100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting 2.1 biologische determinanten EUR

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
66
Geüpload op
11-10-2021
Geschreven in
2021/2022

Dit document bevat alle stof voor het tentamen van biologische determinanten. De samenvatting is opgebouwd uit de structuuropzet die gezamenlijk wordt gemaakt tijdens colleges, aangevuld met uitleg en plaatjes ter verduidelijking.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
11 oktober 2021
Aantal pagina's
66
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Biologische determinanten
Inhoudsopgave
Probleem 1 Natuurlijke selectie/evolutie ............................................................................................................................ 3

Leerdoel 1: Wat houdt de evolutietheorie van Darwin in? ................................................................................................. 3

Leerdoel 1A: Wat is natuurlijke selectie? ........................................................................................................................... 3

Leerdoel 1B: Welke misvattingen zijn er over evolutie? ..................................................................................................... 4

Leerdoel 2: Hoe werkt overerving? .................................................................................................................................... 7
Probleem 2 Neuronen/ actiepotentiaal ............................................................................................................................... 9

Leerdoel 1: Wat is een neuron?.......................................................................................................................................... 9

Leerdoel 2: Hoe werkt een reflex? ................................................................................................................................... 10

Leerdoel 3: Hoe verloopt neurale communicatie? ............................................................................................................ 11

Leerdoel 3A: Hoe werkt de communicatie binnen neuronen? (actiepotentiaal) ............................................................... 11

Leerdoel 3B: Hoe werkt de communicatie tussen neuronen? (neurotransmissie) ............................................................. 14

Leerdoel 4: Hoe wordt de neurotransmissie beïnvloed door roken/medicatie? ............................................................... 15
Probleem 3 het zenuwstelsel.............................................................................................................................................. 16

Leerdoel 1 – Wat is de autonomie van het zenuwstelsel .................................................................................................. 16

Leerdoel 2 – Wat is de anatomie van de hersenen?.......................................................................................................... 18

Leerdoel 3 – Hoe werken de hersengebieden samen – zijn ze verbonden? ....................................................................... 24
Probleem 4 Ontwikkeling van het zenuwstelsel ................................................................................................................ 25

Leervraag 1: Hoe verloopt de prenatale ontwikkeling van het zenuwstelsel? ................................................................... 25

Leervraag 2: Hoe ontwikkelt het centrale zenuwstelsel zich tussen geboorte en volwassenheid? .................................... 30

Leervraag 3: Wat is de invloed van de omgeving op neuron- en hersenontwikkeling?...................................................... 31
Probleem 5 leren en geheugen .......................................................................................................................................... 33

Leerdoel 1: Wat wordt er bedoeld met conditioneren? .................................................................................................... 33

Leerdoel 2: Hoe werkt leren op neuraal niveau? .............................................................................................................. 35

Leerdoel 3: Welke typen/soorten geheugen kunnen worden onderscheiden? ................................................................. 38

Leerdoel 4: Welke hersengebieden zijn betrokken bij geheugen en leren? ....................................................................... 39
Probleem 6 Emoties ............................................................................................................................................................ 41

Leerdoel 1: Wat zijn emoties? .......................................................................................................................................... 41

Leerdoel 2: Wat is de functie van emoties? ...................................................................................................................... 43

Leerdoel 3: Hoe communiceren we en herkennen we emoties? ....................................................................................... 44

,Leerdoel 4: Welke rol spelen de hersenen bij emoties? .................................................................................................... 45

Leerdoel 5: Welke rol spelen de hersenen bij agressie en angst? ..................................................................................... 47
Probleem 7 Stress ............................................................................................................................................................... 49

Leerdoel 1: Wat is stress .................................................................................................................................................. 49

Leerdoel 2: Hoe beïnvloedt (chronische) stress je gezondheid en gedrag?........................................................................ 51

Leerdoel 3: Wat is het effect van stress vroeg in de ontwikkeling? .................................................................................. 54

Leerdoel 4: Hoe beïnvloedt stress het immuunsysteem ................................................................................................... 54

Leerdoel 5: Wat is het effect van stress op de hersenen? ................................................................................................. 57

Leerdoel 6: Wanneer heeft stress bij dieren in het wild negatieve consequenties en wanneer niet?’ ............................... 58
Probleem 8 Slaap ................................................................................................................................................................ 59

Leerdoel 1: Wat is de functie van slaap? .......................................................................................................................... 59

Leerdoel 2: Hoeveel slaap heeft een individu nodig? Wat is het effect van te weinig slaap? ............................................. 60

Leerdoel 3: Wat is de biologie van slaap? Welke hersenstructuren zijn hierbij betrokken? ............................................... 62

Leerdoel 4: Wat zijn de slaapfases en in welke fase dromen wij? ..................................................................................... 63

Leerdoel 5: Hoe werkt de biologische klok? ..................................................................................................................... 65

,Probleem 1 Natuurlijke selectie/evolutie

Leerdoel 1: Wat houdt de evolutietheorie van Darwin in?

Leerdoel 1A: Wat is natuurlijke selectie?

3 essentiële voorwaarden (Buss hfst. 1, p. 5) (Toates, hfst. 2):
- Variatie: Kleine verschillen binnen een soort.
- Erfelijkheid: Erfelijke variaties.
- Selectie: Survival of the fittest -> Differential reproductive success

Ten eerste: de variatie van verschillende organismen, zoals in vleugellengte, rompsterkte, botmassa,
celstructuur, vechtvermogen, defensief vermogen en sociale sluwheid. Variatie is essentieel voor het
proces van evolutie om te werken.

Ten tweede zijn slechts enkele van deze variaties geërfd, dat wil zeggen, betrouwbaar doorgegeven
door ouders aan hun nakomelingen. Andere variaties, zoals een vleugelafwijking veroorzaakt door een
ongeval, worden niet geërfd door nakomelingen. Alleen die variaties die overgeërfd zijn, spelen een rol
in de evolutietheorie.

Het derde cruciale ingrediënt van Darwins theorie is selectie. Organismen met enkele erfelijke
voordelen maken meer jongen waardoor de kans op overleven van dit soort groter wordt. ‘survival of
the fittest’.

Andere oorzaken van evolutionaire veranderingen (Buss hfst 1)
Genetic drift:
Natuurlijke en seksuele selectie zijn niet de enige oorzaken van evolutionaire veranderingen. Sommige
veranderingen kunnen komen door een proces dat ‘Genetic drift’ heet. Hierbij veranderd de genetische
samenstelling willekeurig door bijvoorbeeld mutatie van het DNA.
- Founder effect
als een klein deel van de populatie zich afzondert en niet meer representatief is voor de rest van de
populatie.
- Mutatie
een willekeurige verandering in het DNA. Eigenlijk een klein foutje bij het kopiëren van DNA.
> Als mutaties worden doorgegeven aan het nageslacht moeten de mutaties plaatsvinden in de
geslachtscellen.
- Genetic bottlenecks
Er ontstaat een trechter door een onvoorziene omstandigheid (vb. natuurramp). Genetische variatie
wordt minder representatief, overlevende hebben maar een deel van de genen van de originele
populatie.
De populatie verkleint door grote rampen, zoals een aardbeving. Van de overlevenden heeft maar een
klein deel de originele genen.

, Drie producten (Buss hfst. 2 p. 38):
- Adaptions: 4 essentiëntele onderdelen voor adaptatie:
Reliability, efficiency, precision en economy (Kalat)
Dit zijn overgeërfde en ontwikkelde kenmerken die door de natuurlijke selectie ontstaan. Dit gebeurd
omdat ze oplossingen met zich meebrengen voor bestaande problemen en ze bevorderen de
reproductie van organismen.
> De genen moeten veranderd zijn door voortplanting
> Een adaptie moet zich ontwikkelen voor de hele normale populatie van een diersoort, dus niet
bijvoorbeeld voor maar een sekse.
> Het kan zijn dat de adaptie nog niet direct bij de geboorte aanwezig is maar met de loop der jaren
komt.
- Byproducts
ze worden bijgedragen met kenmerken die wel een functie hebben. Zo is de navel bijproduct van de
navelstreng.
- Noise/ Random effects
dit zijn random effecten die worden geproduceerd door krachten als mutatie, veranderingen in de
omgeving, veranderende effecten tijdens de ontwikkeling. Dit is een variatie die dan altijd zal blijven
bestaan maar heeft verder geen invloed op het voortbestaan van de soort bijvoorbeeld de oogkleur.

Aangepaste eigenschappen -> Grotere kans op overleven/voortplanting -> Erfelijke variaties -> Mogelijk
nieuwe soorten.

Dit proces verloopt geleidelijk en niet intentioneel.

Seksuele selectie: Intraseksuele en interseksuele competitie (Buss hfst 1)
De theorie van seksuele selectie. Deze focust zich op adaptaties die een gevolg waren van succesvolle
voortplanting.
Er zijn twee manieren waarop seksuele selectie zich voor kan doen:
Interseksuele competitie: concurrentie tussen individuen van hetzelfde geslacht.
Interseksuele selectie: vrouwen kiezen op bepaalde kenmerken voor bepaalde mannen.

Leerdoel 1B: Welke misvattingen zijn er over evolutie?

Misvatting 1: Menselijk gedrag is genetisch bepaald. (Genetisch Determinisme)
- Omgevingsfactoren en adaptatie
> genetisch determinisme zegt dat mensen weinig worden beïnvloedt door de omgeving. Dat is niet zo
naast geëvolueerde adaptaties zijn het ook omgevingsinvloeden die zorgen voor de activatie daarvan.
Misvatting 2: Gedrag is evolutionair en kunnen we niet veranderen.
- Kennis (bv. door ervaringen)
mensen kunnen hun gedrag juist wel veranderen, bijvoorbeeld door educatie.
Misvatting 3: De huidige organismen zijn optimaal aangepast.
- Veranderende omgevingsfactoren
- Evolutionaire vertraging en koste van aanpassing (Buss, hfst 1).
mensen blijven evolueren en zich ontwikkelen en het huidige mechanisme is dus niet optimaal want er
zijn onderdelen van vroeger die in deze tijd eigenlijk onhandig zijn.
O Bijvoorbeeld verlangen naar veel vetten in voedsel omdat voedsel schaars is. Nu zou
dat zorgen voor hartaanvallen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Pleun2021 Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
15
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
12
Documenten
6
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3,3

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen