Samenvatting Nask
H4 – lucht
Leerdoelen:
De samenstelling van lucht kunnen benoemen (namen en percentage)
Kunnen benoemen wat je nodig hebt voor een verbranding
Kunnen aangeven wat er met verbrandingsgassen bedoeld wordt.
Kunnen uitleggen hoe je CO2 en H2O aantoont.
Weten wat er wordt bedoeld met de atmosfeer
Weten wat er wordt bedoeld met de vacuüm.
Kunnen uitleggen wat er bedoeld wordt met hoogteziekte.
Kunnen uitleggen wat er bedoeld wordt met edelgassen; en enkele voorbeelden
kunnen benoemen.
Kunnen uitleggen wat er bedoeld wordt met luchtdruk (atmosferische druk)
Begrijpen waarom water gaat koken onder een stolp.
Kunnen uitleggen hoe een zuignap werkt.
Kunnen uitleggen wat de werking is van Maagdenburgse halve bollen.
Kunnen uitleggen hoe een barometer werkt.
Kunnen rekenen met de grootte van de luchtdruk.
Kunnen rekenen met verschillende eenheden van luchtdruk.
Weten wat een hoge- en lagedrukgebied inhoud.
Weten wat er bedoeld wordt met isobaren.
Weten hoe wind ontstaat.
Weten hoe je de windrichting en windsnelheid kunt bepalen.
Kunnen uitleggen dat stilstaande lucht een goede isolator is.
Weten wat er bedoeld wordt met gevoelstemperatuur.
Drie vormen van warmtetransport kennen.
Weten wat er met isolatie bedoeld wordt.
Rekenen met luchtvochtigheid
H4 – lucht
Leerdoelen:
De samenstelling van lucht kunnen benoemen (namen en percentage)
Kunnen benoemen wat je nodig hebt voor een verbranding
Kunnen aangeven wat er met verbrandingsgassen bedoeld wordt.
Kunnen uitleggen hoe je CO2 en H2O aantoont.
Weten wat er wordt bedoeld met de atmosfeer
Weten wat er wordt bedoeld met de vacuüm.
Kunnen uitleggen wat er bedoeld wordt met hoogteziekte.
Kunnen uitleggen wat er bedoeld wordt met edelgassen; en enkele voorbeelden
kunnen benoemen.
Kunnen uitleggen wat er bedoeld wordt met luchtdruk (atmosferische druk)
Begrijpen waarom water gaat koken onder een stolp.
Kunnen uitleggen hoe een zuignap werkt.
Kunnen uitleggen wat de werking is van Maagdenburgse halve bollen.
Kunnen uitleggen hoe een barometer werkt.
Kunnen rekenen met de grootte van de luchtdruk.
Kunnen rekenen met verschillende eenheden van luchtdruk.
Weten wat een hoge- en lagedrukgebied inhoud.
Weten wat er bedoeld wordt met isobaren.
Weten hoe wind ontstaat.
Weten hoe je de windrichting en windsnelheid kunt bepalen.
Kunnen uitleggen dat stilstaande lucht een goede isolator is.
Weten wat er bedoeld wordt met gevoelstemperatuur.
Drie vormen van warmtetransport kennen.
Weten wat er met isolatie bedoeld wordt.
Rekenen met luchtvochtigheid