Hoofdstuk 1
4 hoofdvormen van grote politieke organisaties
- Het keizerrijk
- Het feodale systeem
- Stadstaten
- Het stelsel van aparte ‘nationale’ staten met redelijk vastomlijnde grenzen
Politiek
Oorspronkelijk stadsbestuur: het Griekse ‘polis’ betekent ‘stad’
Anarchisch
Zonder een duidelijk en sterk bestuur daarboven
Hoofdstuk 3: Theorieën van internationale politiek
Modellen van de wereldpolitiek
- Biljartmodel
- Spinnenwebmodel
Internationale scenario’s
1. Multilateraal scenario
a. Staten werken samen om confrontaties te vermijden
2. Gepolariseerd scenario
a. Samenwerking verloopt moeizaam, rivaliteit tussen staten
3. Netwerkscenario
a. Geen overheersing door grote mogendheden, een onvoorspelbare
wereld van een veelheid aan actoren en een vergroot risico op
lokale conflicten
4. Fragmentatiescenario
a. Anarchie domineert, geen internationaal leiderschap
Structuurmacht
Het vermogen om de instellingen en regels van een systeem te veranderen
Procesmacht
Duidt op het vermogen om met gebruikmaking van bestaande structuren eigen
wensen te realiseren
Liberalisme (Latijn: Liber=vrij)
- Economisch
- Politiek
- Internationale politiek
3 hoofdthema’s
- Economisch liberalisme
- Democratic peace theory
- Neo-liberaal institutionalisme
Rationale keuze-theorie
, - Universeel model
- Positivistisch en naturalistisch
- Analytische en deductieve aanpak
- Streeft naar empirie en generalisatie
4 kenmerken van een beslissing om rationeel te zijn
- Consistent
- Transitief
- Dominantie
- Invariantie
Verschillende soorten speltheorieën
- Zero-sum games
o De winst van de een, betekent altijd het verlies van de ander
(Winnaar (+1) en verliezer (-1) = samen 0)
- Non-zero-sum games
o Beide spelers kunnen winnen (onderhandeling)
- Non-coöperative game
o Geen afspraken maken
- Coöperative game
o Wel afspraken maken
- Sequential move
o Hier volgen de zetten elkaar op, om de beurt is een speler aan zet
- Simultaneous move game
o Alle spelers moeten hun zetten gelijktijdig doen
- Iteratieve spelen
o Er vindt herhaling plaats, het is op een gegeven moment bekend
wat de andere partij gaat doen
- Non-iteratieve spelen
o Er vindt geen herhaling plaats
- Prisoner’s dilemma
o Twee ‘rationele’ individuen krijgen de keuze om samen te werken of
kiezen voor eigen belang
De tragedie van de meent
De problematiek bij het gebruik van een gemeenschappelijk goed zonder private
eigenaar (de herder, weide en schapen)
Oplossingen:
- De meent publiek eigendom maken (de overheid zorgt voor het
evenwichtig gebruik)
- De meent privatiseren
- De meent door de samenleving zelf laten beheren
Constructivisme
De nadruk ligt op de rol van normen en ideeën bij het verklaren van het gedrag
van staten. De werkelijkheid wordt geconstrueerd door concepten en ideeën.
- Het gedrag van subjecten (mensen, staten), gericht op objecten (andere
mensen, staten, voorwerpen, problemen, etc.), is gebaseerd op de
betekenis die deze objecten voor hen hebben.
Normen
, Een maatstaf voor passend gedrag voor actoren met een bepaalde identiteit