100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Aantekeningen Hoorcolleges statistiek 1e blok

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
9
Geüpload op
12-10-2021
Geschreven in
2021/2022

Van de hoorcolleges heb ik aantekeningen gemaakt. Deze aantekeningen heb ik in een soort van samenvatting gezet met formules en voorbeelden.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
12 oktober 2021
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2021/2022
Type
College aantekeningen
Docent(en)
-
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Statistiek blok 1 van de hoorcolleges
Om iets te meten vanuit een onderzoek/ enquête maken we gebruik van variabelen, een meetniveau
en dan bepalen we of deze continu of discreet is.

Verschillende typen meetniveau:
Kwalitatief:
Nominaal  geen volgorde, geeft een naam aan iets. VB: man of vrouw, of auto, fiets, openbaar
vervoer.
Ordinaal  wel volgorde, geeft een naam aan iets. VB: mbo, hbo, wo, of dun, normaal, dik.

Kwantitatief:
Interval  zonder nulpunt, gaat over getallen, kan ook negatieve getallen zijn. VB: graden Celsius
Ratio  met nulpunt, gaat over getallen, kan niet onder nul zijn. VB: Leeftijd in jaren, aantal
bezoeken.

Alleen bij de kwantitatieve variabelen kunnen de variabelen continu of discreet zijn.
Continu = als alle uitkomsten overal op de getallenlijn kunnen voorkomen. Hiermee bedoelen we dat
continu variabelen doorlopen; bijvoorbeeld bij centimeters kun je 1 cm maar ook 1,1 cm hebben.

Discreet = als er sprake is van een heel getal. Het is dus niet mogelijk om op te splitsen in stukjes;
bijvoorbeeld je kan niet 1,2 keer de bioscoop bezoeken.

Met dit geweten kunnen we beginnen:
Stap 1 maken van een frequentietabel. Hierbij is het belangrijk dat je goed let op welke variabelen je
hebt gebruikt. Want dit is bepalend voor welke grafiek er gemaakt wordt.

Van nominale en ordinale variabelen kwalitatief worden alleen cirkeldiagrammen en
staafdiagrammen gemaakt. Hierin werk je met percentages, omdat er dan gewerkt wordt met
verhoudingen. Zo zorg je ervoor dat er geen vertekend beeld wordt geschetst. Bijvoorbeeld als je bij
een andere enquête meer of minder respondenten hebt, wordt er gekeken naar verhoudingen en
geeft dit een realistisch beeld.

Van ordinale kwantitatieve variabelen wordt al meer berekent.
Grafieken die vaak voorkomen  histogram en boxplot
Analyses die gedaan worden  gemiddelde, modus, mediaan, kwartielen, standaarddeviatie etc.

Een aantal begrippen uitgelegd aan de hand van een voorbeeld.
Er is een verkennend onderzoek, hierbij worden vragen gesteld aan 10 bioscoopbezoekers, deze
groep van 10 mensen beschouwen we als een steekproef uit het totale bezoekersbestand. Dit totale
bezoekersbestand wordt ook wel de populatie genoemd. De steekproef moet representatief zijn; dat
houdt in dat de steekproef een getrouwe afspiegeling moet zijn van de populatie. Dit wordt vaak
gedaan aan de hand van een aantal belangrijke kenmerken:
 Geslacht
 Leeftijd
 Etc.

, Liggingsmaten/centrummaten  geven informatie over de ligging van het centrum van de verdeling.
Veel gebruikte centrummaat = het gemiddelde
Mediaan  de middelste score (in volgorde)
Modus  de meest voorkomende score

Scoreverdeling op ligging is soms niet voldoende daarom wordt er soms rekening gehouden met de
spreiding. Spreiding is een maat voor mogelijke afwijking van de afzonderlijke scores van de
liggingsmaat. De grootte van de spreiding geeft aan hoeveel waarde we moeten hechten aan de
maat van ligging.
Kleine spreiding  maat ligging belangrijk nauwkeurig
Grote spreiding  maat ligging wat minder waardevol

Deze spreidingsmaat wordt aan de hand van de standaarddeviatie uitgerekend. Aan de hand van de
formule:




Sx= de standaarddeviatie
Fi = de frequentie
Mi= midden

= gemiddelde
N= totale frequentie
Die gekke m = de som van

Berekenen van een cirkeldiagram vanuit een frequentietabel.
Het percentage = frequentie/totale frequentie x 100
Het aantal graden = 360 x (percentage ^ /100)

Belangrijk is dat het beschikt over een duidelijke titel, bron en dat de percentages weergegeven zijn
en een eventuele legenda.

Het berekenen van een staafdiagram.
Ook hier deel van geheel x 100
Belangrijk dat je altijd met percentages werkt, zodat je de verhoudingen weet. De assen benoemd en
zorgt voor losse staven.

Voor het maken van het histogram.
Nodig  frequentiedichtheid
Kenmerkend: Staven zitten aan elkaar.
Belangrijk: de assen benoemen en de juiste bijschriften gebruiken.
€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Xsayentha

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Xsayentha Avans Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen