bepalend voor de pH van de oplossing: hoe groter de [H3O+] -> lager de pH.
De pH van een oplossing kun je meten met zuur-base-indicatoren (stoffen die van kleur veranderen als ze in contact
komen met een zuur of een base.) Met indicatoren kun je simpel bepalen hoe zuur of basisch een oplossing ongeveer is.
B.v. lakmoespapier, pH-papier en druppelflesjes met indicatoren (thymolblauw, methyloranje, methylrood,
broomkresolgroen, broomthymolblauw en fenolftaleïne).
BINAS TABEL 52A: INDICATOREN
ZUURSTERKTE
2 soorten zuren: sterke en zwakke zuren. De verklaring is de ionisatiegraad.
- Sterk zuur: volledig geïoniseerd. BINAS TABEL 49: OVERZICHT ZUREN
- Zwak zuur: (vaak klein) deel van de moleculen geïoniseerd + evenwicht:
HZ(aq) + H2O(l) ⇄ H3O+(aq) + Z‾(aq)
(‘HZ’= zwak zuur & Z‾= geconjugeerde base).
BINAS: Alle zuren < H3O+ = zwak.
Door bv de stroomsterkte te meten, kun je achter de sterkte van een zuur komen.
• Een zure oplossing heeft een pH lager dan 7 en bevat oxonium ionen (H3O+ ionen).
• Een basische oplossing heeft een pH hoger dan 7 en bevat hydroxide ionen. (OH- ionen)
• Een zuur is een protondonor: een éénwaardig zuur kan één proton afstaan, een tweewaardig zuur twee protonen, etc.
• De formules en namen van een aantal belangrijke zuren en zuurresten moet je uit je hoofd leren!
BASEN IN WATER
• Basen vormen in water OH–-ionen. Basische oplossingen geleiden ook stroom en zijn dus ook elektrolyten.
• Een base is een protonacceptor: een éénwaardige base kan 1 proton opnemen, een tweewaardig base 2 protonen, etc.
• De namen en formules van belangrijke basische deeltjes en triviale namen van veel gebruikte basische oplossingen
moet je uit je hoofd leren!
• Bij zwakke base neemt slechts een (vaak klein) deel van de deeltjes een proton op en is dus sprake van een evenwicht.
Bij zwakke basen ontstaan weinig OH--ionen.