OVERZICHT
VAN
DE
PSYCHOLOGIE
COLLEGE
1
-‐
HOOFDSTUK
1
1.1
Waarom
is
psychologie
zo
interessant?
Psychologie
is
de
studie
van
de
geest,
het
brein
en
gedrag.
De
doelen
van
psychologie
zijn:
-‐ Het
begrijpen
van
mentale
processen
(the
mind)
-‐ Sociale
interacties
-‐ Hoe
gedrag
verandert
en
wordt
aangeleerd
Biologische
condities
maken
dat
iets
anders
optreedt,
dat
betekend
dat
in
de
psychologie,
we
geen
dualisme
herkennen.
1.2
Grondslagen
van
de
psychologie
Deze
kun
je
opbouwen
rondom
een
aantal
tegenstellingen:
-‐ Nature
/
nurture
(nativisme
–
empiricisme)
*Deze
tegenstelling
bestaat
al
zo
lang
het
intellectuele
denken
bestaat.
-‐ Introspectie
/
gedrag
(structuralisme
–
behaviorisme)
*Introspectie
is
het
in
jezelf
kijken
om
een
bepaalde
structuur
te
ontdekken
*Het
behaviorisme
legde
de
nadruk
op
het
gedrag
dat
te
zien
en
te
voelen
is,
waardoor
je
er
objectieve
observaties
van
kunt
maken
-‐ Geest
/
lichaam
(functionalisme
–
reductionisme)
*Stoffelijke
wereld
voor
het
brein
en
niet-‐stoffelijke
wereld
voor
de
geest.
*Bewustzijn
is
het
product
van
verschillende
elementen,
het
kan
niet
op
zichzelf
functioneren
*Reductionisten:
alles
is
te
begrijpen
niet
vanuit
de
software,
maar
vanuit
de
hardware
à
dus
de
biologie
van
het
brein
Psychoanalyse
heeft
een
omwenteling
gemaakt
binnen
onze
hele
cultuur
omdat
ons
gedrag
zo
sterk
beïnvloed
is
door
onbewuste
processen.
We
wisten
bijvoorbeeld
niet
dat
we
allemaal
driften
binnen
in
ons
hebben.
De
gestaltpsychologie
zegt
dat
het
geheel
meer
is
dan
de
som
der
delen.
1.3
Recente
ontwikkelingen
Ondanks
bepaalde
geluiden
uit
de
samenleving,
is
het
zo
dat
de
evolutie
theorie
steeds
meer
kennis
geeft
over
hoe
het
leven
op
aarde
tot
stand
heeft
kunnen
komen,
en
hoe
alle
levensvormen
hebben
kunnen
ontstaan.
Door
de
genetica
hebben
ze
ons
genoom
kunnen
onderzoeken,
waardoor
alle
genetische
mogelijkheden
onderzocht
konden
worden.
Maar
de
vraag
is,
hoe
het
genoom
tot
expressie
kan
komen.
De
neurale
basis
van
mentale
processen
&
wisselwerking
van
hersendelen
kunnen
binnen
bepaalde
grenzen
ook
empirisch
onderzocht
worden,
door
bijvoorbeeld
hersenscans.
Er
zijn
4
niveaus
van
analyse:
Biologisch
(telescopen,
electroden);
Individueel
(individuele
personen
en
hun
gedrag,
met
bijvoorbeeld
experimenten
op
het
gedrag
niveau);
Sociaal
(mentale
processen
zoals
bij
mensen,
kunnen
alleen
optreden
omdat
mensen
groepsdieren
zijn,
zonder
kunnen
we
niet
overleven);
Cultuur
(interactie
tussen
groepen)
Voorbeeld
van
een
niveau
van
analyse
à
Moleculen
-‐
(zelfreproductie)
-‐
cellen
-‐
(doelgericht
gedrag)
-‐
organismen
-‐
(hogere
cognitieve
processen
&
bewustzijn)
-‐
sociale
groepen
Williams
syndroom:
verstoort
beeld
van
ruimtelijke
competitie
van
bijvoorbeeld
de
muffins.
Terwijl
ze
sociaal
verder
zijn
ontwikkeld
dan
leeftijdsgenootjes.
,Hoe
hangen
niveaus
van
analyse
met
elkaar
samen?
Als
delen
samengaan,
krijgen
de
gehelen
nieuwe
eigenschappen.
Neuronen
hebben
geen
bewustzijn,
maar
10
miljoen
neuronen
wil.
Er
is
een
opwaartse
beredenering:
ontdekken
van
nieuwe
eigenschappen
van
gehelen
op
basis
van
manipulatie
van
de
delen
(geneesmiddelen,
hersenstoornissen).
En
er
is
een
neerwaartse
beredenering:
door
het
geheel
te
bestuderen
ontdekken
we
nieuwe
eigenschappen
van
de
delen
(hoe
verandert
ons
brein
als
we
iets
leren?)
, COLLEGE
2
-‐
HOOFDSTUK
3
3.1
Hoe
werkt
ons
zenuwstelsel?
*
Sensorische
neuronen:
van
het
lichaam
naar
de
hersenen
*
Motorneuronen:
van
de
hersenen
naar
de
organen
*
Interneuronen:
communiceren
op
korte
afstand
met
andere
neuronen
De
informatie
gaat
altijd
richting
het
cellichaam.
Ook
is
er
altijd
1
axon
per
neuron
Rustpotentiaal
(wanneer
er
geen
informatie
plaats
vind)
• Sodium
=
Natrium
+
• Potassium
=
Kalium
+
Hyperpolarisatie
=
inhibitie
Depolarisatie
=
Excitatie
Actiepotentiaal
De
neuronen
liggen
niet
tegen
elkaar
aan,
dus
kan
er
ook
geen
informatie
elektrisch
worden
doorgegeven
• Agonist
=
het
nadoen
van
de
werking
• Antagonist
=
het
tegenwerken
van
de
werking
Epinephrine
=adrenaline
Noreinephrine
=
noradrenaline
VAN
DE
PSYCHOLOGIE
COLLEGE
1
-‐
HOOFDSTUK
1
1.1
Waarom
is
psychologie
zo
interessant?
Psychologie
is
de
studie
van
de
geest,
het
brein
en
gedrag.
De
doelen
van
psychologie
zijn:
-‐ Het
begrijpen
van
mentale
processen
(the
mind)
-‐ Sociale
interacties
-‐ Hoe
gedrag
verandert
en
wordt
aangeleerd
Biologische
condities
maken
dat
iets
anders
optreedt,
dat
betekend
dat
in
de
psychologie,
we
geen
dualisme
herkennen.
1.2
Grondslagen
van
de
psychologie
Deze
kun
je
opbouwen
rondom
een
aantal
tegenstellingen:
-‐ Nature
/
nurture
(nativisme
–
empiricisme)
*Deze
tegenstelling
bestaat
al
zo
lang
het
intellectuele
denken
bestaat.
-‐ Introspectie
/
gedrag
(structuralisme
–
behaviorisme)
*Introspectie
is
het
in
jezelf
kijken
om
een
bepaalde
structuur
te
ontdekken
*Het
behaviorisme
legde
de
nadruk
op
het
gedrag
dat
te
zien
en
te
voelen
is,
waardoor
je
er
objectieve
observaties
van
kunt
maken
-‐ Geest
/
lichaam
(functionalisme
–
reductionisme)
*Stoffelijke
wereld
voor
het
brein
en
niet-‐stoffelijke
wereld
voor
de
geest.
*Bewustzijn
is
het
product
van
verschillende
elementen,
het
kan
niet
op
zichzelf
functioneren
*Reductionisten:
alles
is
te
begrijpen
niet
vanuit
de
software,
maar
vanuit
de
hardware
à
dus
de
biologie
van
het
brein
Psychoanalyse
heeft
een
omwenteling
gemaakt
binnen
onze
hele
cultuur
omdat
ons
gedrag
zo
sterk
beïnvloed
is
door
onbewuste
processen.
We
wisten
bijvoorbeeld
niet
dat
we
allemaal
driften
binnen
in
ons
hebben.
De
gestaltpsychologie
zegt
dat
het
geheel
meer
is
dan
de
som
der
delen.
1.3
Recente
ontwikkelingen
Ondanks
bepaalde
geluiden
uit
de
samenleving,
is
het
zo
dat
de
evolutie
theorie
steeds
meer
kennis
geeft
over
hoe
het
leven
op
aarde
tot
stand
heeft
kunnen
komen,
en
hoe
alle
levensvormen
hebben
kunnen
ontstaan.
Door
de
genetica
hebben
ze
ons
genoom
kunnen
onderzoeken,
waardoor
alle
genetische
mogelijkheden
onderzocht
konden
worden.
Maar
de
vraag
is,
hoe
het
genoom
tot
expressie
kan
komen.
De
neurale
basis
van
mentale
processen
&
wisselwerking
van
hersendelen
kunnen
binnen
bepaalde
grenzen
ook
empirisch
onderzocht
worden,
door
bijvoorbeeld
hersenscans.
Er
zijn
4
niveaus
van
analyse:
Biologisch
(telescopen,
electroden);
Individueel
(individuele
personen
en
hun
gedrag,
met
bijvoorbeeld
experimenten
op
het
gedrag
niveau);
Sociaal
(mentale
processen
zoals
bij
mensen,
kunnen
alleen
optreden
omdat
mensen
groepsdieren
zijn,
zonder
kunnen
we
niet
overleven);
Cultuur
(interactie
tussen
groepen)
Voorbeeld
van
een
niveau
van
analyse
à
Moleculen
-‐
(zelfreproductie)
-‐
cellen
-‐
(doelgericht
gedrag)
-‐
organismen
-‐
(hogere
cognitieve
processen
&
bewustzijn)
-‐
sociale
groepen
Williams
syndroom:
verstoort
beeld
van
ruimtelijke
competitie
van
bijvoorbeeld
de
muffins.
Terwijl
ze
sociaal
verder
zijn
ontwikkeld
dan
leeftijdsgenootjes.
,Hoe
hangen
niveaus
van
analyse
met
elkaar
samen?
Als
delen
samengaan,
krijgen
de
gehelen
nieuwe
eigenschappen.
Neuronen
hebben
geen
bewustzijn,
maar
10
miljoen
neuronen
wil.
Er
is
een
opwaartse
beredenering:
ontdekken
van
nieuwe
eigenschappen
van
gehelen
op
basis
van
manipulatie
van
de
delen
(geneesmiddelen,
hersenstoornissen).
En
er
is
een
neerwaartse
beredenering:
door
het
geheel
te
bestuderen
ontdekken
we
nieuwe
eigenschappen
van
de
delen
(hoe
verandert
ons
brein
als
we
iets
leren?)
, COLLEGE
2
-‐
HOOFDSTUK
3
3.1
Hoe
werkt
ons
zenuwstelsel?
*
Sensorische
neuronen:
van
het
lichaam
naar
de
hersenen
*
Motorneuronen:
van
de
hersenen
naar
de
organen
*
Interneuronen:
communiceren
op
korte
afstand
met
andere
neuronen
De
informatie
gaat
altijd
richting
het
cellichaam.
Ook
is
er
altijd
1
axon
per
neuron
Rustpotentiaal
(wanneer
er
geen
informatie
plaats
vind)
• Sodium
=
Natrium
+
• Potassium
=
Kalium
+
Hyperpolarisatie
=
inhibitie
Depolarisatie
=
Excitatie
Actiepotentiaal
De
neuronen
liggen
niet
tegen
elkaar
aan,
dus
kan
er
ook
geen
informatie
elektrisch
worden
doorgegeven
• Agonist
=
het
nadoen
van
de
werking
• Antagonist
=
het
tegenwerken
van
de
werking
Epinephrine
=adrenaline
Noreinephrine
=
noradrenaline