LEIDEN VERSION
Hoofdstuk 1: Introduction to Psychological Assessment
Brief history of testing
Rond 2200 voor Christus: In China werden ambtenaren getest op hun
competentie.
18e en 19e eeuw:
o De normaalverdeling en de meetfout werden ontdekt door Gauss.
o In Engeland en de VS ontwikkelden psychiaters
classificatiesystemen voor individuen met mentale problemen.
o Wundt, Galton, Cattell en Wissler hebben een belangrijke rol
gespeeld in de ontwikkeling om het cognitieve vermogen te testen.
Galton wordt beschouwd als de uitvinder van mentale tests en had
als eerste een grootschalige systematische dataverzameling van
individuele verschillen. Een van de belangrijkste ontwikkelingen in
deze periode was de verschuiving naar het gebruik van objectieve
procedures die gemakkelijk konden worden gerepliceerd.
20e eeuw:
o De eerste Binet-Simonschaal (1905) was de eerste intelligentietest
die een goede voorspeller was van academisch succes. Op de
Stanford-University in de VS werd deze test vertaald en
gestandaardiseerd, wat resulteerde in de Stanford-Binet Intelligence
Scale. De vijfde herziene druk wordt nog steeds gebruikt. De meest
gebruikte intelligentietest is echter die van Wechsler (jaren ’30), die
zowel het verbale als het nonverbale vermogen meet.
o De Woodworth Personal Data Sheet (1918) wordt beschouwd als de
eerste formele persoonlijkheidstest en was ontwikkeld om
persoonlijke informatie over militaire rekruten te verzamelen. De
objectieve persoonlijkheidstest MMPI die in de jaren ’40 werd
ontwikkeld is tegenwoordig echter het meest populair.
o Vanaf 1926 werden er schooltoelatingstoetsen ontwikkeld om
scholen van objectieve en valide metingen van de academische
vermogens van studenten te voorzien.
21e eeuw: psychologische en onderwijskundige tests worden tegenwoordig
erg veel gebruikt en er zijn in de afgelopen 60 jaren dan ook veel nieuwe
intelligentie-, persoonlijkheids- en bekwaamheidstesten ontwikkeld.
The language of assessment
Definities van veelvoorkomende termen:
Een test is een procedure waarin een steekproef van het gedrag van een
individu wordt verkregen, geëvalueerd en gescoord door middel van
gestandaardiseerde procedures. Hierbij is het van belang dat de test een
representatieve steekproef reflecteert van het gedrag waarin je
geïnteresseerd bent.
, o Een gestandaardiseerde test wordt altijd op dezelfde manier
afgenomen, gescoord en geïnterpreteerd, zodat de testcondities
zoveel mogelijk gelijk zijn voor alle individuen die de test maken.
Een meting kan worden gedefinieerd als een set van regels om nummers
toe te kennen aan objecten, kenmerken, eigenschappen of gedragingen.
Assessment wordt gedefinieerd als elke systematische procedure om
informatie te verzamelen die gebruikt kan worden om conclusies te
trekken over de eigenschappen van mensen of objecten. Assessment zou
moeten leiden tot een beter begrip van deze eigenschappen. Voorbeelden
van assessmenttechnieken zijn tests, interviews en observaties.
Psychologische assessment integreert informatie uit verschillende bronnen
met verschillende methoden.
Betrouwbaarheid en validiteit zijn psychometrische eigenschappen van een
test. Betrouwbaarheid is de consistentie van testscores (oftewel de mate
waarin de testscores geen meetfout bevatten). Validiteit is de
nauwkeurigheid van de interpretatie van testscores.
Typen tests
Volgens Cronbach kunnen tests over het algemeen geclassificeerd worden in de
volgende twee typen:
Maximum performance tests zijn ontworpen om te kijken hoe goed
individuen kunnen presteren. Intelligentietests en toetsen op school zijn
hier voorbeelden van. Subcategorieën:
o Achievement en Aptitude Tests:
Achievement tests meten de kennis of vaardigheden van
een individu na instructie. Deze tests worden gebruikt om te
kijken hoeveel een individu heeft geleerd of bereikt op een
bepaald moment.
Aptitude tests meten de kennis, het vermogen en de
cognitieve vaardigheden die een individu heeft verkregen
door levenservaringen. Deze tests worden gewoonlijk gebruikt
om de prestatie in de toekomst te voorspellen.
o Objectieve en Subjectieve Tests:
Objectieve tests: de mate waarin getrainde examinators
antwoorden op dezelfde manier scoren.
Subjectieve tests doen een beroep op de persoonlijke
beoordeling van de persoon die de test nakijkt.
o Speed en Power Tests:
Speed tests: de prestatie reflecteert verschillen in de
snelheid waarmee de test wordt gemaakt. De items op een
speed test zijn relatief gemakkelijk en er is een beperkte tijd
om de test te maken zodat niemand alle items kan
beantwoorden.
Power tests: de prestatie reflecteert de moeilijkheid van de
items die een individu goed kan beantwoorden. De items zijn
gesorteerd op moeilijkheid en de test bevat een aantal items
, waarvan verwacht wordt dat niemand die goed zal kunnen
beantwoorden.
Persoonlijkheidstests (typical response tests) meten non-cognitieve
eigenschappen van een individu.
o Objectieve persoonlijkheidstests bevatten items die niet
beïnvloed worden door de subjectieve beoordeling van de persoon
die de test scoort.
o Projectieve persoonlijkheidstests: de vragen kunnen heel veel
verschillende responsen uitlokken en doen meestal een beroep op
subjectiviteit bij het scoren. De ‘projectieve hypothese’ stelt dat het
antwoord op een ongestructureerde stimulus de onbewuste
verlangens, motieven en ‘drives’ van de individu weerspiegelt
zonder interferentie van de ego of het bewustzijn. Hoewel
projectieve tests populair zijn, is er weinig bewijs voor de
betrouwbaarheid en validiteit van de informatie.
Typen scores
Er zijn twee fundamentele benaderingen om scores te begrijpen:
Normgerichte benadering: de prestatie van een individu wordt
vergeleken met de prestatie van andere mensen, vaak de mensen in de
representatiegroep. De interpretaties van de normgerichte benadering zijn
relatief.
Criteriumgerichte benadering: de prestatie van een individu wordt
vergeleken met een bepaald niveau. De nadruk ligt dus op wat de persoon
kan of weet. Een voorbeeld is ‘mastery testing’, waarin wordt bepaald of
de persoon voor een bepaalde vaardigheid slaagt of zakt. De interpretaties
van de criteriumgerichte benadering zijn absoluut.
Assumptions of psychological assessment
Basisassumpties van psychologische assessment:
Psychologische constructen bestaan (een construct is het kenmerk dat de
test meet).
Psychologische constructen kunnen worden gemeten.
Hoewel constructen kunnen worden gemeten, is de meting nooit perfect:
er is altijd meetfout aanwezig.
Er zijn verschillende manieren om een construct te meten.
Alle assessmentprocedures hebben sterke en zwakke punten.
Meerdere informatiebronnen zouden onderdeel moeten zijn van het
assessmentproces.
De prestatie op tests kunnen gegeneraliseerd worden naar non-test
gedragingen. De score op de test is niet per se belangrijk, maar de
informatie die de score geeft over de mate van het gemeten construct en
de relatie hiermee met andere constructen is belangrijk.
Assessment kan informatie geven die psychologen helpt om betere
beslissingen te nemen.